Column: Clubkleuren

Delfzijlsters moeten niet verbaasd opkijken als ze binnenkort in hun straatbeeld ruwe bolsters op motorfietsen zien rondrijden, uitgedost met Mickey Mouse-oortjes op hun helm en vrolijke smileys op hun jas. Leden van een motorclub moeten elkaar tenslotte wel kunnen herkennen.

De oude stickers van clubs als Hells Angels, Bandidos en Satudarah zijn in Delfzijl straks niet meer ‘en vogue’. Burgemeester Beukema wil ze verbieden omdat het dragen van deze parafernalia een ordeverstorend karakter heeft en een dreigende sfeer veroorzaakt. En inderdaad, twintig van die enorme baardapen op luid ronkende motoren die traag rondjes rijden over het Molenbergplein zonder ook maar iemand vriendelijk toe te knikken, dat is heel dreigend als ze daarbij hun ‘clubkleuren’ dragen. Zonder die ‘patches’ en ‘rockers’ en andere plakkertjes zien ze er ineens uit als gewone goedwillende burgers. Joejoe.

Alleen, het gaat er in een rechtsstaat als de onze niet om of die burgers goedwillend zijn, wat ze denken, wat ze vinden of wat ze dragen, maar om wat ze doen. Een motorrijder zonder clubkleuren die zijn bibliotheekboeken stelselmatig te laat terugbrengt is een grotere bedreiging voor de openbare orde dan een duidelijk herkenbare Hells Angel die bij de spoorwegovergang keurig wacht tot het rode licht gedoofd is. Dat hij intussen denkt aan het ritueel slachten van Satudarah-kinderen doet daarbij niet ter zake. Motorrijders zijn trouwens dol op kinderen, want ze zijn wat sentimenteel aangelegd.

Het gebeurt steeds vaker dat gedachten, opvattingen of plaatjes die verwijzen naar een al dan niet vermeend kwaad, worden verward met het kwaad zelf. De boodschapper wordt zelf het slechte nieuws. Ook in de discussies over Blacklivesmatter, #Metoo en moderne gendertoestanden worden onwelgevallige meningen en de verkeerde woorden zo ongeveer gelijkgesteld aan het doodranselen van een zwarte arrestant, het verkrachten van stagiaires of het naar de heren-wc sturen van een vrouw met een penis. Iemand die een afbeelding van Zwarte Piet op een Facebookpagina zet is niet alleen onwellevend, maar meteen ook een racist. De taal- en gedachtenpolitie heeft het te druk om het verschil te zien tussen onbeleefdheid en racisme of seksisme.

Voor de motorclubs is het bovendien sneu dat ze, althans in Delfzijl, niet meer te koop mogen lopen met de plaatjes waar ze decennialang op hebben zitten broeden. Vaak variaties met doodshoofden, vuur, wapentuig en andere Germaans angehauchte schooljongenssymboliek. Patches waar ze vast erg hun best voor hebben moeten doen en waarvoor ze in een duister ritueel een schedel vol ochtendurine van de voorzitter hebben moeten opdrinken, omdat je anders geen echte motorrijder wordt. Ook alle plakkertjes die rang, stand en antecedenten aanduiden, moeten eraf. Delfzijl wil niets meer weten van het verleden waarmee de leden er straks rondrijden. Ze zijn gewone motorrijders geworden met een kenteken. Dan kun je eigenlijk net zo goed dood zijn.

Er zit voor onze Hells Angel weinig anders op dan in het verborgene te gaan leven. Des nachts, bij kaarslicht, kan hij zijn motorjack met alle flapjes en stickertjes nog aandoen, misschien in een Zoom-bijeenkomst met de rest van zijn club. En mocht hij ooit nog trek hebben om Delfzijl in te rijden, dan draagt hij, heel recalcitrant, een button met een doodshoofd, maar dan wel onder zijn revers.

Deel dit artikel:

Recent nieuws