Column: het hondje van de buren

'Ik word helemaal gek van die muziek hiero', bromt een man sikkeneurig tegen zijn vrouw als hij de saunaruimte uitloopt. Ik frons verrast de wenkbrauwen en grinnik geluidsloos. Het schijnt me absurd toe dat meditatieve klanken je zo op de zenuwen kunnen werken.

Misschien dat de man al langer niet op zijn gemak was. Het zou zomaar kunnen, want eerlijk toegegeven was ik eerder ook niet zo ontspannen. Het was best even wennen om voor het eerst in een kleine dertig jaar een sauna te bezoeken.

Aanvankelijk voelde ik me een beetje lullig in mijn blootje. Belaagd door een onbestemde schaamte voor mijn naakte lijf, een gevoel waarvan ik niet meteen kon doorgronden hoe het de mijne was geworden. Om de bron van die preutse onwennigheid op te sporen begin ik een korte zelfstudie waarin ik mezelf een cruciale vraag stel: waar komt mijn schaamte vandaan? Dat het sociaal gerelateerd is staat vast. Als ik alleen ben heb ik er namelijk in de verste verte geen last van. Want wat is het een aangenaam gevoel om de warmte van de zon op je hele lijf te voelen, of om te gaan zwemmen zonder zwembroekkie aan.

Sommigen van jullie hebben die laatste zin al herkend als een verwijzinkje naar een liedje uit de vorige eeuw. 'Het hondje van de buren... heeft vies gedaan... hij is gaan zwemmen... zonder zwembroekkie aan!' Als kind zong ik het uit volle borst op schoolreisjes. Een ogenschijnlijk onschuldig zinnetje waar een diepere boodschap in verborgen zat. Hoezo heeft dat hondje 'vies gedaan'? Waarom is naakt zwemmen vies? Het is zomaar een voorbeeld hoe je van jongs af aan leert dat bloot iets spannends is, iets waarover je giechelt als het voorbij komt in een liedje.

De samenleving waarin ik opgroeide gaf me een stevig pakket zedelijke normen mee, tot mijn gezin aan toe. In veel Nederlandse gezinnen verkeert naakt vaak in de taboe -of op zijn minst in de privé- sfeer. En nee, ik begrijp best dat ik niet het hele jaar door in mijn nakie kan lopen. Kleren hebben een functie. Maar onder die stoflaagjes heb ik door de jaren heen ook iets wezenlijks van mezelf weggestopt: mijn eigen lichaam, tot het punt dat ik het moeilijk vind om het te tonen in het bijzijn van anderen. Kan ik schaamteloos dankbaar voor mijn lichaam zijn? Ik geloof van wel en kijk nog eens goed naar mijn aangeleerde schaamte. Als het aangeleerd is valt het ook weer af te leren. Dus ga ik maar eens naar de sauna, om mijn angst te confronteren, en om me niet te vergeten te laven aan de heilzame werking van stomende hitte.

Dan volgt het moment van de naakte waarheid, waarop ik me ontdoe van mijn kleren en me in de wirwar van naaktlopers voeg. Op dat moment voel ik me een beetje als het hondje van de buren, die vanuit een hoekje in zijn hoofd schunnig wordt toegezongen door een pesterig kinderkoortje. Het helpt dat ik in het gezelschap verkeer van mijn metgezellin, voor wie bloot heel normaal is. Op jonge leeftijd raakte ze naturistencampings gewend die ze met haar ouders bezocht, en met kordate tred neemt ze mij nu op sleeptouw. Vervolgens doen de sauna's de rest. Ik beleef al zwetend een nieuwe kennismaking met mijn eigen lichaam. Als ik ontspan in de extreme warmte zijn mijn zeden wel het laatste waar ik aan denk. Na de laatste zweetdruppel drijf ik als een vrolijke vaatdoek in het water. Leeg gewrongen van mijn zweet én mijn aarzeling.

Achteraf voltooi ik samen met mijn metgezellin mijn eerder begonnen zelfstudie. Het valt me op hoe snel al dat bloot normaal voor me werd. Jonge, oude, rijke, arme, witte, roze en hier en daar bruine lichamen. Allemaal naakt, ontdaan van de dagelijkse camouflage, het deken aan kleren en de nevels aan praatjes waarmee we onze verschijningen vormgeven. Terug naar de kern van je wezen. Sinds dat saunabezoek voelt het dan ook alsof mijn leven een stukje simpeler is geworden. Ik zit letterlijk lekkerder in mijn vel. Dientengevolge wil ik bij deze plechtig pleiten voor eerherstel van het hondje van de buren: hij heeft helemaal niet vies gedaan, hij is alleen schaamtelozer dan de andere hondjes.

Jelger Staal is een van de zoons van Ede Staal. Hij is muzikant, tekstschrijver en naar eigen zeggen 'creatieveling'. Hij vervangt op deze plek vier weken lang onze vaste columnist Erik Hulsegge, die even zijn verhalenaccu op moet laden. Dit is zijn tweede column.

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws