Studenten en docenten beginnen aan studiejaar vol vraagtekens

Geen plechtige optocht van hoogleraren die in toga naar de Martinikerk lopen deze keer; de opening van het academisch jaar gebeurt maandag online. Een voorbode van het collegejaar aan de Rijksuniversiteit Groningen, dat zich ook hoofdzakelijk achter de laptop zal afspelen.
De universiteit heeft gekozen voor zogenoemd hybride onderwijs: een combinatie van fysieke en online colleges.

Alles kan online

Wie liever helemaal niet naar de gebouwen komt, hoeft dat ook niet. Alles wat daar gebeurt komt ook digitaal beschikbaar, zo is het idee. In de praktijk blijkt het een hele puzzel dit voor elkaar te krijgen.
Universitair docent en programmacoördinator Frank Harbers van Mediastudies: 'Het kost veel tijd. We moeten elk vak kritisch tegen het licht houden: hoe gaan we het dit jaar doen.'
Toen de universiteiten door corona dit voorjaar overschakelden op online onderwijs was het improviseren. De lessen van toen moeten nu leiden tot beter digitaal onderwijs.
'Nu weten we bijvoorbeeld dat twee uur hoorcollege online toch minder goed werkt. Docenten denken na over bijvoorbeeld meer interactie met opdrachten tussendoor of over blokken van twintig minuten die je los kunt bekijken.'
De vernieuwde Aletta Jacobshal
De vernieuwde Aletta Jacobshal © Universiteit Groningen

Tentamenstress

Ook het online afnemen van tentamens is ingewikkeld, vertelt adjunct-hoogleraar Toegepaste Statistiek en Datavisualisatie Casper Albers. 'Je kan online geen tentamens met gesloten boek doen, want je kunt studenten niet controleren. Je kan ook geen dingen vragen die makkelijk te googelen zijn; ze kunnen elkaar via WhatsApp helpen. Fraude is bijna niet tegen te houden.' 
Docenten moeten daarom nieuwe tentamenvormen verzinnen. 'We doen nu individuele tentamens; iedere student heeft een eigen dataset bij de rekenvragen. Een andere oplossing is dat we honderd vragen hebben verzonnen voor een tentamen en dat studenten ad random vijfentwintig vragen krijgen.'
Makkelijk is het allemaal niet. 'Dan heb je weer kans dat studenten zeggen: ik wist die andere vragen wel. Je weet van te voren dat je er veel gezeur van krijgt.'

Eerstejaars krijgen voorrang

Vooral voor de eerstejaars proberen opleidingen zoveel mogelijk onderwijs in de gebouwen te regelen. De mogelijkheden zijn beperkt, door de anderhalve meter afstandsregel.
Harbers: 'We hebben bijvoorbeeld een werkcollege van normaal twee uur met twintig studenten. Nu doen we twee groepen van tien studenten met elk vijftig minuten. Want er moet wel tijd tussen zitten om veilig te kunnen wisselen.'
Albers: 'We huren ook ruimtes bij, bijvoorbeeld in Pathé en de Stadskerk, zodat we zoveel mogelijk college kunnen geven.' Toch is het lastig kiezen wat je wel en niet fysiek doet. 'Masterstudenten zijn eigenlijk ook een soort eerstejaars; wat doe je daar dan mee?'
Een student thuis aan de studie
Een student thuis aan de studie © RTV Noord

Mogelijk meer uitvallers

Al met al gaat het aantal contacturen met studenten behoorlijk omlaag, ook voor eerstejaars. Bij Mediastudies zijn er van de twaalf uur per week twee uur over. Beide docenten hebben zorgen over de gevolgen voor studenten.
Frank Harbers van Mediastudies: 'Ze hebben veel minder contact met medestudenten en docenten. De assertieve studenten die het aangeven als ze hulp of extra begeleiding nodig hebben, redden het wel. Maar sommigen zullen het moeilijker hebben, die hebben het gevaar erin te verzuipen.'
Albers: 'Straks ligt veel meer verantwoordelijkheid bij de studenten zelf; vooral voor eerstejaars is dat lastig. De uitval kan wel eens veel groter worden.' Bij Mediastudies proberen ze dit te beperken door meer mentoren in te zetten. Harbers: 'Die moeten het signaleren als het niet goed gaat.' 
Eerstejaars blikken vooruit: 'Ik heb nog geen rooster'

Lauren Kok (19) uit Haren
'Ik ben vorig jaar begonnen aan de studie rechten, aan de universiteit. Dat paste niet goed bij mij. Nu ga ik Toegepaste Psychologie studeren aan de Hanzehogeschool. Het voelt wel heel gek; ik heb nog geen bericht ontvangen over hoe het precies gaat. Alleen over de introductieweek heb ik wat gehoord, die is bijna helemaal online. Ik heb er wel vrede mee, het is niet anders. Maar het is wel moeilijk om me mijn studie voor te stellen. Vooral voor het leren kennen van andere studenten is het wel heel jammer dat alles online is. Gelukkig ken ik de stad al goed en ben ik bij roeivereniging Gyas gegaan, dus daar kan ik nieuwe mensen leren kennen. Ik ben ook op kamers gegaan.'


Quinten Nauta (18) uit Groningen
'Ik ga Industrial Engineering and Management aan de universiteit studeren. Ik weet nog niet hoe mijn studie eruit komt te zien. Ik heb nog geen mail gehad dat mijn rooster klaar is, maar ik heb er ook nog niet heel goed naar gezocht. Als vakken fysiek worden gegeven ga ik er zeker heen. Op de middelbare school vond ik het ook altijd handig om in de lessen aantekeningen te maken en goed op letten; thuis zijn er ook veel afleidingen; dat heb je in de collegezaal niet. Ook is het leuk om studiegenoten tegen te komen.'


Sydney Niezen (19) uit Haren
'Ik ga technische bedrijfskunde aan de Hanzehogeschoool studeren. Dat het vooral online is vind ik natuurlijk jammer. Je leeft er best naar toe en het leukste is toch in de collegebanken. Ik heb nog geen rooster; dat vind ik best een beetje slecht. Je wilt wel iets meer info hebben om te weten waar je aan toe bent. We hebben wel een startweek met ook activiteiten op de campus en een dag online. Ik ga niet op kamers; ik vind het wel fijn leren thuis, zeker nu er veel online is.'

Druk, druk, druk

Voor de medewerkers zelf is het buffelen, geven Harbers en Albers aan. Alles kost meer tijd: het nadenken over online vormen, de techniek onder controle krijgen, het inrichten van het fysieke onderwijs op anderhalve meter afstand. 
Albers: 'Normaal besteed je ruim de helft van je tijd aan onderwijs, nu is dat bijna tachtig procent. Geld voor meer mensen krijgen we niet, dus gaat het ten koste van je tijd voor onderzoek.'
Het is een situatie die niet te lang moet duren, stelt Albers. 'Veel onderzoek doen we samen met promovendi; die hebben hun begeleiding echt nodig. En niet al het onderzoek kan je zomaar stopzetten. Je kan niet zeggen: plantje, groei even niet, want ik heb geen tijd.'
Vooral voor medewerkers met tijdelijke contracten is het stressvol; voor hemzelf valt het mee, zegt Casper Albers. 'Mijn leidinggevende heeft gezegd: het is dan maar zo. Als ik niet al mijn onderzoekstargets haal, is dat niet erg.' 
Ook bij Letteren komt het wel goed, denkt Frank Harbers. Hij verwacht dat hij niet op onderzoek wordt afgerekend de komende periode. 'Maar ik wil volgend jaar een subsidieaanvraag doen, daarbij is de concurrentie echt heel groot. Het gevolg is wel dat ik dan minder publicaties op mijn naam heb staan. Ik hoop dat ze daar rekening mee houden.'
Universitair docent Frank Harbers  bereidt zich voor op het nieuwe jaar
Universitair docent Frank Harbers bereidt zich voor op het nieuwe jaar © Rijksuniversiteit Groningen

Klaar voor de start

Inmiddels zijn de roosters voor het eerste blok bijna rond, al zijn er nog wel onduidelijkheden. Harbers: 'Sommige dingen switchen toch nog naar online. Niet alle docenten staan te springen om fysiek onderwijs geven.'
Albers: 'Een deel van de studenten kan op inschrijving bij mijn hoorcollege zijn; de rest moet het college online volgen. Ik weet nu nog niet of er vijftig of vijfenzeventig studenten in de zaal passen.'

Waarde diploma aangetast?

Vraag is wat het grotendeels online onderwijs volgen betekent voor de kwaliteit van het onderwijs. Albers: 'Niet alles kan goed online, bijvoorbeeld de meer toegepaste dingen. Als je dat stuk anderhalf jaar lang vervangt door theorie, omdat dat wel online kan, dan missen ze wel wat.' 
Volgens Harbers speelt dat bij Mediastudies minder, omdat het lukt studenten andersoortige praktische opdrachten te laten maken. 'De inrichting en de vorm zal wel verschillen, maar het uiteindelijke niveau zal niet heel anders zijn.'
Hanzehogeschool: 'Eerstejaars en internationals hebben prioriteit'
Ook de Hanzehogeschool is genoodzaakt grotendeels online onderwijs te geven. 'Met de anderhalve meter afstand-regel kunnen we dertig procent van de ruimte gebruiken,' vertelt woordvoerder Evanya Breuer. 'We geven prioriteit aan eerstejaarsstudenten.' Die krijgen per week zes tot zestien uur fysiek les; normaal is dat minimaal zestien uur.
Verder zal vooral het praktijkonderwijs zoveel mogelijk op de campus zijn. 'Dat is voor ons natuurlijk heel belangrijk en het kan ook niet goed online.' Voorrang is er verder voor internationale studenten en voor het afstuderen en toetsen. 'Zodat we studievertraging voorkomen. Het is al met al maatwerk per opleiding.'
Studenten hebben pas net hun rooster. 'Dat is wel later dan normaal, dat klopt. We hebben de komende weken extra capaciteit op de roosterbureaus.'