Column: Doorfietsroutes

Je zou het aan de verbeten koppen van wielrenners niet aflezen, maar fietsen wordt geacht ‘leuk’ te zijn. Lekker gezond die pedalen rondtrappen in de open lucht, geen stikstof uitstoten (maar wel aerosolen en CO2), niet betalen voor een parkeerplaats, en je hoeft er niet bij te praten.

Fietsen maakt gelukkig. In Stap Op, met al sinds 1940 het onderschrift ‘Het nieuwe fietsspel’, zien we dan ook een mannetje met een alpinopet, dat met een stupide glimlach bezig is met zijn honderd kilometers naar Bos, Hei, Plassen en Zee, al vergaat het lachen hem wel bij Tegenwind, Lekke Band en Rijwielhersteller. Goed, fietsen is dus leuk en de overheid ziet ons graag op de fiets van A naar B reizen, want auto’s staan in de weg, terwijl fietsen alleen maar dwars op de stoep staan overal, zodat je er gewoon omheen kunt lopen.

Vandaar ook dat we van overheidswege overal ‘Doorfietsroutes’ hebben gekregen, een soort fietssnelwegen, waar we onbekommerd kunnen doorbeuken op de trappers, tot we de plaats van bestemming hebben bereikt. Tot zover nix aan de handa, maar nóg is de overheid, in dit geval de provincies Groningen en Drenthe, niet tevreden. Terwijl wij als fietsers lekker in onszelf gekeerd een beetje willen stoempen en sleuren op weg naar ons werk, willen die provincies dat we uit onze Innere Emigration geraken en een beetje contact gaan zoeken met andere fietsers. Anders zouden we wel eens tegen elkaar op kunnen botsen. Dat begint nu bij de ‘doorfietsroute’ tussen Groningen en Assen, langs het Noord-Willemskanaal, onder het belerende motto ‘We hebben oog voor elkaar. Hoeveel mensen groet jij?’

Voortaan moeten we dus bij iedere tegenligger, zodra we het wit van de ogen kunnen onderscheiden, oogcontact zoeken, zodat we op het punt van passeren elkaar minzaam kunnen toeknikken, of, voor de extraverten onder ons, een joyeus ‘Hoi’ kunnen laten schallen. Het blijft een tamelijk vluchtig sociaal contact. ‘De kennismaking kon niet korter zijn’, schreef Piet Paaltjens. Rustig op de fiets je rijtjes repeteren voor Duits, voor jezelf de decimalen van pi opdreunen of de Bijbelboeken uit het Oude Testament, is er niet meer bij, want in de verte komt alweer zo’n blijmoedige pipo opdoemen die aanstalten maakt om te groeten. Gatver.

De overheid kan nooit eens iets ongemoeid laten. Op een andere ‘doorfietsroute’, langs de Helperzoom richting Haren, wordt de ene verkeersmaatregel op de andere gestapeld, als pleister op pleister op pleister, om te bewerkstelligen dat fietsers levend de afslag naar de Helperzoomtunnel kunnen passeren. Inmiddels liggen er drie verkeersdrempels, een paar duizend haaientanden en een stuk of wat vluchtheuvels, en moeten die leuke, milieuvriendelijke fietsers uit Haren drie keer een weg oversteken voor ze weer door kunnen trappen richting Groningen. Dat zijn tijdelijke maatregelen, die straks niet meer nodig zijn als de hele Helperzoom is verbouwd, maar je zult zien dat we elkaar over een jaar ook op deze route moete groete.

‘We hebben oog voor elkaar.’ Dat is een beetje wishful thinking van de provincie. We letten heus wel op, op de fiets, (die chagrijnige trosjes middle aged men in lycra daargelaten), maar contact zoeken is wat veel gevraagd. Zong Boudewijn de Groot niet: ‘Hoe sterk is de eenzame fietser?’ Heel sterk, maar laat hem dan wel met rust.

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws