Door de mand: Kees Vlietstra demonteert z'n kinderzitje

'Hé pap, wat krijg je eigenlijk betaald voor die columns van je?' Ik kijk mijn jongste zoon aan. Het is zaterdagavond laat en we rijden van Niekerk naar Meerstad. Financieel ambitieloos als ik ben zou ik het antwoord echt niet weten. Om wat tijd te winnen stel ik hem een wedervraag: 'Waarom wil je dat weten jongen?'

Nu kijkt hij me aan. Ik blijf op de weg letten. Rotonde bij Zuidhorn.

We zijn op terugreis van verjaardagsfuif van Taco Poelstra. Vijftig jaar. Van die halve eeuw zijn we zo'n drieëndertig jaar vrienden. Buiten op het terras van café De Halte in Niekerk vertel ik zijn vriendin Marloes dat ik zondag maar weer eens een columnpje aan De Cruijff van het Korfbal ga wijden. Merk aan de reactie van mevrouw Bellinga- puffend de ogen ten Westerkwartierse hemel richtend- dat ze daar nou niet echt op zit te wachten.

Jammer, had graag een bruggetje gemaakt tussen Taco zijn buitengewone talent voor sport en zijn laatste aankoop: een racefiets. Over hoe Taco in strak midlife acryl wielertenue door Sebaldeburen zou fietsen. En of hij de lokroep uit café Het Haventje zou kunnen weerstaan. Ik weet het antwoord wel. Maar zal het op verzoek van Marloes hier niet vermelden.

Terugreis naar Meerstad. Bij de Bauke Mollema Bult denk ik aan de Tour de France. Die is zaterdag begonnen. Benieuwd of Bauke de eerste dag goed is doorgekomen. En welke boeken Bauke mee heeft genomen naar Frankrijk. Bauke is een fervent lezer. Zal in de loop van de Tour wel ergens in een interview opduiken. Gebruik die lijstjes van Bauke als lezerstip. Vaak verrast door zijn keuze.

Thuisgekomen nog even de herhaling van De Avondetappe gekeken. Hoofdgast is de eerste Nederlandse Tour winnaar: Jan Janssen. Janssen mag graag praten. Vooral over zichzelf en zonder zelfspot. In alles tegenpool van onze boekenwurm Bauke.

Van Bau naar Lau.

Heb zin in de Tour. Vooral in de verhalen. Wielrennen is namelijk verhalensport nummer 1. Zondagochtend kijk ik naar aanleiding van een twitterbericht van Bert Wagendorp (dank corona dank, door u schrijft de Grote Bert weer over sport) de prachtige documentaire 'Zijn tweeëntwintig was nog schoon'. Oud profrenner Laurens ten Dam brengt in betoverende beelden een ode aan het boek 'De Renner' van Tim Krabbé. In de film rijdt Ten Dam de ronde die Krabbé beschrijft in zijn boek, de Ronde van de Mont Aigoual. Krabbé reed de wedstrijd in 1977, Ten Dam in coronatijd 2020. Donderdag eindigt de zesde etappe van de Tour op de Mont Aigoual. Kijken mensen, kijken. Etappe én film.

Heb het boek De Renner zeker vijf keer gelezen en na het zien van de roadmovie van Lau maar weer eens uit de boekenkast gepakt voor ronde zes. Een van de mooiste zinnen uit De Renner: 'De werkelijkheid mist de kern van de zaak; om een duidelijk beeld te geven heeft de werkelijkheid een hulpmiddel nodig, de anekdote.'

Ik smacht naar nieuwe anekdotes. Tot die tijd maar lekker de Tour volgen. Bijkomend voordeel is om tijdens zo'n lange bergrit ook af en toe eens lekker weg te dromen in herinneringen. Naar mijn eerste en laatste klimervaring op een fiets.

2008, De Keutenberg in Limburg. Onze jongste zoon zat voor me in een kinderzitje op het stuur. Mijn fiets had 7 versnellingen. In de 4 gaf ik er een snok aan. Jongste zoon gierde het uit. Na de eerste bocht liep de weg recht omhoog, meer dan 20%. stijgingspercentage. Vlietstra junior klapte vier keer met zijn hoofdje tegen het windscherm. Mijn toenmalige vrouw schreeuwde vanuit het peloton dat ik moest stoppen. Dat gebeurde vanzelf. Geheel buiten adem stapte ik af. Fiets en zoon gefrustreerd naar boven geduwd. De fietstocht vanaf de top was verder schitterend.

Toen de jongens in de caravan lagen te slapen heb ik het kinderzitje en windscherm gedemonteerd en in de zwoele avond een tweede poging gedaan om de Keutenberg te bedwingen. Nu in de eerste versnelling. Kwam zowaar tot de tweede bocht. Toen kwam de man met de klauwhamer. Het licht ging uit en een kwartier later werd ik wakker in de berm. Onder mijn fiets.

Mooie tijd. Terug naar de onze(kere). Diezelfde jongste zoon zat zaterdag dus naast me in de auto op de terugweg naar Meerstad. Rotonde bij Zuidhorn.

'Waarom wil je weten hoeveel ik verdien per column?,' vraag ik om tijd te winnen. 'O, gewoon. Er zijn zoveel mensen die me aanspreken over jouw columns. En je schrijft bijna altijd over mij. Ik verzin eigenlijk jouw verhaal.'

Ik glimlach en vraag nog even door. 'En wat heeft dat met de vergoeding te maken?'

'Nou,' zegt zoonlief. 'Voor wat hoort wat. Ik stuur je wel een tikkie.'

Deel dit artikel:

Recent nieuws