Column: Jeugdzonde

In mijn verhalenvakantie had ik veel tijd om te fietsen. Op mijn zwarte Italiaan - dat zwarte kan ik rustig schrijven want het is gewoon verf op een fietsframe - doorkruiste ik zinderende polders, stille dorpjes en wipte ik soms stiekem even over de grup.

Zo stak ik de Ems over en verwonderde mij over de grootsheid van heel misschien wel het laatste cruiseschip van Meyer Werft. Ik slalomde de schapen onder de Dollarddijk voorbij, richting het Ambonezenbosje.

Ik verloor mijn adem op een vroege zaterdagmorgen in Modderland. De sporen van een groot drama, waar ik op dat moment geen weet van had, tekenden zwart in de berm.

Ik vervloekte de eeuwige tegenwind van het Hogeland en stond stil bij het Mariabeeld tussen het Ruiten-Aa-kanaal en De Bruil. Ik slechtte de honderd kilometergrens met een bobbel op mijn voorband en in een weemoedige bui reed ik over verborgen paadjes naar mijn oude dorp op de grens van veen en klei.

Via Kampschutterslaan, Bovenpad en Bikkershorn stak ik over naar de Garstelaan. Ik vroeg me ineens - dik dertig jaar na het vertrek uit mijn dorp - af wat Kampschutters en Bikkers zijn. En waarom mijn oude dorp twee Bovenpaden kende en geen Benedenpad. Dat Garst een hoger gelegen zandrug is, opgestuwd in de ijstijd, had ik van hoofdmeester Garrel geleerd.

Op de Hogelaan, in het verlengde van de Garstelaan met de school met den Bijbel, zag ik mezelf weer fietsen als leutje rooie. De film met bewoners, huizen en gebouwen van toen speelde zich weer even af in mijn hoofd.

Derk ‘mit zien trekorgel’, kameraadje Henkie, jeugdleider Fekkie, Jose, t schierste wichtje van de school, jeugdhoaven, het voormalige catechisatiehuis van de kerk en Korhoane, de loodgieter op de hoek met zijn spierwitte haar.

Voorbij mijn oude school, die geen school meer is, voorbij het café, dat is gesloopt, voorbij de kerk en de statige boerderijen die er nog staan, sluipt er ineens een jeugdzonde in mijn hoofd. De jeugdzonde van Ko Bottelippe.

Ko Bottelippe, heette zo vanwege zijn grote lippen. ‘Zo dik as dij van n Zoeloe’, wist Henkie. Ko heette eigenlijk Hilgenga. ‘Hilngoa’ was het kortaf in het dorp. Maar meestal was het gewoon Ko en bij ons kwajongens was het Bottelippe.

Ko (Bottelippe laat ik hier even weg, want dat klinkt me ineens heel hard in de oren) was de man van de winkel van Sinkel. Ko was een stotterende, lieve man, eigenlijk te goed voor de wereld. In zijn winkel kon je werkelijk alles krijgen. Van zoethout tot kaarsenhouder, van Nijsblad tot hondenvoerbakje en van visdobber tot voetbalplaatjes.

Omdat Ko alles had, was de winkel ook heel erg vol. Stampvol. Je moest er heel voorzichtig zijn met keren, anders lag het pijpenrek of een jeneverglas op de grond. Ko stond altijd achter de al even volgepakte toonbank. Meestal werd hij geflankeerd door twee kleine, stokoude vrouwtjes met haar op de lip en kin.

In mijn herinnering waren dat zijn moeder en zijn tante, die bij Ko inwoonden. Maar dat zou best ook heel anders kunnen zijn. De oude vrouwtjes stonden altijd boven op je lip om te kijken wat jij kocht of wat waarschijnlijker is: dat je niks zou stelen.

Henkie vond dat laatste ook, want hij noemde de twee vrouwtjes steevast de ‘woakhonden van Ko’. Behalve winkelier was Ko ook nog fietsenmaker. Dat fietsen maken deed hij naast de winkel in de oude smederij.

Als kwajongens kochten wij bij Ko schuimblokken en salmiakpuutjes voor een kwartje, om in trainingsbroek en groenrubberen laarzen de Hoge Waaln, de houtwallen van het dorp, of het stro van boer Boekhorst op te zoeken.

Meteen vooraan in de winkel lagen in een groot rek aan de winkel de ‘boukjes’. Dat waren strips voor de jeugd en strips en tijdschriften voor volwassenen met titels als De Lach, Chick en Candy. Als kwajongens bleven we bij het ingaan en het verlaten van de winkel altijd even hangen bij het boukjesrek.

Als kwajongen verslond ik strips. Voor de goeie orde: die voor de jeugd. De Wondersloffen van Sjakie, Lucky Luke, Suske en Wiske en zo kan ik wel even doorgaan. Het was ook de tijd dat Ivanhoe, Tarzan en Zorro op televisie waren.

ik droomde ervan om ook superheld te zijn. Zorro was mijn man. Met zijn paard Tornado en doofstomme helper Bernardo aanbad ik Don Diego de la Vega, die bij onrecht veranderde in Zorro. Zo had ik een zwarte cape, zwart masker en zwarte hoed en een plastic degen.

Met dat plastic degen schreef ik als Zorro, met een handig vlugge streek het merkteken Z in het zwarte zand van onze moestuin.

Op een vrije woensdagmiddag moest ik van mijn moeder een nieuwe weckfles voor de Westerleese kersen op brandewijn halen bij Ko. Door de deur ging mijn blik automatisch naar het rek met de ‘boukjes’.

De gestalte van Zorro op één van de boekjes straalde mij tegemoet. Trillend van opwinding bladerde ik in de zwartwitte tekeningen met de avonturen van mijn superheld. Het was de allereerste strip van Zorro die ik zag. En die moest ik hebben. En meteen.

Maar die 1 gulden en een kwartje voor het boekje had ik niet. Alleen de rijksdaalder van mijn moeder voor de weckfles. Ik beet op mijn onderlip van teleurstelling. Na afgerekend te hebben bij Ko, bleef ik bij de deur weer even hangen bij het boukjesrek en bladerde nog even smachtend in Zorro.

Ik zette het boekje weer terug, keek nog even de winkel rond en zag dat Ko druk bezig was met vrouw Rademaker van verderop in het dorp. De ‘waakhonden’ waren in geen velden of wegen te bekennen. Zo ineens, in een schavuitige opwelling, stopte ik het stripboek onder mijn trainingsjasje en stapte met kloppend hart en weckfles onder de arm de winkel uit.

Eenmaal thuis verborg ik de strip onder de kast op mijn slaapkamer. ‘s Avonds toen ik in bed lag, haalde ik Zorro eronder vandaan, wilde er in gaan lezen, maar deed het niet.

Ko en zijn ‘waakhonden’ zijn allang dood. De winkel en de smederij hebben allang plaatsgemaakt voor een modern huis. Het Zorro-stripboek is er dik veertig jaar nog wel. Ik vond hem na mijn fietstocht in een oude doos op zolder tussen de Roel Dijkstra’s en Kuifje in Afrika.

Puntgaaf en ongelezen. Sorry Ko.

(Via deze weg ook nog dank aan columnist Jelger Staal, die mij de afgelopen zondagen op voortreffelijke wijze verving. Of nait din?)

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws