Column: Eerste en tweede klasse

De klassenloze maatschappij die Marx voor ogen had, is er nooit meer van gekomen, maar Arriva droeg deze week alsnog een steentje bij in de vorm van een klassenloze trein. En dat voor een kapitalistisch bedrijf! Zouden de hoge heren dan helemaal niet meer met Arriva reizen?

Als ze dat nog willen, moeten ze zich in die boemeltjes dus tussen het gepeupel wringen dat de tweede klasse bevolkt. De klasse waar je ongestraft kunt boeren en winden laten, luidkeels praten, maaltijdsalades naar binnen scheppen, voor zover dat met een kontmapje nog kan, keiharde muziek van dubieus allooi luisteren en modderschoenen neerleggen op de bank tegenover je. Parbleu, het is werkelijk affreus en abominabel.

En daar zit je dan tussen als lid van de eerste klasse, met je goede gedrag. Als je überhaupt kunt zitten, want dat commutervee heeft alle zitplaatsen natuurlijk al bezet met sporttassen, rugzakken en andere stuitende vormen van bagage. Niemand die voor je opstaat, want dat doe je alleen in de eerste klasse, waar het nooit nodig is. Een goede conversatie beginnen lukt ook niet, want niemand begrijpt zinnen met meer dan drie woorden, laat staan met een ondergeschikte bijzin.

Het is natuurlijk een kwestie van tijd voor onze eerste klassereiziger zelf ook zijn Santoni’s op de bank tegenover hem neervlijt en zijn Rimowakoffer naast hem, onder het slaken van een luidkeelse orale oprisping. Want net als water, stromen ook manieren naar het laagste punt. Na verloop van tijd is er geen klassenverschil meer te bespeuren en is de hele trein en later de hele samenleving één grote gezellige boerende en ruftende tweede klasse.

Misschien dat onze justitieminister Ferd Grapperhaus daar wel op anticipeerde, toen hij besloot om op zijn eerste klasse trouwerella tweede klasse normen te hanteren, met kleffe omhelzingen en een groepsfoto waarop niemand de gepaste afstand bewaart. Een huwelijk dat goed genoeg is voor Shownieuws, is trouwens uit zijn aard al een beetje proleterig. Grapperhaus was voor het gemak even vergeten dat adel verplicht.

De schampere reacties op Grappergate waren voorspelbaar. Quod licet Jovi, non licet bovi, was de teneur. Jupiter mag wat een rund niet mag, ofwel, die Grapperhaus denkt zeker dat hij alles kan maken omdat hij minister is. En terwijl in Nederland iedereen gelijk is voor de wet, krijgt uitgerekend een minister van justitie niet gewoon een boete maar doet hij een (aftrekbare?) aflaat, in de vorm van een gift aan het Rode Kruis.

Eigenlijk geldt voor bestuurders juist het omgekeerde: Quod licet bovi non licet Jovi. Wij runderen kunnen ons veel meer veroorloven zonder dat het ons de kop kost en juist Grapperhaus kan zich, in zijn voorbeeldfunctie, weinig vrijheden permitteren. Hij kan in de trein niet zijn schoenen op de bank tegenover hem leggen en hij kan ook niet zomaar even naar de hoeren, want dan komt hij weer in Shownieuws. (Vandaar ook wellicht het pleidooi deze week van zijn partijgenote, Anne Kuik voor een verbod op prostitutie, ook al kost dat het CDA zeker de helft van de kiezers. Maar dit even terzijde).

De beschadigde Grapperhaus is duidelijk afgezakt van de eerste naar de tweede klasse. Alleen al daarom blijft een eerste klasse altijd nodig, om nog enig aspiratieniveau te behouden. Een plaats waar juist Jupiter zijn schoenen niet op bank mag leggen.

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws