Gemeente Groningen: 'Wij zijn overvallen door de vechtpartij'

De politie rijdt door de binnenstad van Groningen
De politie rijdt door de binnenstad van Groningen © Patrick Wind
De gemeente Groningen zegt verrast te zijn door de vechtpartij tussen supportersgroepen zaterdagavond in de Groninger binnenstad. In de Grote Kromme Elleboog gingen Duitse en Groningse voetbalfans met elkaar op de vuist.
Daarbij sneuvelden onder meer terrasmeubilair, fietsen en glaswerk. De vechtpartij duurde maar kort, binnen de kortste keren waren de relschoppers gevlogen. De politie heeft niemand aangehouden.

Noodbevel

De gemeente Groningen had uit voorzorg de supporters van Arminia Bielefeld - de oefentegenstander van FC Groningen zondagmiddag - al verboden naar de wedstrijd te komen. 'We hadden aanwijzingen dat er zondag rondom de wedstrijd mogelijk iets zou gebeuren. Om die reden hadden we voor de zondag een noodbevel afgevaardigd zodat de politie de mogelijkheid heeft mensen weg te sturen', legt Hans Coenraads, woordvoerder van burgemeester Koen Schuiling uit.
Voor de zaterdagavond had de gemeente volgens Coenraads geen enkele aanwijzingen dat er iets zou gebeuren. Er was daarom geen extra politie aanwezig in het centrum op het moment van de vechtpartij. 'We zijn er door overvallen', geeft Coenraads toe. De gemeente heeft direct na de vechtpartij het noodbevel dat al klaar lag naar voren gehaald. Het werd per direct van kracht.

Wedstrijd

Op dat moment waren de betrokkenen bij de vechtpartij al gevlogen. Waar die heen zijn gegaan, is niet bekend bij de gemeente of politie. De gemeente zegt geen aanwijzingen te hebben dat het rond de wedstrijd weer misgaat. Over extra veiligheidsmaatregelen laten de gemeente en politie niets los, behalve dat het noodbevel van kracht is. Een afgelasting van de wedstrijd is volgens Coenraads nooit aan de orde geweest. 'We laten zoiets niet verpesten door een kleine groep.'
De getroffen horeca-ondernemers in de binnenstad zitten ondertussen nog wel met de schade. 'Mocht er behoefte zijn aan contact met de gemeente, dan kunnen ze dat via de bekende kanalen aan ons kenbaar maken. Dan kijken we wat we kunnen doen', besluit Coenraads.