Beno Hofman schrijft boek over 400 jaar oude Niewe Stadt

De stad Groningen was tot de 17e eeuw niet veel groter dan het gebied dat omsloten wordt door de Diepenring. Rond 1620 verdubbelt de oppervlakte als begonnen wordt met de aanleg van wat nu de Hortusbuurt is.

In zijn nieuwste boek 400 jaar Niewe Stadt beschrijft stadshistoricus Beno Hofman het ontstaan en de geschiedenis van die buurt.

Het was de zwakke plek in de verdediging van de stad, het laatste stuk Hondsrug ten noorden van de binnenstad. Bij militaire dreiging kon een groot gebied rond Groningen onder water worden gezet, maar dat stukje Hondsrug zou de vijand vrij toegang bieden.

‘Onder Prins Maurits was Groningen net onderdeel geworden van de Republiek der Verenigde Nederlanden’, vertelt Beno Hofman in zijn huis aan de rand van de Hortusbuurt. ‘Prins Maurits had aan den lijve ondervonden dat Groningen een belangrijke vesting was en dus moest er nieuwe vestingwerken komen.’ De resten van die vestingwerken zijn nog altijd terug te zien in de vorm van het Noorderplantsoen, de rand van de Hortusbuurt.

Vandaar die mooie rechte straten

De aanleg van de ‘Niewe Stadt’, zoals de uitbreiding door het stadsbestuur werd genoemd, is volgens Hofman voor die tijd vooruitstrevend aangepakt. ‘Het is de eerste stadsuitbreiding die volgens planning verliep.

Het stadsbestuur bepaalde van te voren waar bijvoorbeeld straten moesten komen. Vandaar ook die mooie rechte straten zoals de Nieuwe Boteringe- en Ebbingestraat.’ Op de vele oude kaarten en tekeningen in het boek van Hofman is de ontwikkeling te zien.

Haat-liefdesrelatie met de universiteit

In het eerste gedeelte van 400 jaar Niewe Stadt beschrijft de Groninger stadshistoricus de geschiedenis van de Hortusbuurt daarna gaat hij op een aantal onderwerpen dieper in. Zoals de haat-liefdesrelatie die de buurt heeft met de Rijksuniversiteit van Groningen.

‘In de jaren ’60 waren er plannen van de Universiteit om de halve wijk te slopen en meer panden zoals aan de Grote Kruisstraat te bouwen. Dat is in 1972 dankzij het college onder leiding van Max van den Berg voorkomen.’

Betovergrootvader Pieter Hofman, de touwslagersknecht

Tijdens zijn onderzoek voor het boek ontdekte Hofman dat zijn eigen familie innig vergroeid is met de Hortusbuurt. ‘Ik ben er achter gekomen dat 250 jaar geleden mijn verst bekende voorouder zich hier als koemelker heeft gevestigd aan de Nieuwe Kijk in 't Jatstraat. Alle generaties Hofman daarna, ik ben de zevende generatie, hebben in dit deel van de Hortus gewoond.’

Zelf woont hij aan de Noorderbinnensingel, pal naast het plantsoen. ‘Als ik hier uit mijn raam kijk dan zie ik mijn betovergrootvader, Pieter Hofman, als touwslagersknecht hier op de lijnbaan.’

Het boek Niewe Stadt, 400 jaar Hortusbuurt – Ebbingekwartier verschijnt bij uitgeverij InBoekvorm uit Assen.

Deel dit artikel:

Recent nieuws