Deze dag: Opkomst en ondergang van strokarton

Het initiatief kwam van een huisarts in Hoogezand: Jacob Jan Beukema. Hij vond zijn zwager, de scheepsbouwer Roelof Hooites, bereid te investeren in wat de eerste ‘stroofabriek’ van de provincie Groningen zou worden. Die verrees aan het Winschoterdiep in Hoogezand, in 1869.

Het einde kwam met een klap - of eigenlijk twee - op deze dag in de geschiedenis, 19 september 1980.

Op deze dag ontbrandde een springstoflading met een soort van ‘plof’ om twee minuten over twee ’s middags, die de 56 meter hoge fabrieksschoorsteen langzaam deed omvallen. Even later volgde met een veel zwaardere klap het hoofdgebouw van de fabriek. Daarvoor was het gebruik van ruim 50 kilogram iremite (een soort dynamiet) nodig.

Na beide explosies 'oogstte springmeester Ellens spontaan een applaus van het duizendkoppige publiek', schreef de verslaggever van het Nieuwsblad van het Noorden. De springmeester reageerde opgelucht, want ondanks al zijn ervaring bekende Jaap Ellens achteraf 'dat ik in de nacht voordat ik zoiets opblaas, weinig slaap'.

Al in april 1977 was de productie bij ‘Hooites Beukema’ voorgoed stop gezet. Op het laatst werd er nog 80 ton strokarton in de week gemaakt door honderd man personeel. In betere tijden was dat meer dan 320 ton in zeven dagen geweest. De laatste directeur, Daniel Gruis, omschreef de economische malaise waarin hij was terechtgekomen als volgt: 'de kartonfabrieken snijden mekaar de hals uit op het ogenblik'. Ooit trokken ze samen op in de ‘Nesso’, maar dat verkoopkantoor was opgedoekt. Volgens Gruis 'de doodsteek', want tot die tijd werd er goed samengewerkt, wat resulteerde in prijsafspraken en productieregelingen.

Er werden vanaf de jaren zestig zware eisen gesteld aan de ‘vuilwaterregeling’; die konden oplopen tot een kostenpost van een miljoen gulden per jaar. Bovendien had de kartonmarkt een nog niet eerder gekend dieptepunt bereikt. De firma kon het niet meer bolwerken. De laatste voorraden karton werden verkocht aan Engeland, die andere grootmacht in het strokarton.

Na de oorlog deed Hoogezand het al eens eerder een tijdlang zonder de fabriek. Op een vroege zondagochtend in juli 1950 brak brand uit, vermoedelijk door laswerkzaamheden op de hakselzolder. Honderd brandweerlieden wisten kantoor, ketelhuis en papierbanen nog te behouden. In die tijd was het vanzelfsprekend, dat de schade zo snel mogelijk werd hersteld.

Meijering en Benus uit Stadskanaal beginnen nog geen zes weken later aan de klus. Ze bouwen een grotere, gemoderniseerde fabriek. De capaciteit is met een derde verhoogd. Als de productie wordt opgestart, is de kartonprijs inmiddels verdubbeld. Er volgen wellicht de beste jaren uit het bestaan van de Hoogezandster strokartonfabrikant.

Een eeuw is verstreken, sinds een huisarts zonder enige ervaring begint om ‘stropapier’ te maken. Aangemoedigd door goede verhalen uit Friesland, waar op dat moment de enige fabriek in Nederland staat. Vlak over de grens in Leer zijn dan zes fabrieken gevestigd. Groningen volgt; behalve in Hoogezand en Sappemeer kiezen producenten vooral Oude Pekela om zich te vestigen. Stro, schoon oppervlaktewater en menskracht zijn daar in ruime mate beschikbaar.

Gehakseld stro , vermengd met kalkmelk, in bolkokers gestampt en vervolgens gedurende een aantal uren met stoom verhit. Dan wordt het verdund, gemalen, gezeefd, geperst en gedroogd. Tot er een sterk verpakkingsmateriaal van over blijft. De oorsprong van dat ingewikkelde procedé is niet goed meer te achterhalen.

Hoe dan ook: duizenden arbeidersgezinnen in de Veenkoloniën hebben er een eeuw lang mee gewerkt, hun brood mee verdiend. Het einde voor de eerste Groningse fabriek kwam op deze dag, 19 september 1980. Het zou ook het begin van het einde zijn, van wat een bloeiende industrietak in Groningen is geweest.

Meer over dit onderwerp:
dezedag
Deel dit artikel:

Recent nieuws