Column: Dringend advies

Het aantal gesignaleerde mondkapjes in winkels en andere publieke ruimtes loopt weer op na het daartoe strekkende ‘dringende advies’ van het kabinet. Als je iets maar dringend genoeg adviseert, zet je zelfs een eigenwijze kudde Nederlanders in beweging.

Opvoedkundig is het niet zo mooi. We leerden als kind altijd dat je iets vriendelijk moet vragen, of beter nog, helemaal niet vragen, alleen een beetje wijzen en suggestieve opmerkingen maken. Maar nu krijgen we door dat een dringend advies effectiever is: ‘Mam, ik adviseer je dringend om mij een nieuwe PlayStation te geven.’ ‘Anders….?’ ‘Doe het nou maar gewoon, het is echt een dringend advies.’

Omdat we kuddedieren zijn, die elkaar graag nabootsen, nabauwen, retweeten, delen, en liken, zag je na dat dringende advies al snel wat gedweeë consumenten met een mondkapje rondwinkelen in de Albert Heijn, zich onbewust dat zij de hippe early adopters zijn van een massabeweging die nu in gang is gezet. Maar ook individuen die een paar weken geleden nog stellig verkondigden dat zij niet ‘vrij konden ademen’ (‘free the piemel!’) met een mondkapje voor, kunnen dat ineens toch, en columnisten die eerder nog grapjes maakten dat hun bril ervan besloeg, zijn vanaf heden mondkapjesadepten. Wie over een week of wat nog zonder mondkapje in een publieke ruimte loopt, zal zich voelen als een man in zwembroek op een naaktstrand.

De volgende fase wordt de ontwikkeling van een mondkapjesmode, want ook van een ‘dringend advies’ kun je iets leuks maken. Er zijn al maanden allerlei artistieke ontwerpen verkrijgbaar, en overal zie je tips om je eigen ontwerp te maken, maar als ze massaal worden gedragen is het nóg belangrijker om je met je mondkapje te onderscheiden, want ook kuddedieren zijn allemaal individuen. Gestreepte mondkapjes, gespikkelde mondkapjes, mondkapjes met wijde pijpen, zijden mondkapjes, elektrisch gekoelde mondkapjes, kontmapjes, mondpakjes, mandkopjes, mondkapjes met een QR-code, zodat de horeca meteen weet wie je bent, en waar blijft bijvoorbeeld het model ‘haatbaard’?

En voor RIVM-baas Jaap van Dissel is er het model ‘Jaap van Dissel’, opdat niemand ziet dat ook hij een mondkapje draagt. Want zelfs wanneer bijna alle Nederlanders, bemondkapt en wel, tevreden hun boodschappen doen, zal hij nog altijd mokkend zijn ontsmette winkelwagentje door de supermarkt duwen. Van anderhalve meter afstand kun je hem achter het Jaap van Dissel-kapje horen mompelen: ‘Het is een politiek besluit maar het helpt niet, hoor, ik zeg het toch al een half jaar? Dit heeft een buitengewoon gering effect.’ De aerosolen die daarbij vrijkomen, belanden gelukkig in zijn baardje.

Van Dissel zal wel stiekem hopen dat het aantal besmettingen na dit dringende advies blijft toenemen, zodat hij bij een donkerpaars uitslaande coronakaart zijn kapje kan afrukken en triomfantelijk zeggen: ‘Zie je wel, ik heb toch gelijk gehad.’ Want voor wetenschappers is gelijk krijgen het hoogste en het ongelijk toegeven het ergste.

Het gaat de komende maanden in de publieke ruimte niet om gelijk hebben, maar om hoffelijkheid. Wie nu uit gelijkhebberigheid om zich heen gaat aerosoleren bij de bakker of in de supermarkt, heeft misschien Jaap van Dissel op anderhalve meter aan zijn zijde, maar is wel een lomperik. Rekening houden met de coronavrees van anderen is niet verplicht, maar het zou eigenlijk geen dringend advies behoeven..

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws