Door de mand: De dag dat Kees Vlietstra op herkansing mocht

Donderdagavond. Op de terugweg naar huis rij ik voor de Stadjershal langs. Er staan twee vrouwen voor het zebrapad te wachten. Tennisracket onder de arm. Gravelschoenen in de hand. Ik stop en laat de dames oversteken. Ze knikken vriendelijk. Heb ineens zin om te tennissen.

Op de ringweg doe ik de radio aan. Spinvis is te gast in het cultuurprogramma Kunststof. Fijne uitzending. Erik de Jong vertelt mooi over zijn muziek en leven. De presentator Gijs Groenteman is direct, Spinvis laat zich niet opjagen. Ze praten over een liedje van de zanger. De dag dat Richard Krajicek Wimbledon won. Mooie titel. Thuis in Meerstad luister ik het nummer via YouTube. Niet mijn kopje thee maar de titel blijft mooi. De dag dat Richard Krajicek Wimbledon won.

In gedachten vlieg ik naar zondagmiddag 7 juli 1996. Vriendin ligt te slapen in ons koepeltentje. We staan ergens op een camping in Luxemburg. Het regent. Ik stap onhandig de tent uit en loop naar de kantine. Die is leeg op de barman en een oud mannetje aan een tafeltje na. Het oude mannetje kijkt tv. De Wimbledon-finale staat op het punt van beginnen. Krajicek-Washington. Vlak voor de toss springt er een streaker over de omheining en rent met huppelende lichaamsdelen voor de schaapachtige kijkende tennissers langs. New balls please, roept mijn buurman...

De eerste set wordt meerdere malen onderbroken voor een regenpauze. In één zonpauze loop ik snel terug naar de tent. Wil vragen of vriendin mee komt kijken naar Nederlandse sportgeschiedenis. Ze slaapt. Tijdschrift Viva ligt opengeslagen op haar buik. Ik laat haar slapen. Ga weer terug naar Richard. Die wint ook de tweede set. Het oude mannetje geeft een rondje voor de hele zaak. We proosten met zijn tweeën. Snel nog even naar de tent. Ze moet dit toch ook zien.

Historisch, de eerste Nederlander die Wimbledon gaat winnen. Ze slaapt nog steeds, ze ligt inmiddels op haar zij. Ik sprint weer terug naar mijn nieuwe vriend. Krajicek wint de derde set. Game, set and match. Hij laat zich achterover vallen op het heilige gras. In de ereloge straalt Daphne Dekkers. Ik geef een rondje voor de hele zaak. Als het stopt met regenen loop ik gelukzalig naar de tent. Vriendin is aan het koken op zo'n onhandig gasstelletje. Tricolore, met spekjes en Luxemburgse roomkaas. Het ruikt heerlijk. Ja, het was een mooie dag. De dag dat Richard Krajicek Wimbledon won.

Mooie tijden. Terug naar de onze(kere). Terug naar afgelopen woensdag. Tennis op Roland Garros. Kiki Bertens speelt een onwerkelijk partij tegen de Italiaanse Sara Errani. Kiki heeft het koud, heeft last van haar bovenbeen en schiet tussen de games in een letterlijke kramp. De wedstrijd is een slijtageslag. Kiki laat de fysio haar behandelen. Ze speelt met een grimas, rekt tijd, en wil eigenlijk niks liever dan een warm bad in haar hotel. Toe Sara, maak me af dan kan ik weg zie je haar denken. Maar de Italiaanse heeft ook moeite. Met zichzelf.

Om en om leveren de beide tennissters hun eigen service game in. De service van Errani is potsierlijk. Ze heeft moeite met de bal recht omhoog gooien waardoor ze niet bovenhands kan serveren. Uit pure wanhoop slaat Errani meerdere keren dan maar een onderhandse service. Bertens weet ondanks de kramp daar wel raad mee. Uiteindelijk wint de Nederlandse in drie sets. Errani is woedend om zo veel toneelspel en weigert Bertens te feliciteren. Ze stampvoet richting de kleedkamer. Bertens wordt in een rolstoel naar binnen geduwd.

Door die onderhandse service van Errani dwaal ik ook hier weer terug in herinneringen. Terug naar de tennislessen op de ALO. Begin jaren 90, Krajicek was upcoming. We tennisten in de Stadjershal. Docent: de heer Henk Schuster. Old school. Schuster deed iets voor en wij moesten dat nadoen. Fore- en backhand, top- en backspin, volley, lob en uiteraard de service. Na zes lessen ging de heer Schuster in zon hoge umpire stoel zitten en nam hij het praktijktentamen af. Vanuit die hoge stoel overzag hij de gehele zaal en gaf hij cijfers aan de studenten. Klas 1D ging op voor een cijfer voor techniek.

Vlak voor dat praktijktentamen speelde ik als warming-up met mijn kameraad Henri ten Velde een zelfbedacht spel. We stonden beide in een service vak tegen over elkaar. Net ertussen. Ik sloeg onderhands op. Een pisboogje. Op het moment dat de bal boven het net hing riep ik: 'Willy Loos!' Henri stapte in de bal en sloeg de bal met een noodgang over veld 2 en 3 recht op het reclamebord boven de kantine. Op de L van Willy Loos.

15-0, schreeuwde Henri terwijl hij een andere bal van de grond raapte. Met een pisboogje sloeg hij die bal over het net. 'Mijn beurt. Sjoerd van de Baan!', riep hij. In een flits draaide ik me om en met een dubbelhandige backhand roste ik de bal richting het reclamebord van de sportwinkel. Net boven de umpirestoel van Schuster. Rakelings vloog de bal langs het vrolijke hoofd van de sympathieke docent en klapte op de S van Sjoerd. 'Hoppa!', schreeuwde ik. 15 gelijk.

Zo gingen we nog een tijdje door. Om ons heen sloegen de klasgenootjes de ballen met verschillende technieken over het net. Dat ontging ons. Wij zaten helemaal in ons eigen spel. Hema, Vroom & Dreesman, In de Jacobijn, Rabobank. Een uur lang waren we honkballers in de Stadjershal. Henri won. Na een slopende tiebreak.

Oké, dames en heren, riep Schuster vanuit zijn stoel. Kom maar even verzamelen. En de ballen ook. Alle klasgenoten maakten een halve cirkel voor de stoel. Op alfabetische volgorde liep hij de lijst door.

Achternaam gevolgd door het cijfer. Pool, een zes. Tebben, een acht. Teelken, een zes. Reitsma een vijf. Wieldraaier, een negen.

Ik stond naast Henri. Rooie kop. We keken elkaar schouderophalend aan.

'O ja', zei Schuster toen iedereen richting kleedkamer liep. 'Vlietstra en Ten Velde. Ik weet niet waar jullie mee bezig waren, het zag er leuk uit maar daar kan ik natuurlijk geen cijfer voor geven. Kom in periode vier maar herkansen. Prettig weekend heren.'

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws