'Gemeente Groningen onderzoekt eigen verleden rondom Joods vastgoed'

De synagoge in de stad Groningen
De synagoge in de stad Groningen © Jos Schuurman/FPS
De gemeente Groningen is een van de twintig gemeenten die onderzoek gaat doen naar de manier waarop ze tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zijn omgegaan met Joodse huiseigenaren en hun nabestaanden.
Dat blijkt uit een rondgang van de redactie van Monitor en het journalistenplatform Pointer van de KRO-NCRV.
Tijdens de oorlog werden huizen van gedeporteerde Joden vaak onteigend en doorverkocht. De 20 gemeenten gaan onderzoeken of er belastingen op deze huizen is geheven terwijl de Joodse eigenaren er niet woonden.
Sommige kregen bij terugkomst alsnog een naheffing van de gemeente voor de toenmalige variant van de onroerendezaakbelasting. Ook nabestaanden van vermoorde Joden werden met dit soort belastingen geconfronteerd.

Vastgoedboeken

De Monitor en Pointer hebben enige tijd geleden de zogenaamde 'Vastgoedboeken' van de Duitse bezetter gedigitaliseerd. Tijdens de bezetting werd veel vastgoed dat Joden bezaten onteigend en doorverkocht. Deze transacties werden bijgehouden in deze Vastgoedboeken. Op een website kun je nazoeken om welke huizen het gaat. Naar aanleiding van dit onderzoek werd ook de al langer slepende kwestie van de ten onrechte geheven belastingen weer actueel.

Navolging

Al eerder hebben Amsterdam, Den Haag en Rotterdam een onderzoek gedaan naar deze omstreden belastingheffing. Deze steden hebben naar aanleiding van dat onderzoek zo’n 14,6 miljoen euro uitgekeerd aan nabestaanden en Joodse organisaties. Vaak betrof dit ten onrechte geinde erfpacht.
Een grondhuurconstructie die in Groningen niet of nauwelijks voorkomt. Hoe en wanneer de gemeente Groningen dit gaat onderzoeken is onduidelijk. Of er uit die tijd nog documenten in de archieven zijn bewaard is ook niet bekend.