Door de mand: Kees Vlietstra stoort zich aan het gedoe van Nadal

Wanneer moet de rijst erin pap? vraagt mijn jongste zoon. Hij hangt met zijn gezicht boven de pan met water op de keramische kookplaat. Als het water kookt jongen, antwoord ik.

Ja lekker dan, reageert hij. En hoe weet ik of het water kookt?

Als het water borrelt dan kookt het, verzucht ik.

Hij kijkt me lachend aan. Volgens mij borrelt het nu. Ik ben er wel een beetje klaar mee.

Nou, dan flikker je de rijst erin. Koken is koken.

Kijk pap, dat zijn duidelijke aanwijzingen. Dat is coachen, daar hou ik van, antwoordt zoonlief. Moet je trouwens zo poepen?

Ik ben direct op mijn hoede. Rare vraag. Wedervraag stellen, tijd winnen.

Nee, hoezo jongen?

O, dacht ik, zegt hij glimlachend. Want zo kijk je wel.

Voor de vorm ga ik naar de wc. Daar dwaal ik af in herinneringen. Herinneringen over coachen en koken. Over koken en coachen.

Dos46 1-Nic.1, zondag 14 september 2008.

In Nijeveen coach ik het eerste team van mijn geliefde korfbalclub Nic. Het gaat niet zo goed. Dos is beter. Er zijn veel Nic.-ers te kijken. Toen mocht dat nog. Die moedigen ons op zijn Stad Gronings aan: Toe nou butjes!

Vlak na een time-out hoor ik mijn oudste zoon gillen van plezier. Hij speelt met een bal achter de dug-out. Zijn moeder spreekt onze vijfjarige toe:

Nee Toon, je mag nu even niet naar pappa.

Waarom niet?, reageert de kleuter waarop mamma antwoordt:

Pappa is aan het werk. Pappa is aan het coachen.

Tien seconden later steekt Toon toch zijn bebrilde koppie om de hoek van de dug-out, kijkt me aan en vraagt:

Maar pappa, wat ben je aan het koken?

Mooie tijden, terug naar de onze(kere). Nog steeds op de wc. Op m'n mobiel volg ik via Twitter Mischa Visser. De oud-coach van Be Quick is nu bondscoach van het Nederlands Elftal onder 17 jaar. Hij tweet een linkje. In de podcast Winnaars Podcast vertelt de sympathieke Groninger dat er in zijn coachvisie een verschil is tussen korte en lange termijndoelen en dat er daarom een verschil is tussen winnen en winst boeken. Mooi gesprek. Verplichte kost voor alle jeugdtrainers.

Terug in de kamer volg ik, na het handen wassen, de halve finale op Roland Garros tussen Schwartzman en Nadal. De Spanjaard is oppermachtig en plaatst zich schijnbaar makkelijk voor de finale. Zijn dertiende. Ongelofelijk knap. Respect. Maar toch stoort het me. Dat gedoe. Dat gefrunnik. Dat maniakale. Ga maar na:

Nadal loopt nooit over de witte lijnen van het veld, aanraken brengt ongeluk, en zet altijd zijn rechtervoet eerst. Verder zet hij altijd twee waterflesjes klaar, op precies dezelfde manier. Eén met koud en één met lauw water. De etiketten horen in de richting van zijn eigen baseline te staan. Tijdens de baanwissel neemt hij uit elk flesje een slok. Bij het terugzetten moet de afstand tussen de flesjes precies gelijk blijven.

Nadals sokken moeten gedurende de hele wedstrijd tot precies dezelfde hoogte opgetrokken zijn. Bij de serve plukt hij altijd aan zijn neus, doet zijn haar achter zijn oren en doet z'n broek goed.

Onderzoek laat zien dat sporters die een bepaalde routine hebben wel degelijk beter presteren, zegt sport- en neuropsycholoog Patrick van der Molen. Daarom leren veel topsporters een pre- en een post-performance routine; een set van handelingen die hen een bepaalde focus geeft zodat ze zich beter kunnen concentreren of met een verlies om kunnen gaan. Sommige experts stellen echter dat Nadal echt aan dwangneuroses lijdt, maar dat spreekt hij zelf met klem tegen.

Als ik altijd hetzelfde doe, betekent dat dat ik gefocust en alert ben en alleen maar aan mijn tennis denk.

Pff, word ik moe van. Tuurlijk, ik had als sporter ook wel rituelen voor aanvang van een wedstrijd maar die waren nog enigszins hanteerbaar. Als korfballer en later als woeste rechtsback van Engelbert 3 speelde ik met het motto: Als ik val dan sta ik op en als ik sta dan val ik op. Ging eigenlijk best wel goed. Als ik stond tenminste.

Zaterdag. Na vijf uur live streams van korfbal- en voetbalwedstrijden gekeken te hebben maak ik me op voor mijn eigen wedstrijd: Nic.1-AVO 1. Avondwedstrijd zonder publiek. Blijft surrealistisch. Klote corona.

Maar goed, vlak voordat ik de voordeur dicht trek schreeuw ik nog even naar zolder: Hé Nickie! Ik ga weg. Moet coachen. Je kan de wedstrijd via live stream volgen. Moi!

Hij schreeuwt terug: Succes pap!

Drie uur later. Ik kom vol adrenaline thuis. Geen derde helft geeft ontwenningsverschijnselen. Jongste zoon is nog steeds op zolder. Trainen aan de gewichten. Hij heeft geen livestream gekeken.

En, hoe ging het? schreeuwt hij.

Gewonnen, schreeuw ik terug. Het was een wedstrijd van niks.

Maakt niet uit pap. Winnen is winnen. Ga je zo koken?

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws