Analyse: Knipperende dashboardlampjes

Het lijkt een omslagpunt in de coronacrisis: met de nieuwe routekaart weten bestuurders wat ze te doen staat als de dashboardlampjes rood knipperen. Maar die lampjes knipperden al weken en we grepen niet, of in elk geval sterk onvoldoende in. Gaat dat nu wel gebeuren?

De persconferenties van het kabinet zijn elke keer volgestopt met beeldspraak. In het begin van de coronacrisis navigeerden op de achteruitkijkspiegel. Er was dringend behoefte aan een dashboard. Want we wilden zien hoe hard we reden en in welke versnelling.

In juni kreeg onze auto eindelijk de langverwachte upgrade. We hadden de eerste golf net achter ons en moesten met dat coronadashboard ‘klaarstaan voor een nieuwe opleving’, zei minister De Jonge.

Het dashboard zou alarm slaan. Zijn er ergens opvallend veel positieve tests? Te veel ziekenhuisopnames? Met een plaatselijke ingreep kon het ‘nieuwe normaal’ in de rest van het land blijven bestaan.

‘Hit hard, hit early’, zei arts-microbioloog Alex Friedrich van het UMCG al vaker. Hoe eerder je hard ingrijpt, des te meer effect het heeft en hoe sneller je de teugels weer kunt laten vieren. Je moet ingrijpen als mensen nauwelijks iets merken van het virus. Mensen zullen zeggen: was dat nou wel nodig?

Het is net als bij een auto. Het is beter om de olie te verversen voordat de auto erom vraagt. En als de lampjes branden, moet je het écht even doen. Die verantwoordelijkheid ligt bij bestuurders. Zij moeten de olie verversen. Maar ze deden het niet.

Landelijke staan de signaalwaarden al tijden diep in het rood. We leven inmiddels in een land waarvoor het scenario ernstig tot zeer ernstig geldt. De volgende stap is een nieuwe lockdown. Pas nu heeft het kabinet de routekaart klaar die ons door de verschillende stadia heen moet loodsen.

In Groningen is het aantal besmettingen half september al de drempelwaarde van 7 besmettingen per 100.000 inwoners per dag gepasseerd. Een dag later zegt burgemeester Schuiling dat hij ziet dat ‘er een groot probleem begint te ontstaan’.

Dat was het moment om hard in te grijpen. Maar Schuiling koos voor een gesprek met studentenverenigingen. Een week later zegt hij dat hij ‘niet zit te wachten’ op drastische maatregelen als bekend wordt dat Groningen op korte termijn naar fase ‘zorgelijk’ gaat. Op het moment dat we hier echt ‘zorgelijk’ zijn, kiest hij voor ruime uitzonderingen op nieuwe landelijke maatregelen.

Zo stoeien regiobestuurders overal in het land met hun verantwoordelijkheden terwijl dashboardlampjes alarm slaan. Als het kabinet uiteindelijk ingrijpt zijn ze overdonderd. Op een maandagmiddag horen ze dat de horeca na tien uur dicht moet en dat we niet meer in grote groepen bij elkaar mogen komen. En die mondkapjes? Doe die toch maar. Schuiling en zijn mensen moeten het maar zien te regelen.

Vrijwel direct spreken specialisten hun twijfel uit: is dit pakket wel streng genoeg? Nee, zo blijkt. Dagrecords sneuvelen, ziekenhuizen schalen hun reguliere zorg af en patiënten worden weer verspreid over het land.

Inmiddels zijn we één stap verwijderd van een lockdown. De routekaart is klaar. De komende maanden weten we vooraf welke maatregelen horen bij welk stadium van het virus. Voor nu hebben we er niks aan. We sturen nog altijd op de achteruitkijkspiegel en proberen de mist uit te rijden.

Het had niet gehoeven. Als we maar bijsturen als de waarschuwingslampjes erom vragen.

Meer over dit onderwerp:
coronavirus zorg
Deel dit artikel:

Recent nieuws