Groningers herdenken negen tijdens Eerste Wereldoorlog gestorven Engelse militairen

Vijf Groningers hebben zondag een krans gelegd op de Zuiderbegraafplaats in de stad. Ze herdenken negen gestorven Engelse militairen die tijdens de Eerste Wereldoorlog vier jaar lang in het Engelse Kamp in Groningen woonden.
De Engelsen herdenken traditiegetrouw op 11 november hun gevallenen omdat dat de datum is waarop in 1918 de Eerste Wereldoorlog eindigde. De daadwerkelijke herdenking is altijd op de zondag het dichtst bij die 11de november.

Krans met de herdenkingsklaproos

De laatste jaren waren er ook altijd Britten bij de herdenking in Groningen, maar door de restricties vanwege het coronavirus kon dat dit jaar niet. Menno Wielinga plaatste daarom samen met zijn dochter en een aantal vrienden de traditionele Engelse krans met daarop de herdenkingsklaproos.
De kranslegging bij de negen Engelse graven
De kranslegging bij de negen Engelse graven © Mario Miskovic / RTV Noord
Wielinga heeft een fascinatie voor de tijd waarin de Engelsen in Groningen woonden. Hij schreef er een boek over. 'Op 11 oktober 1914 kwamen 1500 mannen van de First Royal Naval Brigade aan in Groningen', vertelt hij bij de graven. 'Ze moesten zich terugtrekken uit België. Toen ze de Nederlandse grens overstaken, werden ze voor de duur van de oorlog geïnterneerd in een kamp in Groningen.'

Negen begraven in Groningen

In Groningen werd een barakkenkamp gebouwd op het terrein van de toenmalige Rabenhauptkazerne. Na de oorlog keerden de meeste Engelsen terug naar huis. Negen militairen stierven tijdens hun verblijf in Groningen en werden begraven op de Zuiderbegraafplaats.
De krans kreeg Wielinga opgestuurd van een Engelse vriend. 'Die is hier de laatste twee jaar geweest, maar dat ging dit jaar niet.'
Een van de negen Engelse graven
Een van de negen Engelse graven © Mario Miskovic / RTV Noord

Niet vergeten

De verhalen over het Engelse Kamp zijn een persoonlijke hobby geworden van Wielinga, maar hij vind het belangrijk dat meer mensen deze periode herdenken. 'Het is onderdeel van onze geschiedenis', vertelt hij. 'Hier is echt wel wat gebeurd toen die 1500 meestal jonge kerels hier kwamen.'
'We moeten dat niet vergeten. Ik hoop dat iemand de herdenking later wil overnemen, maar zolang ik het kan ben ik hier elk jaar. Ik zie het als mijn morele plicht.'