Groninger in Nieuw-Zeeland: 'Het gaat goed, lekker leven hier!'

Tjalling Overdijk op zijn balkon in Queenstown
Tjalling Overdijk op zijn balkon in Queenstown © Eigen foto
Tjalling Overdijk uit Noordbroek woont sinds twee jaar in Nieuw-Zeeland. Een half jaar geleden vertelde hij op Radio Noord hoe hij de lockdown daar beleefde, maar inmiddels is alles anders. 'Het gaat goed, lekker leven hier!'
In de radiorubriek 'Bellen met het buitenland' spreekt Edwin Pasveer elke ochtend met een Groninger die is geëmigreerd. Die Groningers vertellen onder meer over de situatie rond corona in hun nieuwe thuisland.
Overdijk woont en werkt in de stad Queenstown. Hij verdient zijn brood als 'deurman' (portier) en treedt als muzikant op in lokale kroegen. En dat kan weer, anders dan een half jaar geleden. Toen lag het openbare leven stil.

Spelen voor publiek

'Waar ik zit, zijn al maanden geen nieuwe gevallen meer. We leven zonder restricties. De kroegen zijn weer open, ik speel vanavond weer voor publiek. Als je leest hoe het nu ergens anders is, is dat toch wel bijzonder.'
Queenstown is een heel toeristische plek, maar wel een stuk rustiger nu zonder buitenlandse toeristen. Dat maakt het ook wel intiemer
Tjalling Overdijk
Voorlopig is Overdijk nog niet klaar met Nieuw-Zeeland. 'Ik heb hier werk en een leven opgebouwd en probeer nog wel een aantal jaren te blijven. Ik werk als een soort uitsmijter bij de wat sjiekere tenten. Meer praten dan fysiek, zeg maar. Ik speel twee, drie keer in de week in kroegen hier. Het is elke dag zonnig, we gaan richting de zomer.'

Stuk rustiger

Helemaal zoals het was voor de corona-uitbraak is het overigens nog niet. 'Queenstown is een heel toeristische plek, maar wel een stuk rustiger nu zonder buitenlandse toeristen. Dat maakt het ook wel intiemer.'

Het gemis van een knuffel

Hij voelt zich thuis in Nieuw-Zeeland, maar is Groningen nog niet vergeten. 'Ik mis met name mijn ouders in Noordbroek. Het zou wel lekker zijn om weer eens bij ze in de tuin te zitten, dacht ik bijvoorbeeld toen het bij jullie zomer was. Ik praat wel vaak met ze, maar het zou fijn zijn als ik ze weer eens een knuffel kan geven. Al hebben jullie daar ook last van, van niet kunnen knuffelen…'