Tragisch verhaal van Ten Poster schipper via scheepswrak ontrafeld

Maritiem archeoloog Yftinus van Popta
Maritiem archeoloog Yftinus van Popta © Omroep Flevoland
Maritiem archeoloog Yftinus van Popta van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) heeft de ondergang van twee scheepswrakken in de voormalige Zuiderzee aan elkaar weten te linken. Eén ervan draagt een tragisch verhaal van een schipper uit Ten Post met zich mee.
Beide scheepswrakken werden geïdentificeerd in Flevoland. Dat is geen toeval, want die provincie die vroeger zee was, is wereldwijd het grootste scheepskerkhof op land ter wereld. In tachtig jaar zijn er meer dan 450 wrakken gevonden en onderzocht. Van de meeste wrakken is niet meer over dan abstracte houten constructies en daarnaast blijft het vaak gissen wat de namen van deze schepen waren.

Drama's

'Elk wrak staat voor een scheepsramp en persoonlijk leed, maar die koppeling is vaak moeilijk te maken', vertelt Van Popta. 'Behalve als de naam van het schip kan worden achterhaald, wat helaas zelden gebeurt. Dan kun je gaan uitpluizen wat voor drama's zich hebben afgespeeld op het rechtlijnige polderlandschap waar nu aardappelen en uien staan.'
Met moderne onderzoeksmethoden wist Van Popta te achterhalen dat een scheepswrak, dat in de jaren 40 was ontdekt bij Rutten in de Noordoostpolder, het schip 'Drie Gebroeders' was. Dat schip zonk in de zomer van 1909 in de Zuiderzee, nadat het een obstakel had geraakt. Dat obstakel bleek een ander gezonken schip, werd al snel duidelijk. Beide wrakken werden toentertijd bij het droogleggen van de Noordoostpolder ontdekt door een landarbeider, die de vondsten meldde bij een scheepsarcheoloog.

Schip met gezin ten onder

Ook het verhaal van het eerder gezonken wrak wist Van Popta te reconstrueren. Het bleek te gaan om de schuit 'De Hoop' van schipper Geert Dinkla uit Ten Post, die op 19 april 1909 onder slechte weersomstandigheden van Kampen naar Veendam wilde varen met zijn vrouw, zes kinderen en een knecht. Maar door zware golfslag bij Lemmer kwam de schuit in de problemen, waarna het uiteindelijk zonk. De destijds 37-jarige Dinkla sloeg overboord, klampte zich vast aan een sloep, en zag hoe zijn schip ten onder ging.
Pas weken later werden de lichamen van zijn vrouw, kinderen en knecht teruggevonden. Het tragische nieuws bereikte ook koningin Wilhelmina, die met een telegram haar medeleven betuigde en persoonlijk voor financiële ondersteuning van Dinkla en de nabestaanden van de knecht zorgde.

'Maritieme verleden zichtbaar maken'

Een snelle berekening leert Van Popta dat er nog tientallen scheepswrakken in Flevoland liggen. 'Die zijn mogelijk verwijderd, maar aan de hand van archeologische vondsten in hun omgeving en de gereconstrueerde verhalen van hun ondergang kunnen de wraklocaties blijven voortbestaan. Dit is precies wat nodig is om het maritieme verleden van de polders beter zichtbaar en voelbaar te maken.'