Hoogleraar waarschuwt: coronabeleid baseren op vertekende statistieken is gevaarlijk

Casper Albers
Casper Albers © Eigen foto
Stel je ziet op Black Friday of op zaterdagen hordes mensen door de Herestraat in Stad lopen. Het mag allemaal volgens de regels, ondanks de oproep om drukte te vermijden.
Een tijdje later zitten we in lockdown en wat denken we dan? 'Wat houden de mensen zich slecht aan de maatregelen.' Een begrijpelijke gedachte. Toch moeten we voor zulke conclusies oppassen, vindt Casper Albers, hoogleraar Toegepaste Statistiek en Datavisualisatie van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). 'Je krijgt een vertekend beeld wanneer je wat je om je heen ziet projecteert op het gedrag van de hele bevolking.'

Onbekende besmettingsbron

Die vertekening ziet Albers meer. Bijvoorbeeld als het gaat om waar mensen de besmettingen oplopen. Daar wordt door de GGD's naar gevraagd. Bijna de helft van de mensen kan een vermoedelijke bron van de besmetting noemen. De thuissituatie wordt dan het vaakst genoemd.
Volgens Albers is dat niet gek, omdat besmettingen in heel concrete situaties plaatsvinden, omdat je partner corona heeft of je hebt bezoek gehad van iemand met corona. 'Maar als je in de supermarkt of het openbaar vervoer corona hebt opgelopen, dan is zo'n concreet moment niet aan te wijzen. Die mensen zeggen dan tegen de GGD dat ze niet weten waar ze de besmettingen hebben opgelopen. Ze weten dan niet wat de concrete besmettingsbron is.'
Besmettingsoorzaken zijn ondervertegenwoordigd in de weekrapportages, waardoor die oorzaken niet daadkrachtig genoeg zijn aangepakt
Casper Albers - hoogleraar Toegepaste Statistiek en Datavisualisatie van de RUG
Van de helft van het aantal besmettingen is de bron dus duidelijk en van de helft dáár weer van is duidelijk dat de thuissituatie de besmettingsbron is. Maar volgens Albers kun je er niet zonder meer vanuit gaan dat de helft van de mensen bij wie de besmettingsbron níet bekend is ook thuis corona heeft opgelopen.
Toch is dit wel wat Albers beleidsmakers ziet doen. 'Dat is gevaarlijk, want belangrijke besmettingsoorzaken zijn daardoor ondervertegenwoordigd in de weekrapportages, waardoor die oorzaken niet daadkrachtig genoeg zijn aangepakt.'

Meer analyse op de cijfers

Volgens Albers worden door beleidsmakers uit vertekende coronacijfers vaak verkeerde conclusies getrokken. Dat moet anders, vindt hij. Daarin ziet hij een rol voor het RIVM. Niet omdat hij vindt dat het RIVM verkeerde analyses maakt of conclusies trekt. Maar wel omdat het RIVM weet dat anderen de data verkeerd kunnen interpreteren. 'Hun data presenteren ze heel kaal, zonder waarschuwingen welke conclusies je er wel en niet uit kunt trekken.'
Daarnaast ziet Albers nog mogelijkheden voor diepere analyses. 'Door bij het bron- en contactonderzoek de vragen naar de vermoedelijke besmettingsoorzaak te combineren met andere databronnen – zoals het aantal verkeersbewegingen, metingen over drukte in winkelstraten en gedetailleerde gedragsvragenlijsten – zal je beter in staat zijn corona te lijf te gaan.'

Beleid door adviezen OMT, niet door data

Het RIVM herkent zich desgevraagd niet in het beeld dat Albers schetst. 'Wij zien niet dat beleidsmakers data verkeerd interpreteren', laat een woordvoerder weten. 'De adviezen aan het kabinet worden door het OMT (Outbreak Management Team, red.) gegeven. Daarin zitten top-experts. Bovendien adviseren zij door middel van - voor iedereen - inzichtelijke brieven.' Ook wijst het RIVM erop dat je in de begeleidende tekst bij de statistieken precies kunt lezen wat de cijfers precies wel en niet zeggen.
Als het gaat om de onbekende besmettingsbronnen moet volgens het RIVM een onderscheid worden gemaakt tussen de mensen die écht geen idee hebben waar ze hun besmetting hebben opgelopen en mensen bij wie dat niet is nagevraagd door werkdruk bij de GGD. 'Bij die laatste groep hebben geen reden om aan te nemen dat de verdeling van besmettingsbronnen anders zou zijn dan bij hen bij wie het wel bekend is.'