Column: De oma van Hans

Met mijn hoofd verstopt in een muts, de kraag van mijn jas omhoog en de handen diep in de zakken slenter ik de winkelstraat in. In de verte het geluid van de klokken van d’Olle Witte. Tien keer echoot de klok langs de dichte winkels.

De straat is leeg, zo halfweg de morgen. Achter het raam van de woning boven de cadeauwinkel zwaait de eigenaresse. De gulle lach om haar mond blijft voor even bevroren op mijn netvlies. Ze lacht nog, gaan mijn gedachten naar de dichte deur van haar winkel beneden.

Door de spookziekte heeft zij evenals als alle andere niet-essentiële ondernemers de winkel dicht moeten doen. Niet-essentieel. Het zal je maar gezegd worden. En dan heb ik het nog niet over de gevolgen. Een huivering rilt over mijn rug.

De donkere winkels in de lege winkelstraat maken me naargeestig. De Chinese man van de Chinees komt met een klein wit hondje aan de riem om de hoek van het restaurant. ‘Afhaal Open’ staat met grote letters op het raam. Ik krijg een vriendelijke groet met een vriendelijke glimlach. Een warm gebaar in dit vreemd kil decor.

Wat een rare wereld. Wat een raar jaar, mijmer ik verder lopend. Ik hoor ineens een stem. Als ik verder de straat in kijk, zie ik een man. Klein van stuk met kalend hoofd. Zijn ene hand al pratend aan zijn oor.

Als ik dichterbij kom herken ik de man als Harry van de delicatessenwinkel, waarvoor hij nu staat te bellen. Ik steek een arm omhoog als groet. Hij gebaart te wachten. Wachtend krijg ik flarden mee van zijn kant van het telefoongesprek. Omzet zus, kwitantie zo en ‘t Is toch wat’.

De deur van de winkel staat open, er brandt ook licht. Voor de deur staat een grote kist met flessen wijn erin. Rode en witte. Hij is wel open, denk ik. De man raadt mijn gedachten tijdens het telefoontje. ‘Wat een toestand hè’, zegt hij als zijn gesprek klaar is. ‘Dit is toch verschrikkelijk’ en zijn arm gaat wijzend de winkelstraat in.

‘Ik mag wel open en ik voel me er raar bij’ gaat hij verder met een toon van schaamte. Hij is net als de supermarkt. Hij verkoopt voornamelijk levensmiddelen en dan mag je wel open blijven, legt hij uit. ‘Maar als je dit toch ziet. Ik had gister gewoon de tranen in m’n ogen.’

De man die immer vol grappen en grollen zit, is zijn vrolijkheid kwijt. Maar die komt aan het eind van het gesprek weer even terug. Hij had vorige week een Duitser in de winkel, vertelde hij. De Ostfries met Ostfriese schipperspet vond dat zijn Holländische Kase wel heel erg duur was.

‘Ich hab zwei Häuser in Monaco’ had Harry geantwoord. ‘Die müssen auch bezahlt werden’. De Ostfries kon de Holländische humor kennelijk wel waarderen, want hij ging met vier enorme stukken kaas in die Heimat.

Harry, die redt het wel, denk ik als ik verder wandel langs de dichte winkels. Maar wat met al die anderen die niet open kunnen? Hoe moet dat met de winkelstraat straks? Ook de boekwinkel van de Timmermansen is dicht. Geen snuusterderij meer naar een mooi boek.

Man, wat moet je toch veel missen door die verrekte corona. En ik bedenk wat ik allemaal nog meer niet kon en kan. Geen kroeg meer. Ik zou toch zo graag weer eens heerlijk door willen zakken. Dom lachen zonder nadenken. Geen etentje met een lekker wijntje en een verpakkingsborreltje na afloop. Geen weldadig bad met ‘t wichtje of broer in Bad Neuschanz.

Geen lezingen meer. Och, die mis ik ook zo. Wat ‘verhaaltjederij’ voor een groep ‘aander luu’ in een heerlijk zaaltje. Van Jipsinghuizen tot Kantens. Van Zuidhorn tot Gieterveen. Ik mis de gebreide ballen, de verlotingen in de pauze, de gezongen psalmen, de man die in slaap viel, de vrouw met haar kapotte gehoorapparaat en de Oma van Hans.

Oma van Hans?, hoor ik je denken. Dat zit zo. Ik kreeg een uitnodiging om te spreken voor de Vereniging van Alleenstaande Vrouwen. Ik zei natuurlijk meteen ja en dat was niet omdat de vertellerij in het oude belastingkantoor bij mij vlak om de hoek was.

Er was iets van teleurstelling toen de vrouwen in het zaaltje een gemiddelde leeftijd bleken te hebben van 77 en een half. Die teleurstelling was snel verdwenen want het waren allemaal heel erg leuke vrouwen. Zo ook een vrouw die midden in mijn verhaal over een merkwaardige magnetron haar hand opstak. Ik vroeg haar wat er loos was.

‘Ik wil even zeggen dat ik altijd zo geniet van je verhalen. Ik ben echt fan’, zei ze uit de grond van haar hart. De avond werd steeds leuker. In de pauze stond een rij alleenstaande vrouwen aan mijn tafel om hun verhaal aan mij te vertellen. En aan mij kun je alles kwijt want het levert vaak weer een verhaal op.

De vrouw die mij even daarvoor een enorme veer in de kont had gestoken, stond ook in de rij. ‘Misschien een beetje raar. Maar ik wil nog een keer zeggen dat ik je verhalen zo ontzettend leuk vind’, zei ze met vuur in haar stem. Ik kreeg er een kleur van.

‘Ja’, vervolgde ze. ‘Ik lees ze echt elke dag’. Het duurde even voor het doordrong. Elke dag? Ze zag de vraag op mijn gezicht. ‘Ja’ zei ze ‘Vaste prik. Het is het eerste wat ik lees in de krant.’

Ik kon er niks aan doen. Maar ik moest ineens lachen. De vrouw aan mijn tafel verwarde mij met Herman Sandman, de dagelijkse columnist van de krant met zijn onnavolgbare dagelijkse beslommeringen. Zal ik haar in de waan laten? Ik besloot van niet.

‘Ik ben van Noord mevrouw. Van de radio en tv en niet van de krant’, zei ik vriendelijk lachend. De vrouw schrok zichtbaar. Ze was even van haar stuk. Maar niet voor lang. ‘Och’, zei ze. ‘Dat meen je toch niet’ Ik knikte. Ondertussen had ze in haar gedachten de boel weer rechtgebreid. ‘Je moet de groeten hebben van André.’

‘Welke Andre?, vroeg ik, want ik ken er een stuk of wat. ‘Hateboer’ zei ze. Die kende ik. De postbode van Beerte, de vileine verdediger van THOS, voetbalvader en tafelheer van TV Noord. ‘En hoe kent u die dan mevrouw?' ‘Ik ben zijn schoonmoeder’. Mijn gedachten maakten een sprongetje. ‘Maar dan bent u een wereldberoemde oma?’ lachte ik.

‘Ja’ zei ze en ze lachte nu zelf ook. ‘Ik ben de Oma van Hans…'

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws