Column: Nieuwjaar

Een jaar is voorbij. Leve het nieuwe jaar. Mijn nieuwe jaar begon met wakker worden.

Ik lag er al ruim voor de jaaromwenteling in. Nieuwjaarsmorgen riep de omroepplicht. Een enorme vreugdeknal rukte me tien tellen na de omwenteling uit mijn slaap.

'Proost dan maar', zei ik tegen mezelf en luisterde verder naar de vrolijke stemmen op straat, die veelal werden overstemd door geknal en gedonder. De geluiden verstomden langzaam in mijn gedachten over het nieuwe jaar.

Ik zie mezelf zitten op een zonnig terrasje. Een biertje op tafel. Om mij heen vrolijk gestemde mensen. In het gezellige geroezemoes steek ik het bierglas in de lucht en roep wat ik heel lang en graag had willen roepen: ‘Hulde!!’ en neem een grote slok.

Op het plein is een uitbundig coronabevrijdingsfeest aan de gang. ‘Leve de vrijheid!!!’ staat er op een groot spandoek dat aan de kerkmuur hangt.

Op het podium aan de kop van het plein zingt Burdy ‘Mit mien ogen dicht, dink ik terug aan dij tied’. Dan beklimmen Marlene Bakker en Josien Bakker het podium. Ter gelegenheid van de coronabevrijding zingen ze een duet:

As Stad en Ommelaand flustern ien zudewiend

Dat min, woar min ook gait, t naars mooier viendt

Din zingt mien laand, mien slichte laand

Een jonge vrouw met blond haar in verpleegsterspak een tafeltje verderop zingt zachtjes mee. Een traan van blijdschap glijdt over haar vermoeid gezicht. ‘We hebben het gered’, zegt ze tegen haar collega.

Al die mensen in de zorg verdienen een standbeeld, denk ik en neem nog een slok. Mits verschijnt Hennie Sanders achter de microfoon op het podium. Sanders is de hoogste baas van het OZG, het nieuwe Winschoter St. Lucas in Scheemda zeg maar. Zij bedankt alle zorgmedewerkers voor hun tomeloze inzet: ‘Jullie waren als standvastige soldaten’.

Trots roept ze dat het OZG uit de financiële crisis is. Om dat te vieren wordt de Barmhartige Samaritaan (je weet misschien nog wel: dat immense beeld op de muur van het oude St. Lucas dat al 2,5 jaar vermist is) terug op de muur van het oude ziekenhuis gehangen.

Het oude ziekenhuis wordt omgetoverd tot het nieuwe gemeentehuis van Oldambt omdat het gemeentebestuur nog net op tijd inziet dat een gemeentehuis als tweede etage van een Hema totaal onzinnig is. Ik zie met vreugde in mijn lijf de Barmhartige Samaritaan hangen.

Sanders verlaat het podium onder luid applaus. Als dijkgraaf Geert-Jan ten Brink van waterschap Hunze en Aa’s op het toneel verschijnt klinkt er om mij heen luid boegeroep. De mensen zijn boos over de plannen om de noeste Dollarddijk te verkwanselen tot een windmolenpark.

Maar Ten Brink krijgt de mensen stil door met emotie in zijn stem spijt te betuigen van dit hersenloze hersenspinsel. ‘De Dollarddijk blijft van jullie!’, roept de geboren Drent. En als hij als slagroom op de taart ook nog weet te vertellen dat het verdwenen tekstbord van Ede Staals’ Nij Stoatenziel aan de rand van land en zee weer terug op de sluis is geplaatst, bezingt iedereen spontaan de dijkgraaf: ‘Doe bist mien end en mien begun….’

Een terras verderop zie ik een goede vriend die zijn ernstige ziekte de baas is geworden en weer onbezorgd zijn single malt whisky achterover slaat. Achter hem zit Bé Schollema. De oud-wethouder van Loppersum is in de voetsporen van zijn overleden vader getreden en burgemeester van Pekela geworden. Hij zal het nooit zeggen, maar stiekem trekt hij een lange neus naar de bestuurders van Eemsdelta die hem gewipt hebben.

En dan komt commissaris van de Koning René Paas het podium op. Het wordt doodstil. Paas wacht even en zegt dan: ‘t Gaait deur!!’

Wat doorgaat is het plan voor een generaal Gronings pardon. Er komt een immens groot gezamenlijk Gronings bouwbedrijf gefinancierd door de Staat. Deze bouwgigant met duizenden werknemers gaat alle schade aan Groningse huizen herstellen en waar nodig versterken. En dat allemaal gratis.

‘Of de schade nu wel of niet door aardbevingen komt, het Gronings huis wordt weer ons Gronings huis, ons aigen stee’, roept de commissaris. Een immens gejuich barst los. Het hele podium loopt vol met artiesten. Ik zie zo Alex Vissering, Wia Buze, Bert Hadders, Wat Aans, Jan Henk, Olaf, Edwin en Erwin, Bé Schmaal, Davine, Sproakwotter, Lars Koehoorn, maar er zijn er nog veel meer.

Als ze een gezamenlijke rapversie van ‘Het het nog noeit zo donker west’ inzetten gaat het dak er spreekwoordelijk af op het plein.

Een beetje verscholen in het het hoek van het plein zie ik plotseling Arjen Robben. Hij danst met zijn vrouw. Hun kinderen dansen mee. Nooit geweten dat ie zo goed kon dansen, schiet door mijn hoofd. Het weekend ervoor heeft Robben FC Groningen naar Europees voetbal geschoten. In de laatste wedstrijden van het seizoen is de man van Beem weer topfit.

Met zeven goals van Robben en vier winnende wedstrijden op rij kon er eerder in de week feest worden gevierd op de Grote Markt. De jongens en meisjes van Vindicat vierden beschaafd mee. Als de gezamenlijk Groninger artiesten ook nog ‘We gaan op de trekker naar Madrid’ inzetten zal het nog heel lang vrolijk onrustig blijven op het feestplein.

En zo viel ik in slaap en droomde van nieuw liefdesgeluk, want op de valreep van het oude jaar ging mijn relatie stuk. Kon der ook nog wel bie.

Rampjaar 2020 is alleen nog een hele slechte herinnering. Op naar iets nieuws, iets moois.

Ik wens u allen een gelukkig, liefdevol, blij, onbezorgd, succesvol maar vooral gezond 2021!

Erik Hulsegge

Recent nieuws