Door de mand: waarom een goede assistent volgens Kees Vlietstra onmisbaar is

'Oké mensen, hier zijn we niet voor gekomen. Nog één keer dit gezeik en we stoppen er voorgoed mee.' Het is zondag 1 november 1998 en de zanger van De Havenzangers kijkt boos om zich heen. Wij kijken lachend op hem neer vanaf de balustrade in nachtcafé Lava in de Poelestraat.

We vieren onze derde helft van een verloren oefenwedstrijd. Ik had die middag slecht gespeeld en nog slechter geschoten. Baalde ik van. Vlak voor de woede-uitbarsting van de zanger had ik per ongeluk wat bier gemorst. Over de balustrade. Op de microfoon van de zanger van De Havenzangers. Als dat is gebeurd, kijkt hij boos omhoog naar wat glimlachende korfballers. Ik schreeuw: 'Sorry!' Hij hoort mijn excuses niet. Of doet alsof hij het niet hoort. Baal ik van.

Na de reprimande zetten ze opnieuw in. 's Nachts na tweeën. Heb het wel een beetje gehad. Baal van mijn slechte optreden die middag. In mijn glas zit nog een bodempje bier. Terwijl mijn ploeggenoten in polonaise over de bovenste verdieping van Lava hossen, kijk ik letterlijk neer op De Havenzangers. 'Hé, de klankbeker van de tuba lijkt vanaf boven net op een korfbalmand. Ik zal het toch niet verleerd zijn?'

Ik knijp één oog dicht en breng mijn glas in één lijn met de tubakorf. Met een felle polsbeweging klap ik het bier in een sierlijke straal over de balustrade. En jawel, ik kan het nog. Precies in de klankbeker van de tuba. De tuba speler verslikt zich en kijkt woest naar boven. Einde concert. De Havenzangers stappen op.

Mooie tijden. Terug naar de onze(kere). Van de week is het kabinet Rutte III, in navolging van De Havenzangers in 1998, opgestapt. Rutte en consorten kregen ook een zetje in de rug richting de uitgang door de toeslagenaffaire. Waar Rutte na de verkiezingen gewoon weer terugkomt als lijsttrekker, hebben zijn (toenmalige) assistenten Wiebes en Asscher de handdoek gegooid, consequenties getrokken, verantwoordelijkheid genomen. Die assistenten zien we niet meer terug in de politieke arena.

Bijzonder vak, assistent zijn. Ook in de sport. En zeker in teamsport. Ben zelf een kleine tien jaar assistent-bondscoach van het Nederlands Team geweest ánd two weeks assistent-coach from the England national korfball team so I know where I'm talkling about. De kunst van het assisteren ligt heel gevoelig. Je bent souffleur én toehoorder. Vraagbaak én klankbord. Op-het-schild-hijser én uit-de-wind-houder. Eén ding ben je als assistent-coach nooit: stoelpootzager.

In Groningen topsportstad is Gerard Smit als assistent-coach bij Lycurgus behalve een kundig trainer/coach ook al jarenlang cultuurbewaker. Meindert van Veen was als assistent bij Donar vooral een groot denker en ziener. Vrouwen halen succes als er plezier is en mannen hebben plezier als er succes is.

Bij mijn geliefde korfbalclub Nic. werk ik met veel plezier en wisselend succes als coach met vrouwen én mannen. Onlangs vertelde mijn assistent Willem dat hij er volgend seizoen mee stopt. Willem stapt dan ook een soort van op. Daar baal ik van. Doodzonde. Dat heb ik hem nog niet verteld. Dat moet maar een keer aan de bar van De Singelier. Daar vertellen we als vrienden elkaar wel vaker wat we écht vinden.

Dit klotecoronaseizoen is ons zevende jaar als coachduo. Willem kent als assistent de klappen van de zweep. Heeft meerdere wedstrijden gewonnen door het influisteren van tactische omzettingen, door wisselsuggesties. Ik ga Willem missen. Het bokje voor elkaar staan. Ik denk inenen (dat woord gebruikt Willem regelmatig, inenen) aan de eerste keer dat we bokje voor elkaar stonden en daar schreef ik al eerder eens iets over:

'Zoveel je op kan'.

Dat was het antwoord van Willem van Kalsbeek op mijn vraag wat hij er voor over had als ik hem in KV Drachten 1 liet komen. Dat moet ik even uitleggen. We speelden met Nic.1 een oefenwedstrijd in de voorbereiding op het veldseizoen in en tegen Drachten. Begin jaren 90. Willem van Kalsbeek speelde bij Drachten in de selectie. Trainer-coach van de Friezen was de beroemde en beruchte coach Jan Wals. Hij had nog geen definitieve keuze gemaakt voor zijn herenkwartet. Willem, tweede naam Gatzes - vraag me niet waarom - moest in de wedstrijd tegen ons nog spelen voor zijn plekkie. Dat wist ik. Ik kende Gatzes al een beetje vanuit de Groningse binnenstad.

Willem was een typische Drachten-speler. Conditie als een paard en hij schoot ook als een paard. Een blind paard. Het is overigens nog een hele kunst om een wedstrijd te fixen, maar het is me wel gelukt, in die oefenwedstrijd scoorde Gatzes vijf doorloopballen tegen me. Bij elk schijnschot van Willem vloog ik over de A7. Ergo: Jan Wals koos Willem in KV Drachten 1 en ik kreeg op mijn flikker van mijn teamgenoten.

Willem en ik hebben na thuiskomst in Groningen, zonder teamgenoten, nog een mooie avond gehad in Nachtcafé Lava. En daarna nog zeven mooie jaren als coach én assistent-coach.

Recent nieuws