Instellingen

‘Nu echt perspectief nodig, want het virus kan nog heel lang ons leven beheersen’

Sneltesten is de zaklamp die het virus vindt, zoals hier de snelteststraat voor studenten op de Zernike Campus in Groningen
Sneltesten is de zaklamp die het virus vindt, zoals hier de snelteststraat voor studenten op de Zernike Campus in Groningen © Siese Veenstra/ANP
Het coronavirus bepaalt nog maanden ons leven. Daarom moet het kabinet nu zoeken naar mogelijkheden om de maatregelen op termijn te versoepelen. ‘Er zijn lichtpuntjes nodig voor ons welzijn. Hoe kunnen we vooruit mét corona?’, zeggen gedragswetenschapper en epidemioloog Esther Metting en zorgeconoom Jochen Mierau van de RUG.
Laat helder zijn: kijkend naar de besmettingscijfers is Metting blij dat het demissionair kabinet woensdag aanvullende maatregelen aankondigt. ‘De nieuwe variant verdubbelt zich heel snel. We moeten nu maatregelen nemen om het af te remmen. Het is te laat om het onder controle te krijgen.’

Voorstander, maar twijfel over effecten

En dus is Metting voorstander van zware maatregelen als een avondklok of visitebeperking. Maar ze twijfelt over de effectiviteit.
‘Avondklokken in andere landen waren onderdeel van een pakket aan maatregelen, waardoor de effectiviteit niet aangetoond kon worden.’
Esther Metting
Esther Metting © RTV Noord

Zorgen over de mentale gevolgen van een avondklok

Maar het is een dilemma, zegt Metting. Want als gedragswetenschapper ziet ze de impact die de maatregelen hebben. ‘Een avondklok heeft veel nadelen op met name mentaal gebied.’ Ze maakt zich extra zorgen over bijvoorbeeld jongeren. ‘77 procent van de jongeren voelt zich somber. Dat is heel erg zorgwekkend.’
Ik heb het idee dat het kabinet in een modus zit van: de wedstrijd uitzitten en zorgen dat er voldoende vaccins zijn
Jochen Mierau, hoogleraar Economie van de Volksgezondheidheid
Daarom moet het kabinet nu bekijken wat er kan gebeuren om de samenleving op termijn ook ‘langzaam maar zeker en veilig open te gooien’. ‘We zijn nog lang niet waar we moeten zijn, daarom moeten we ook kijken hoe we moeten leven met dit virus.’
Om terug te kunnen gaan naar het niveau ‘waakzaam’ mogen er wekelijks niet meer dan 50 nieuwe besmettingen per 100.000 inwoners plaatsvinden. Nu zijn dat er in Groningen grofweg 220, met uitschieters naar 426 besmettingen per 100.00 inwoners in een week in Oost-Groningen.

Crisis kan veel langer duren dan we dachten

Gezondheidseconoom Mierau is het met Metting eens. ‘We zitten in een situatie waar het nog wel eens veel langer kan gaan duren dan we dachten. Tegelijkertijd voelt het ook alsof het einde in zicht is door de start van de vaccinatie. Ik heb het idee dat het kabinet in een modus zit van: de wedstrijd uitzitten en zorgen dat er voldoende vaccins zijn.’
Maar dat is gevaarlijk, denkt Mierau. ‘Om de wedstrijd te winnen moet je scherp blijven.’ Dat betekent volgens hem dat je vooruit moet blijven denken.

Meer testen blijft belangrijk

Een uitgebreid en vooral makkelijk toegankelijk testnetwerk is een van de gereedschappen waarmee dat kan, zegt Metting. ‘We zien het virus nog te weinig, het is te donker.’ Sneltesten is de zaklamp die het virus vindt, ook bij mensen die geen klachten hebben maar wel besmettelijk zijn.
‘De corona-snelteststraat die op de universiteit wordt gebruikt is een voorbeeld. Met grootschalig en laagdrempelig testen, dus ook met minimale klachten, haal je die gevallen eruit’, zegt Metting. Dat moet vooral goed bereikbaar zijn. ‘Stel je voor dat een alleenstaande moeder van vier zonder auto in Ter Apel woont. Hoe laat je je dan testen?’

Bestaande regels beter gebruiken

Ook andere bestaande maatregelen moeten effectiever worden ingezet: sneller bron- en contactonderzoek om het risico op besmetting te verkleinen, betere communicatie en ervoor zorgen dat mensen echt thuisblijven als ze positief zijn getest.
‘Volgens het RIVM blijft 27 procent niet thuis terwijl ze een positieve test hebben. Dan kun je zeggen: dat is aso! Maar bedenk dat er mensen zijn die alleen wonen en boodschappen nodig hebben of werknemers die niet betaald krijgen als ze niet werken.’
We lopen nog steeds tegen dezelfde dingen aan: we denken te weinig vooruit
Jochen Mierau, hoogleraar Economie van de Volksgezondheidheid
En dus moet de overheid helpen. Burgers in staat stellen om thuis te kunnen blijven. ‘Je kunt veel pro-actiever zijn in het benaderen van mensen. Er is wel een website waar mensen kunnen vragen om hulp. Maar ik zie dat nergens voorbij komen: geen spotjes, geen linkjes en geen posters in de stad.’

We laten ons onnodig verrassen

Gezondheidseconoom Mierau adviseerde het kabinet na de zomer over geleerde lessen van de eerste coronagolf. Er moest een team specialisten komen dat ging nadenken over wat we moeten doen bij een derde of vierde golf. Maar dat bleef uit.
‘We lopen nog steeds tegen dezelfde dingen aan: we denken te weinig vooruit’, zegt Mierau. ‘Terwijl we toch weten uit de geschiedenis dat het bij een pandemie nooit bij één of twee golven blijft. We weten ook dat dit soort virussen snel muteren, en toch laten we ons erdoor verrassen.’
RUG-gezondsheidseconoom Jochen Mierau.
RUG-gezondsheidseconoom Jochen Mierau. © RTV Noord

Scenario’s voor mutatie die tegen vaccin kan

En dus dringt Mierau er nog maar eens op aan: vooruitdenken! ‘Werk scenario’s uit waar de vaccinatie niet soepel loopt, of waar een mutatie in voorkomt die tegen het vaccin kan. Dat zijn gewoon reële scenario's.’
Tegelijkertijd moet er ook een routekaart komen die aangeeft wanneer de maatregelen worden versoepeld, zegt Mierau. Als de besmettingen afnemen, doen we dan eerst de scholen open of stappen we af van de avondklok?’ Dat moet perspectief bieden.

Misschien gaat het wel echt sneller, dat is ook mogelijk

Het moet allemaal uitgedacht worden, om snel te kunnen handelen als het nodig is. Maar Mierau heeft zelf ook hoop. ‘Misschien gaat de wedstrijd wel daadwerkelijk sneller. De druk op vaccinproducent Pfizer is enorm. En er zijn marktprikkels die ervoor kunnen zorgen dat ze als gekken gaan produceren, meer dan afgesproken. Daardoor kan het einde plotseling sneller in zicht komen.’