Oldambt moet plaatsing mestbassin in 't Waar beter verantwoorden

Een mestbassin ter illustratie
Een mestbassin ter illustratie © Jan Been/RTV Noord
De gemeente Oldambt krijgt van de Raad van State vier maanden de tijd om uit te leggen waarom een mestbassin dat in open land is geplaatst, niet beter vlak bij de boerderij van de eigenaar kan.
In een tussenuitspraak stelt de hoogste bestuursrechter dat de gemeente Oldambt de keuze voor de huidige locatie van het mestbassin - ver achter de Hoofdweg 22 in 't Waar - niet goed heeft onderbouwd met ruimtelijke en milieuargumenten.

Goede alternatieven

Het mestbassin is aangelegd en wordt gebruikt door eigenaar Wouter van Breugel van melkveehouderij De Waarhoek. Volgens de Raad van State zijn er goede alternatieven voor het mestbassin, zoals een bouwperceel bij de hoofdvestiging van de melkveehouderij, aan de Hoofdweg West 6 in Nieuwolda.
De gemeente Oldambt heeft de Raad er niet van kunnen overtuigen dat een mestbassin ten westen of ten oosten van de stallen van Van Breugel niet mogelijk is. Volgens de gemeente liggen die locaties te dicht bij een bos (160 meter) en een recreatiepark (227 meter). De Raad van State vindt dat de gemeente dit met hardere bewijzen moet aantonen, of alsnog een ander besluit moet nemen.

Vraagtekens bij inpassing in landschap

Op zich heeft de hoogste bestuursrechter geen onoverkomelijke bezwaren tegen de huidige locatie van het mestbassin in het veld achter de Hoofdweg 22, maar de Raad zet wel vraagtekens bij de landschappelijke inpassing.
Zo is niet vastgelegd dat het hekwerk rondom het bassin een donkere, onopvallende kleur moet hebben.

Zestien weken voor betere argumenten

De gemeente Oldambt krijgt 16 weken de tijd om met betere argumenten te komen. Daarna bekijkt de Raad van State of er direct einduitspraak kan worden gedaan of dat er nog een tweede zitting moet komen.