Column: Balhonger

147 dagen, 2533 uur, 151.980 minuten, 9.118.800 seconden, maar gevoelsmatig nog veel langer. Ik heb balhonger.

Het is 11 oktober 2020, vlak voor enen in de middag. Met een boks feliciteer ik mijn directe tegenstander. We hebben zojuist in de stromende regen onze voorlopig laatste wedstrijd gespeeld. Een nederlaag. 'Tot volgend jaar!', grapt een teamgenoot in de kleedkamer. Een humorloze grap, waarbij cynisme de boventoon voert. Een terechte ondertoon, want enkele dagen later gaat er een streep door het amateurvoetbal.

Ik baal als een stekker, maar ach, ik kan best een tijdje zonder als het moet. Niet kunnen voetballen is geen hoofdzaak in deze tijden. Integendeel, het is bijzaak. Gedurende de maanden verandert dit gevoel. Ik word steeds meer het kleine jongetje van eind jaren tachtig. Het jongetje dat koste wat kost moest voetballen.

Als kleine man keek ik vanuit mijn bed uit op de oprit van de parkeerplaats voor onze flat. Bij regenval lag daar een plas, mooi belicht door een lantaarnpaal. Met de luiken amper open startte ik de zaterdag steevast met een blik naar de oprit. Lag er een dikke plas, dan wist ik al wel voldoende: afgelast. Bij de daadwerkelijke afgelasting baalde ik nogmaals. Een modderpoel? Daar kun je toch ook in voetballen?

Door de beslissing van de consul restte mij niets anders dan voetballen in mijn eigen kamer. Ik schoof de bureaustoel opzij, zodat de contouren van het bureau een doel vormden. Met een softballetje, zo'n zacht ding ter grootte van een tennisbal, speelde ik complete wedstrijden na. Competities zelfs. Als FC Groningen verloor, bedacht ik steevast een reden om opnieuw te spelen. Vaker dan eens stootte ik mijn kleine teen aan het bed. Uiteraard vroeg ik daarna in mijn fantasiewereld om een gele kaart. 'Scheids!' Waar was de VAR toen ik 'm nodig had?

Een paar dagen geleden liep ik weer te voetballen in huis, net als drie decennia geleden. Deze keer was het speelveld de woonkamer en de bij de Zweedse grootgrutter gekochte zachte bal moest het ontgelden. Ik probeerde uit allerlei hoeken de bal in de rieten mand met speelgoed van mijn zoontje te schieten. Mijn beperkte techniek trainde ik met behulp van de keukenkastjes. Eén keer raken, tik, tik, tik, tik. Op een gegeven moment stond ik zelfs te hooghouden in de keuken. Het gemis was er ineens. De blik van mijn vriendin hield het midden tussen 'koekoek' en 'ik laat je maar even uitrazen'.

Daar stond ik, 39 jaar jong, puffend na een rondje voetballend door mijn eigen huis. Gevoed door het verlangen naar de bal. Morgen maakt premier Rutte vermoedelijk versoepelingen in het buiten sporten bekend. 'In teamverband sporten is per direct toegestaan voor mensen tot 40 jaar met het enthousiasme van een klein jochie.' Hebben we een deal, Mark?

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws