Afbreukrisico en tijdgebrek weerhoudt ondernemers van politieke carrière

Ondernemers willen dat hun stem in de Tweede Kamer gehoord wordt. Maar zelf de politiek in gaan, dat gaat ze vaak een stap te ver. Vandaar dat het aantal ondernemers op de kieslijsten gering is. ‘Ondernemers gaan er niet zelf zitten, ze sturen liever een vriendje.’

NoordZaken scande in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen de kieslijsten van de politieke partijen op ondernemerschap. We zochten met name noordelijke ondernemers die zich kandidaat hadden gesteld voor een partij. Alleen met een goed zaklampje vind je die.

Neem de kieslijst van de PvdA, vijftig namen en geen enkele ondernemer. Wel veel beleidsadviseurs, communicatiespecialisten en veel mensen in overheidsfuncties. Ook bij de SP, van nature geen fan van ondernemerschap, zijn ondernemers nauwelijks vertegenwoordigd. Net als bij GroenLinks.

Maar zelfs bij een ondernemerspartij als de VVD, waar tachtig kandidaten op de kieslijst staan, zijn er maar een stuk of tien kandidaat-kamerleden met een eigen bedrijf of met ervaring als ondernemer. Ook bij het CDA vinden we er zo’n tien uit dik vijftig kandidaten. D66 zit een beetje in het midden.

Afstand nemen

Dat er niet zo bijster veel ondernemers zijn te vinden zijn op de kieslijsten komt deels doordat zittende kamerleden op de kandidatenlijst meestal afstand hebben genomen van een eigen bedrijf. Veel partijen raden het hun kamerleden af om het kamerlidmaatschap te combineren met een eigen bedrijf.

Niet eens zozeer omdat het wat betreft tijdsverdeling geen goed idee is, maar vooral ook om belangenverstrengeling te voorkomen. Er zijn echter maar weinig ondernemers die er voor voelen hun onderneming vier jaar lang aan een ander over te laten. Dat voelt voor hen toch een beetje alsof ze hun geesteskind of levenswerk in de steek laten. En dus laten ze een politieke carrière schieten.

We vroegen drie (ex-)ondernemers van noordelijke komaf waarom zij wél in de landelijke politiek actief willen zijn.

Robert Pestman (55) uit Groningen, eigenaar van een tegelzetbedrijf en nr 7 op de lijst Code Oranje. Hij is juist thuis van een klus en vertelt met de nodige trots dat hij op zijn werkdag twee en een halve ton specie en tegels in handen heeft gehad.

‘Het gros van de politici heeft geen idee van wat er onder ondernemers leeft. Dat komt doordat het vooral mensen zijn die bij de overheid of in het onderwijs werken. Zit je daar eenmaal, dan kun je er wel honderd worden. Die maken zich niet druk over wat er maandelijks binnenkomt. Dat is voor mij en mijn vrouw heel anders. Zij heeft een zaak in de Zwanestraat in Groningen en ik heb mijn tegelzetbedrijf.’

‘De meeste ondernemers houden zich verre van politiek. Ze sturen liever een vriendje dan dat ze er zelf gaan zitten. Allereerst omdat ze er geen tijd voor hebben. Voor mij geldt ook dat ik de uren die ik in politiek steek nou eenmaal niet kan declareren. Dat is verlies. Veel ondernemers zijn ook bang voor hun politieke mening uit te komen omdat ze de zakelijke gevolgen vrezen, dat ze klanten kwijtraken bijvoorbeeld.’

Cordon sanitaire

‘Ik herken dat, maar zit er wat anders in. Ik zat voorheen bij Forum voor Democratie, wat natuurlijk een controversieel gebeuren is. Het zat mij wel eens in de weg, want het cordon sanitaire gaat verder dan alleen de politiek. Maar wanneer iemand mij om mijn politieke voorkeur niet aan het werk wil hebben, dan wíl ik niet eens voor die persoon aan het werk.’

‘Vrees voor afbreukrisico weerhoudt ondernemers de stap te zetten richting politiek. Zeker wanneer de opvattingen aan de rechterkant van het spectrum liggen. Bij links vind je trouwens nauwelijks ondernemers. Het klinkt wat cru, maar in mijn beleving zitten daar vooral mensen die aan de overheidstiet hangen.’

‘Doordat ondernemers ondervertegenwoordigd zijn in de politiek worden er beslissingen genomen zonder overleg met ondernemers. Ook door de VVD, want die is aardig naar links geschoven. We zien momenteel wat dat voor gevolgen heeft. Er zou anders naar de impact van coronamaatregelen zijn gekeken wanneer ondernemers een grotere stem in de beslissingen hadden gehad.’

Romke de Jong (36), eigenaar van een fabriek voor ambachtelijk ijs in het Friese Gorredijk, studeerde aan de Hanzehogeschool in Groningen en geeft er gastcolleges ondernemerschap. Nummer 24 op de lijst van D66. Met op de achtergrond het geluid van de ijsmachines vertelt hij:

Romke de Jong (D66) (Foto: Eigen foto)

‘Een van de redenen waarom D66 mij hoog op de lijst heeft gezet is dat er niet zoveel ondernemers actief zijn binnen de partij, al helemaal niet onder de jongeren binnen D66. Ik vind dat het contrast tussen ondernemen en politiek bedrijven wordt overdreven. Een ondernemer mag misschien sneller en wendbaarder zijn, hij beslist vandaag en doet morgen. In de politiek duurt het soms jaren voordat een beslissing tot besluitvorming leidt.’

Overeenkomsten

‘Maar ik zie vooral een overeenkomst, want in beide gevallen zoek je draagvlak. Je moet mensen mee zien te krijgen, of dat nou politieke partijen zijn of je personeel of klanten. Het komt uiteindelijk op hetzelfde neer.’

‘Zeker is het nogal wat van je persoonlijk vraagt wanneer je als ondernemer de politiek ingaat. Mocht ik in de Kamer komen dan kan ik vier jaar niet uitvoerend zijn in het bedrijf. Je kunt nou eenmaal niet beide. De meeste ondernemers vinden het heel lastig dat los te laten.’

De Tweede Kamer is nu geen echte volksvertegenwoordiging, daarvoor moeten er meer ondernemers in de Kamer
Romke de Jong - D66

‘Ik doe dat bewust wel. In het bedrijf hebben we erover gesproken en samen de keus gemaakt dat als ik verkozen wordt het bedrijf door kan zonder mij. Maar we moeten ook onderkennen dat politiek actief zijn je als ondernemer kan schaden. Het kan het zakendoen in de weg zitten. Dat is een prijs die je betaalt wanneer je ook een maatschappelijke carrière najaagt. Ik heb daar zelf ook wel de gevolgen van ervaren, maar ik heb het er voor over.’

’Niet dat ik merk dat mensen geen zaken meer met me willen doen, maar het gaat tijdens een telefoontje al wel snel even over politiek. Mensen houden ervan hun mening te geven. Dat vind ik prima, het zakelijke leidt er niet onder.’

Voelbaar maken

‘Ondernemers zijn wat mij betreft ondervertegenwoordigd op de kieslijsten. Daarom is het nu geen echte volksvertegenwoordiging want daarvoor moeten er meer ondernemers in de Tweede Kamer. Laten we niet vergeten dat het mkb enorm belangrijk is voor Nederland.’

‘Alle partijen zeggen dat ze veel willen doen voor ondernemers, maar dat werkt toch het best wanneer de ondernemers zelf in de kamer zitten. Dan kun je ook echt voelbaar maken wat de belangen van ondernemers zijn. Dat geldt zeker in de huidige crisis.'

Jan Klink (35), geboren Groninger (Wittewierum) runde tot 2015 een boeren-familiebedrijf in Boven-Pekela en is nu wethouder in de gemeente Wijdemeren in Noord-Holland. Een ex-ondernemer dus en nr 35 op de VVD-lijst.

‘Ik kan wel wat redenen verzinnen waarom actieve ondernemers met een goed draaiend bedrijf zeggen: ‘De politiek in, later misschien’. Fysiek is fulltime ondernemer én kamerlid zijn nauwelijks te combineren. Je moet jezelf dus terdege afvragen of je vast wilt houden aan je bedrijf, wanneer je je wilt inzetten voor de goede zaak, voor het algemeen belang.'

‘Het is ook een onzekere keuze. Het kan natuurlijk voor vier jaar zijn, maar net zo goed wat korter als een kabinet eerder valt. Wanneer je dan afstand hebt gedaan van je bedrijf, dan is dat nogal wat. Dat is natuurlijk enorm lastig. Je moet het maar allemaal kunnen organiseren.’

Op afstand

‘Er zijn ondernemers die hun bedrijf onderbrengen in een administratiekantoor zodat het wat op afstand staat en ze later weer kunnen toetreden. Maar dan moet je wel iemand vinden die je volledig kunt vertrouwen om het bedrijf aan over te laten.’

‘Zo’n administratiekantoor is natuurlijk ook om de belangen te scheiden, zodat je niet iets gaat doen waar je zelf voordeel van hebt. Maar dan nog, je wilt ook niet de schijn ván tegen hebben. De koninklijke weg bewandel je wanneer je eerst je bedrijf verkoopt en dan de politiek in gaat, want het beste is gewoon om geen banden te hebben.’

‘Ik kan nu vrij over de landbouw spreken omdat ik geen boerenbedrijf meer heb en dus geen connectie meer heb met de sector. Mocht ik in de Tweede Kamer komen én ook nog de portefeuille landbouw krijgen dan is het onmogelijk dat er een vermenging van belangen is.’

Minder gehoord

‘Ik weet niet of er een ander coronabeleid zou zijn gevoerd met een sterker aandeel ondernemers in de Kamer. Ik stel wel vast dat in het begin van de crisis de belangen van de economie minder werden gehoord. Later kwam daar verandering in. Maar het is natuurlijk niet zo dat er actief beleid wordt ontwikkelt om ondernemers te pesten. Ook dit kabinet wil dat ondernemers kunnen ondernemen.’

‘Een ondernemer is volgens mij inderdaad een ander mens dan een politicus. Maar dat is ook een dooddoener. Er bestaan geen vakjes wel of geen ondernemer, er is een gigantische variëteit. Dat geldt net zo goed voor politici. De een zit er idealistisch in, de ander wil gewoon problemen oplossen.’

Lees ook:
- Alles over de Tweede Kamerverkiezingen

Recent nieuws