Lente en Beerenburg op de grens

Rook u het ook gisteren? Ik wel. Even diep snuiven en ik proefde het in m’n hele lijf. Het voorjaar. Heerlijk.
Ik maakte even een wandelingetje bij mij in de straat, hoorde een kwetterend vogeltje en zag plotseling

sneeuwklokjes en krokussen. Op de dag dat het meteorologische voorjaar begon, liet de lente zich even zien en proeven.
Mijn gemoed maakte gelijk een sprongetje. Ik zwaaide naar mijn buurvrouw. Ik maakte een praatje met een man verderop in de straat. Hij was bezig zijn motor te prepareren voor het nieuwe zomerseizoen. ‘Eem nij akkuutje en hai kin weer…’ Ik was niet de enige die voor even het ‘veujoar in de kop’ had.
Op de redactie is het maandagmorgen zo rond zeven uur erg rustig. In de studio zit Edwin Pasveer. Rob Bakker achter de schuifjes. Ik ben de man op z’n redactiepost. Ik monteer een reportage over de tragische dood van olifant Annabel in de dierentuin in Emmen. Evis en Gerald maken schoon. Evis stoft en neemt mijn bureautje af en lacht haar aanstekelijke lach. Gerald stofzuigt. Hij doet dat met een mooie zwier. Stofzuigen lijkt zo een heel plezierige bezigheid. Door het stofzuiggeluid hoor ik flarden Piet Paulusma op onze radio. Mijn hersens maken een klik tussen Piet en het voorjaar. Lente is de winter voorbij. Geen ijs en sneeuw. Geen Oldambtrit, geen Noorderrondritten, geen Elfstedentocht. En vooral dat laatste maakt mij blij. Voorjaarsblij. Niet dat ik niet van schaatsen hou. Integendeel. Maar de voorbije winter zou ik het niet erg vinden dat de Tocht der Tochten niet zou worden geschaatst.
Ergens op een mooie zomerdag in 2008 bel ik met Piet Paulusma. Eigenlijk belt hij met mij. Hij wil het weer alvast even opnemen. Semi-live noemen wij dat. Hoe het nu kwam, weet ik niet meer, maar we kregen het over de Elfstedentocht. Piet beweerde bij hoog en laag dat komende winter (deze dus, die bijna is afgelopen) de tocht weer zou worden verreden. De ijsmeesters had ie al ingelicht. Wedden wilde hij ook wel. Een fles Weduwe Joustra beerenburg. ‘Zijn die Friezen nou echt zo dom, of is Paulusma gek geworden?” Ik maalde er niet om. Een gegeven fles beerenburg moet je niet uit je eigen bek stoten. Zeker niet door een Fries.
Ik moet toegeven, enkele weken geleden, heb ik 'm even flink zitten knijpen. De kou zat een paar honderd kilometer te ver naar het zuiden, anders had die dekselse Piet gewoon gelijk gehad en was er weer eentje gereden.
Nu komt ie niet meer. De lente is begonnen. Hij is binnen mijn Weduwe Joustra. We, zo hebben Piet en ik afgesproken, gaan 'm opdrinken op de Gronings-Friese grens. Ik ga een mooi plaatsje uitzoeken.