Beestenboel in de Grunneger Week: De GroningerBlaarkop

Het is weer Grunneger Week op RTV Noord en daarom besteden we deze week extra aandacht aan de Groninger taal en cultuur. Dit jaar is het een beestenbende, want we hebben in Groningen onze eigen koeien, paarden, kippen en duiven. In aflevering 3 aandacht voor de Polderpanda, de koe in jacquet, de ideale dubbeldoelkoe. De Groninger Blaarkop grossiert in bijnamen. En dat is helemaal terecht, want het is een bijzondere koe.

Het is een bijbels tafereel: De herders die te velde lagen, hoorden van de engelen dat het kindeke Jezus geboren was en namen een kijkje in de stal. Vaag op de achtergrond zien we de ezel. Maria en het kindje Jezus worden bewonderd door de herders, maar wie steekt er brutaal zijn kop tussen iedereen door? De Os. En de os op het schilderij van Pieter van Aertsen uit 1560 vertoond onmiskenbaar de trekken van een rode Groninger Blaarkop. Het is een eeuwenoud koeienras.

Zwart wit en rood

Het woord 'blaar' slaat op de donkere vlek rond de ogen van de witte kop. Het lijkt wel enigszins op de kop van de pandabeer, vandaar de bijnaam "Polderpanda'. Een enkel dier heeft geen 'blaren' en wordt dan een 'witkop' genoemd. Een klein gedeelte van de Blaarkoppen is niet zwart wit, maar bruin-wit, dat is een 'Roodblaar"

Gronings of niet?

Blaarkoppen gaan door voor typisch Groninger koeien, maar ze komen van oudsher ook in andere delen van het land voor, bijvoorbeeld in Utrecht en Zuid-Holland maar ook daar werden ze altijd aangeduid als 'Groninger koeien'. Bij ons worden ze van oudsher gehouden in het Noordwesten van de provincie. Het bewust fokken van Blaarkoppen is pas na 1874 begonnen, toen Nederland een rundveestamboek kreeg. De Groninger Blaarkop was een van de drie soorten die toen erkend werden en was toen dus blijkbaar een belangrijk ras. Honderd jaar later was dat heel anders. In 1975 was nog maar 1 procent van de Nederlandse koeien een Blaarkop.

De Groninger blaarkop (Foto: Remco in 't Hof)

De bijna ondergang van de blaarkop

De landbouw heeft zich lange tijd gespecialiseerd in koeien die of voor de melk of voor het vlees werden gehouden. De Blaarkop levert alle twee en wordt daarom ook wel een dubbeldoelkoe genoemd. Alleen geeft de Blaarkop minder liters melk dan melkkoeien en wat minder kilo's vlees dan de zuivere vleeskoe. De Blaarkop is een allrounder en werd ingeruild voor de specialisten. Slechts een handjevol liefhebbers hield het ras in stand door stug door te fokken en te boeren met Blaarkoppen.

De toekomst

Het allround karakter was lange tijd een nadeel, maar tegenwoordig beginnen landschapsbeheerders en biologische boeren dat als voordeel te zien. Want omdat de Blaarkop geen 'superkoe' is, kan ze toe met met minder en slechter gras, is ze minder kwetsbaar voor ziektes en gaan ze langer mee. Nu begrippen als duurzaamheid, biologische voeding en kringlooplandbouw steeds belangrijker worden, zou de Blaarkop wel weer eens grotere rol kunnen gaan spelen in de Nederlandse en Groningse landbouw.

Meer over dit onderwerp:
achtergrond blaarkoppen boeren kunst_en_cultuur
Deel dit artikel:

Recent nieuws