Frikandel

In de snackbar staat een man. Hij heeft een pet op. Een tikkeltje scheef op zijn hoofd. Het is een man op leeftijd. Je kan het zien aan het witte haar onder de grijze pet, zijn gebogen rug en de gerimpelde hand op zijn wandelstok. Een tikkeltje onzeker staart hij naar de luikjes.
Dan gaat zijn blik over de displays. ‘gehaktstaaf’, ‘satékroket’, ‘berehap’, ‘garnalenkroket’, ‘hotdog ’. ‘Dij nijmoodse rommel huf ik nait….’, bromt de man. Een jongen met een grote capuchon en twee dopjes in zijn oren, komt binnen, schuift voor de man alsof hij er niet staat. Hij duwt lopies geld in de gleuf , maakt in één beweging het luikje open en graait er een hotdog uit. Hij neemt een hap. Neuriënd en een tikkeltje swingend loopt hij weer naar buiten.
De man graait rinkelend in zijn zak. Uit het kleingeld in zijn hand zoekt hij een muntstuk. Met trillende hand stopt hij het in de gleuf. Het rinkelen van het muntstuk geeft aan dat hij doorgevallen is in het opvangbakje. De man trekt aan het hendeltje van een luikje. Er gebeurt niets. De man staart licht verward naar de luikjes. Dan ziet hij het. Hij grijpt in het bakje en stopt de munt nog een keer in de gleuf. Deze keer geen gerinkel. Hij zet z’n stok tegen de muur, kijkt nog even in de vakjes en trekt dan met twee handen het onderste open. Met zijn linkerhand houdt hij het glazen klepje vast. Met zijn rechter pakt hij het witte kartonnetje met daarop een langwerpig stuk vlees. Zorgvuldig doet hij het luikje weer dicht. Hij pakt z’n stok en schuifelt naar buiten.
Naast het bankje voor de snackbar zit een Friese stabij. De hond is met zijn halsband aan één van de poten van het bankje geknoopt. Zijn baasje gaat op de bank zitten.
De hond staart hem hoopvol aan. ‘Kiek laiverd, hèst ook n stòkje frikadel… en wrijft hem zacht over z’n kop. De hond hapt het in een keer weg en slikt zich nog even om z’n bek als bewijs dat het lekker was….