Column: Dikke plaze

Ik heb de Televizier-Ring gewonnen. Je weet wel, die jaarlijkse prijzen voor de beste tv-programma’s en presentatoren. Ik hoor je nu denken: Wat raaskalt die man nou weer? Of in goed Gronings: Wat het dij dikke plaze nou weer te snakken?

Maar het is echt waar. Ooit heb ik de Televizier-Ring gewonnen. Dat zit zo. Ik heb jaren geleden gefigureerd in het tv-programma Koefnoen, waarin onder andere Paul Groot en Owen Schumacher bekende Nederlanders imiteerden en op de hak namen.

In een van de seizoenen van Koefnoen, ik geloof ergens in 2006, hadden ze een onderdeel met pratende monden. Die letterlijk handgemaakte monden gaven in verschillende dialecten commentaar op van alles. Een een van die pratende monden was ik. Althans, de oer-Groningse stem die uit de mond kwam, was ik.

Om mijn stem te vangen kwam er een vriendelijke vrouw van de AVRO met de trein uit Amsterdam naar Oost-Groningen gereden. De vrouw van achter in de vijftig belde op een zonnige lentemiddag aan in de Oranjestraat.

Ze had een ouderwetse en loeizware Nagra - een legendarisch Zwitsers opnameapparaat - over de schouder gehangen. Ik gaf haar thee met een kletskop. ‘Zullen we meteen maar ter zake komen?’, zei ze kordaat na de eerste slok. Voor ik ja had kunnen zeggen, vuurde ze een salvo aan vragen op me af. Ik gaf de beste antwoorden die ik maar kon bedenken.

Ik kan me nog een van die vragen herinneren: Wat is voor jou het lentegevoel? Mijn antwoord was zoiets van: de geur van groeiend gras in de lentezon. Maar het kan ook net even iets anders zijn geweest, want geheugen doet rare dingen met mensen.

Na goed twintig minuten slingerde de vrouw de Nagra weer over de schouder en liep in de lentezon terug naar het station voor de terugreis naar Amsterdam. Een week later kreeg ik van de AVRO 75 euro op mijn rekening gestort. Dat was mooi. Wat ook mooi was dat het programma dat jaar de Televizier-Ring won.

Ik was best trots. Van de vriendelijke AVRO-vrouw, van Owen, van Paul en van de omroep zelf, heb ik nooit een bedankje gekregen voor mijn enerverende bijdrage aan het winnen van de Televizier-Ring.

Hoe kom ik hier nu op? Nou, een dikke maand geleden werd ik gebeld door een vriendelijke vrouw. Of ik ook mee wilde werken aan het tv-programma ‘Erik Scherder onderzoekt’. Daarin gaat de bekende aimabele grijze hersenprofessor Erik Scherder op zoek naar de waarheid achter tegeltjeswijsheden. Misschien heb je het al wel gezien op de eerste donderdagavond van de maand.

Ik hoefde alleen maar een tekstje in te spreken met mijn Gronings accent. Want daar ging het om in de aflevering ‘Onbekend maakt Onbemind’, waaraan ik mee ging werken: om accenten. Het ging erom dat iemand met een ‘onbekend’ accent minder geloofwaardig over komt dan iemand met een Haarlems prinses Beatrix-accent.

Of ik met mijn Gronings accent even een nieuwsbericht wilde voorlezen? Ik aarzelde, want zouden wij Groningers nu via mijn stem weer worden weggezet als achterlijk, vroeg ik me hardop af. De vriendelijke EO-vrouw bezwoer van niet. Dus zegde ik mijn medewerking schoorvoetend toe. Ik verwachtte haar op een zonnige winterse dag met een Nagra over de schouder gehangen voor mijn deur in de Oranjestraat.

Niets van dat alles. Of ik het tekstje even op WhatsApp wilde inspreken en meteen naar haar door wilde sturen? Een vergoeding kwam niet eens ter sprake. Vooruit dan maar, dacht ik. Het zijn ook moderne tijden. Daar moet je in mee gaan, sprak ik mezelf toe.

Drie dagen later kreeg ik een appje van de vriendelijke EO-vrouw. Of ik het tekstje even opnieuw wilde inspreken. Maar dan wel met een veel steviger Gronings accent. De accentenprofessor vond het namelijk niet erg genoeg. Ik las het nog een keer.

Er borrelde woede in me op. Zie je wel, dacht ik, die Hollanders willen ons Groningers toch weer wegzetten als een achterlijk volk. Ik moest mijn doodgewoon Gronings accent, even ‘ombatterijen’ tot iets achterlijks, tot iets wat helemaal niet van mij is.

In het appje terug naar de vriendelijke EO-vrouw heb ik bedankt voor de eer. Als cynisch grapje raadde ik haar aan Marcel Hensema te bellen. ‘Die kan heel goed Groningse accenten acteren’, voegde ik er aan toe.

Naarmate de uitzendingen van ‘Erik Scherder onderzoekt’ dichterbij kwamen voelde ik iets van spijt. Stel dat dit programma nu ook een Televizier-Ring zou winnen. Dan pieste ik toch mooi buiten mijn tweede ringboot. En miste ik een tweede erkenning voor mijn oer-Groningse stem.

Nieuwsgierig geworden ging ik er voor zitten. Vorige week donderdag was de aflevering waarvoor ik vriendelijk had bedankt. In een Limburgse koeienstal en later in het oudste huis van Haarlem, waar ooit de standaard Nederlandse taal is ontstaan, moesten mensen tekstjes beoordelen. De mensen in het programma hoorden de stem van een Hilversumse nieuwslezer, een zangerige Limburger en de stem van…. onze Marcel Hensema.

De geboren Winschoter acteur, de Mijn Ede-man en de neef van oom Koert gooide al zijn Groningse acteerwortels in zijn stem. Bij het aanhoren van Hensema’s Groningse acteerstem werd er besmuikt gelachen. Het algemeen oordeel was dat het Gronings en Limburgs accent minder betrouwbaar zijn.

Een Limburgse vrouw vond dat best erg. Zij had zelf flink last van haar Limburgs accent. Meer nog dat ze daar op beoordeeld werd. Of beter gezegd: veroordeeld werd. Dat ze daardoor zichzelf niet kon zijn en zich daardoor een minder mens voelde.

Dat is toch wat. Alsof je met een accent een minder mens bent. Ik voelde met haar mee. Zo word je dus door een vooroordeel weggezet. ‘Het lijkt wel een grapje’, zei een Haarlemse man op de beeldbuis toen hij het Gronings van Marcel Hensema be- en veroordeelde.

Nou onze taal is geen grapje. Onze taal is onze ziel. Onze Groningse ziel. Onze Groningse trots. Nu heb ik er spijt van dat ik niet heb meegewerkt aan het programma. Niet om die Televizier-Ring. Maar omdat ik mijn eigen Groningse taal en trots heb verloochend.

En wat die Televizier-Ring betreft. Ik heb het even nagekeken. Ik heb er nooit een gewonnen. Koefnoen heeft er nooit een gewonnen. Het programma won namelijk de Zilveren Nipkowschijf. Het is allemaal een leugen van het geheugen.

Ben ik toch die ‘snakkerd’, die ‘dikke plaze’. Om het in een tegeltjeswijsheid van hersenprofessor Erik Scherder te gieten:

‘Een leugenaar moet een goed geheugen hebben….’

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws