Column: Dreigbrieven

Blaffende honden bijten niet, heet het, maar dat is natuurlijk een misleidend gezegde dat door de internationale hondenlobby in omloop is gebracht. Blaffende honden bijten niet altijd, wordt er bedoeld. Je moet elke keer maar weer afwachten wat er gebeurt als zo’n gedebiliseerde wolf je staat toe te blaffen.

Vandaar dat ons rechtsgevoel wel bevredigd is met het jaar celstraf (waarvan de helft voorwaardelijk, dat wel) dat de twee Jannen (H. en N.) hebben gekregen omdat zij met hun dreigbrieven veel te ver zijn gegaan in hun strijd tegen de komst van windmolens. Ze hebben bedrijven die meewerken aan de aanleg van de windparken bij Meeden en in de Drentse Monden anoniem aangeschreven met vage dreigementen dat ze niet in konden staan voor de veiligheid van hun personeel. Dat was voor de betrokken ondernemers een nachtmerrie. Blaffende honden, oké, maar wat als ze doorbijten?

Er was rond die windmolenparken ook al het een en ander gebeurd: er werden pamfletten aangtroffen die de burgemeester van Midden-Groningen in het Derde Rijk situeerden en rondgestrooide voorwerpen die landbouwmachines kunnen vernielen. Ook werd her en der een hoopje asbest gestrooid. Het zag er allemaal griezeliger uit dan het was, maar als je daarna een dreigbrief krijgt ben je wel op je hoede, wetende hoe boos de omwonenden, zeer begrijpelijk, zijn over de komst van die windmolens. En of het nou kwaad bedoeld was of niet, het mág gewoon niet, dreigbrieven rondsturen.

Het maakt veel uit wat je met dat gedreig wilt bereiken. Een hond dreigt gewoon een beetje dommig voor zich uit, zonder doel of plan, en dat is niet strafbaar, mede dankzij de internationale hondenlobby. Een paardenhoofd achterlaten in het bed van iemand wiens zaak je wilt overnemen is dat wel. Met een dreigement bewerkstelligen dat een school twee dagen dicht gaat, zit daar een beetje tussenin.

Degene die, al dan niet voor de grap, donderdag een dreigement heeft gestuurd naar het Stadslyceum in Groningen is een onschuldig keffertje vergeleken met die grommers van Jannen. Je kunt er donder op kunt zeggen dat het een puberstreek was van een leerling met onlustgevoelens. Volgens medeleerlingen bestond het dreigement uit een afbeelding van een pistool. Bepaald geen paardenhoofd. Maar hij (of zij, of iets daartussenin) kreeg toch voor elkaar dat de school meteen twee dagen dicht ging, zodat zijn/ haar leerachterstand nog groter werd dan hij al was.

En dan te bedenken dat er in deze schrikkerige tijd zoveel eenvoudiger manieren zijn om een school een poosje plat te leggen. Zwaaien met een positieve coronatest? Klas naar huis. Een zakdoek vol snot achterlaten in de kantine? Hele school in quarantaine. De samenleving is afgelopen jaar zo zenuwachtig geworden dat uiterst zelden voorkomende bloedstolseltjes al genoeg zijn om een complete vaccinatiecampagne te ontregelen, voor zover Hugo de Jonge dat niet zelf al had gedaan.

Misschien zijn we wel een beetje te nerveus. Als we altijd maar uitgaan van het ergste wat er kan gebeuren, hoe onwaarschijnlijk ook, maken we het ons onnodig moeilijk. We hoeven niet elk risico uit te sluiten, of het nu gaat om de veiligheid van vaccins, die van woningen in het aardbevingsgebied of die van bezoekers van een terrasje. Alleen bij honden, daar blijft waakzaamheid altijd geboden.

Meer over dit onderwerp:
columns opinie
Deel dit artikel:

Recent nieuws