Column: Wietolie

Ik ben niet zo van de drugs. Ik ben meer een bier- en wijnman. Ik denk aan de ene kant omdat ik bang voor drugs ben. Bang voor de gevolgen. Bang voor het onbekende. En aan de andere kant omdat ik niet op mijn best ben bij gebruik van drugs.

Om dat te kunnen weten, moet je wel eerst drugs hebben gebruikt. Nou, dat heb ik gedaan. Aan het eind van mijn tienerjaren. Ergens halverwege de jaren tachtig. Behalve sloten bier, bessenjenever, Apfelkorn en Pina colada werd er in mijn vriendenkring en ver daarbuiten ook drugs genuttigd.

Stiekem een blowtje roken op de slaapkamer, stiekem in de auto achter de grote boom op de parkeerplaats voor eetcafé ‘t Pleintje of in het donkere hoekje achter de bieb. Mijn vrienden spraken over Zwarte Maroc en Rode Libanon alsof het tuinbonen en rabarber was.

Bruine brokjes uit een klein zakje werden met een aansteker verwarmd en verpulverd in een extra large shagje met een kartonnen tuitje eraan. Omstebeurt lurkten mijn vrienden aan het tuitje. Niet lang daarna begonnen ze te proesten van het lachen om de meest onzinnige dingen en werden de elpees van The Doors en Joy Division een paar tikjes harder gedraaid.

Ik deed nooit mee. Ik nam een paar extra grote slokken uit een pijpje Heineken en vond het allemaal wel best. Of het uit nieuwsgierigheid kwam of omdat ik er toch een beetje bij wilde horen, weet ik niet. Maar op een donkere zaterdagavond bij een van de vrienden thuis in het huis bij het bos, nam ik ook een hijs van een extra large pretsigaret.

De hele avond en nacht bracht ik slapend in een stoel door en werd wakker omdat mijn maaginhoud zich een weg naar buiten baande. Nee, dat was niks voor mij en ik besloot mij niet meer in de wereld van hasjiesj, wiet - laat staan cocaïne, heroïne en lsd - te wagen.

Toch gebeurde het nog een keer. Met Renko. In een coffeeshop in Stad. Coffeeshops bestonden in die tijd alleen in Stad. Renko had een vers ‘puutje’ nodig en dus reden we op een doordeweekse dinsdag in zijn eend naar de coffeeshop, in een zijstraat van de hoerenbuurt.

In de coffeeshop met grote ovale bar en biljart was het op de jongen achter de bar na leeg. We bestelden twee biertjes en voor Renko een puutje Zwarte Maroc. ‘Moi Renko’, zei een man met een innemende lach die net was binnengekomen. Hij plofte naast ons aan de bar. De man stelde zich vriendelijk aan me voor. Hij bleek de eigenaar van de coffeeshop te zijn. Renko en ik kregen meteen een biertje van hem.

‘Zin aan een potje Tien over Rood?’ vroeg de man aan mij en hij knikte naar het biljart. Dat wou ik wel, want ik vond mezelf wel een goed biljarter, geleerd op het biljart van café Derksema in mijn dorp. Ik weet niet meer wie er heeft gewonnen maar de klik tussen mij en de coffeeshopeigenaar was na ons potje biljart in een keer een stuk groter.

Nadat we weer aan waren geschoven aan de bar rookte Renko zijn pas verkregen Zwarte Maroc. ‘Ik heb nog veel wat beters’, zei mijn nieuwe biljartvriend. ‘Wacht maar even’ En hij verdween achter de bar om er na vijf minuten weer achterweg te komen met een enorme toeter van een pretsigaret.

Hij stak hem zelf aan, nam twee enorme hijsen en gaf hem toen aan Renko. Die deed hetzelfde en gaf hem toen weer terug. ‘Jij ook?', zei de biljartvriend met vriendelijke lach en stak mij de pretsigaret toe. Tja, zo’n vriendengebaar van een nieuwe vriend kon ik niet weigeren en nam, zo stoer en professioneel als ik kon, ook twee hijsen.

Anderhalf uur later stonden Renko en ik zo stoned als een garnaal weer buiten. Terug in de eend besloot ik dat ik maar ging rijden omdat Renko compleet van de wereld was en hij met zijn ogen als vliegende schotels geen enkel zicht had.

De snelweg A7 leek een gloednieuwe cakewalk van een ouderwetse kermis met alle kleine lichtjes in de vangrail die op me afkwamen, de bulten in de snelweg bij Hoogezand en Sappemeer leken steile opgangen van de Alpe d’Huez,

Tussen Sappemeer en Zuidbroek maakten we een pitstop op de vluchtstrook omdat Renko heel nodig moest. Hij danste vervolgens als een balletdanser door het weiland. Ik had een dik half uur nodig had om hem al dansend op zijn tenen weer in de auto te krijgen.

Eenmaal thuisgekomen klom Renko in het pikkedonker, apengeluiden makend in de lindeboom in de tuin naast het huis om er tien tellen later ‘a-oewhaaa, a-oewhaaa’ a la tarzan weer uit te komen zeilen. Dat ging maar net goed omdat Renko op het gazon belandde en niet een meter verder op het betegeld terras. Na die gedenkwaardige avond besloot ik in tegenstelling tot Renko nooit meer drugs te doen.

Zeg nooit, nooit. want sinds kort - zo’n slordige 35 jaar later - ben ik weer aan de drugs. Dat zeg je niet zo gauw van jezelf, helemaal niet in een column op de meest bekeken zender van Nederland. Maar deze bekentenis durf ik wel aan.

Ik ben namelijk aan de wietolie. En dat kun je tegenwoordig best zeggen. Ik had er al over gehoord in de kroeg (toen het nog kon), over gelezen in de krant en gezien op tv. Ik zag er de regisseur van de tv-serie Hollands Hoop, een vriendelijke vrouw die ik nog kende van het bezoek aan de draaidag op de Hollands Hoop-boerderij in Overschild.

De vrouw die een tv-serie over drugs maakte, gebruikte zelf ook: wietolie. ‘Je wordt er lekker rustig van’, zei ze uit de grond van haar hart. En ik geloofde haar meteen.

Niet dat ik meteen liters wietolie ging bestellen maar het sluimerde wel in mijn hoofd.

En toen ik las dat het hielp tegen allerlei kwaaltjes en ook pijn onderdrukte, werd ik nieuwsgierig,. Ik, die al dik dertig jaar last heeft van zijn rug, heup en nek, zag ineens een uitweg. Baat het niet, schaadt het niet. ‘Via via’ bestelde ik een flesje met 21 procent thc.

Dat thc is goed voor de fysiek maar ook heel goed voor de geest, heb ik me laten vertellen. ‘Voor het slapen gaan twee drupjes olie op je hand. Eraf likken en je slaapt als een roos’, was de instructie bij het flesje. En ja, je wordt er heel rustig van. Ik slaap als een roosje. En de rug is niet over, maar wel makkelijker.

Ik wil geen ambassadeur zijn van wietolie. Ik wil ook niet beweren dat het helpt, dat het geneest. Het kan allemaal een groot toeval zijn. Of een uiterst effectief placebo-effect. De reguliere geneeskunde wil het nu ook echt weten, zo las ik van de week.

In het UMCG gaan ze onderzoek doen naar wietolie nadat twee leverkankerpatiënten leken te zijn genezen van wietolie, zo vertelden de ziekenhuisonderzoekers.

Wat ze nog niet verteld hebben, is dat je ook zo stoont als een garnaal van wietolie kan worden. Laatst schoot ik wat uit met de 'drupkes'. Midden in de nacht met zwevend hoofd en elastieken benen zocht ik de wc. Buiten zag ik een heel groot licht op nummer 13 afkomen, een UFO zo groot als de maan.

Wat gebeurt hier, dacht ik. Zie ik het licht? Ik zag visioenen van USS Enterprise, Spock en Captain Kirk van Star Trek.

Ik wreef me nog eens goed in de ogen en zag dat het echt de maan was....

Erik Hulsegge

Meer over dit onderwerp:
A7 columns opinie drugs ROKEN umcg zorg
Deel dit artikel:

Recent nieuws