Instellingen

Quasimodo op gympies: 'De stad een beetje gelukkiger maken'

De nieuwe stadsbeiaardiers Maurits Bunt (links) en Bob van der Linde
De nieuwe stadsbeiaardiers Maurits Bunt (links) en Bob van der Linde © RTV Noord

Bij ‘beiaardiers’ denk je aan vijftigplussers. Maar de twee nieuwe carillonbespelers van de Groninger Martinitoren zijn zelfs bij elkaar opgeteld nog jonger dan dat.

Maurits Bunt gaat voor naar zijn nieuwe werkplek. Na de draaipoortjes de deur, hij diept de sleutel op. Kijkt achterom, grote grijns, twinkelogen. ‘Dit moet nog wel even wennen hoor.’ En dan hop, op gympies alle 311 treden op.

Drieëntwintig en zesentwintig zijn ze, Maurits Bunt en Bob van der Linde, de fonkelnieuwe beiaardiers van de Martinitoren in Groningen. De jongste stadsbeiaardiers van Nederland.

De mannen volgen Auke de Boer op, die dertig jaar het carillon bespeelde en dit jaar met pensioen ging. Ze hebben een duobaan, als tweemanschap zijn ze de eenentwintigste en tweeëntwintigste beiaardiers van de toren – sinds 1525. ‘Dat bewijst denk ik wel dat het een leuke baan is’, lacht Van der Linde.

Quasimodo

Hoe wordt een twintiger beiaardier? ‘Je denkt toch aan stoffige oude mannetjes’, zegt Van der Linde. ‘Aan Quasimodo. Maar voor mij is er niets mooier dan bedenken: wat ga ik morgen eens spelen?’

‘Je hobbiet’, valt Bunt bij. ‘Dat is het eigenlijk. Je doet wat je het allerleukst vindt. En dan ook nog op déze plek.’

De Franse Revolutie. Twee wereldoorlogen. Dat heeft-ie allemaal meegemaakt. En in al die tijd speelde het carillon op de marktdagen
Bob van der Linde - beiaardier

Want ja, klokkentorens genoeg, maar niet allemaal zijn ze iconen. De Olle Grieze wel. ‘De sprookjestoren’, zei de vrouw van Bunt. Hij lacht. ‘Vanwege alle zijpaadjes. Je zou hier kunnen verdwalen. En hij is prachtig, dat fysiek, je herkent hem meteen.’

Ga eens na, zegt Van der Linde. ‘De Franse Revolutie. Twee wereldoorlogen. Dat heeft-ie allemaal meegemaakt. En in al die tijd speelde het carillon op de marktdagen: dinsdag en zaterdag. Dát idee heeft iets magisch.’

Levend erfgoed

Het is, zegt Bunt klinkend, levend erfgoed. ‘Natuurlijk, er zijn oude gebouwen. Maar die praten niet. We weten niet hoe stemmen klonken in zestienzoveel. Maar dit geluid – dat klinkt nog steeds hetzelfde als toen.’

Negen personen solliciteerden op de duobaan. Eentje was niet serieus, en van de acht anderen werden er vier uitgenodigd voor een proefspel. Een voor een kropen zij hoog in de toren achter het klavier, terwijl even verderop op een bankje in het Martinikerkhof de sollicitatiecommissie zat te luisteren, gespitste oren en pen in de aanslag.

Ik probeer het gewoon, dacht Bunt, al stond in de advertentie dat studenten niet mochten solliciteren. We zien wel. En zo zie je maar weer.

Beiaard klinkt natuurlijk niet bepaald sexy
Maurits Bunt - beiaardier

Stadsbeiaardier zijn - doet dat het nou goed in de kroeg of op verjaardagen? Dat hangt van je gezelschap af. Veel van hun vrienden zitten ook in de muziek, die weten hoe bijzonder een vaste baan is en hoe eervol juist déze baan is. Ouders en grootouders sprongen gaten in de lucht. Maar er is een groep die onverschillig reageert, niet echt begrijpt hoe bijzonder het is. ‘Beiaard klinkt natuurlijk niet bepaald sexy’, zegt Bunt.

Ze moesten eens weten.

Een carillon bespelen is een duet met de elementen. Bij vorst klinken de klokken anders, en die keer toen alles staccato klonk – plokplok – moest Van der Linde eerst een pak sneeuw van de klokken vegen. Bunt: ‘En als het hard stormt, is de klank net één groot tremulerend wezen. Alsof het gaat zweven.’

Bij het spelen gaat het om de kern van de klank, legt Bunt uit. ‘Daarmee geef je richting. Je moet het zo zien: een koor vol aardige zangers vult de ruimte van de kerk. Maar écht heel goede zangers kunnen dat met zijn drieën. Dat komt door de kern in de klank. Je kunt een klok doodslaan of zo bespelen dat hij gaat glimmen. En dat is wat je wil.’

Simpsons

Hun ‘setlist’ verandert mee met de seizoenen, vertelt Van der Linde, je kijkt altijd even op wikipedia: zijn er bijzondere gebeurtenissen te vieren of te gedenken, bekende mensen jarig misschien?

De categoriën moeten wel een beetje in balans zijn. Maar in principe zijn wij de baas
Bob van der Linde

Vervolgens zijn er vier categorieën om uit te kiezen: beiaardmuziek, arrangementen, popmuziek en improvisatie. ‘Die moeten wel een beetje in balans zijn. Maar in principe zijn wij de baas.’

En zo kan het dat op de Eusebius een keer de tune van de Simpsons klonk, toen de tekenfilmserie voor de duizendste keer werd uitgezonden. Een andere keer hoorde hij op maandag dat een kennis ‘het hele weekend dat deuntje in het hoofd had gehad.’ Hij grinnikt. ‘Dat was iets van de Efteling.’

Van der Linde werd eens door zijn orgeldocent meegenomen de Zwolse Peperbus op, zag beneden op straat mensen omhoog kijken en de kaarten waren geschud. Bunts kwartje viel, bijzonder genoeg, in de kerk waar we nu staan, zijn nieuwe werkplek. Als kind, met kerst een keer, die klánk, de betovering van de basklok.

Onbereikbaar

‘Dat zal wel onbereikbaar zijn’, dacht hij nog, en koos voor klavecimbel en orgel. Jaren later stond er eens in een kerk een oefenklavier, hij kroop erachter. Kort daarna schreef hij zich alsnog in voor de beiaardschool.

Dat is een dependance van het conservatorium in Utrecht. Bunt en Van der Linde studeerden beiden orgel en hebben dus een muziekachtergrond. ‘Maar er zijn ook architecten die beiaard studeren’, zegt Van der Linde. Ook op de beiaardschool waren hij en Bunt de jongsten.

Niemand ziet je, iedereen hoort je.

Ze zijn beiden opgevoed met de liefde voor muziek, voor oude dingen en ambachten, en waar komen die drie beter samen dan hier? In lang vervlogen tijden, mijmert Bunt, was muziek voorbehouden aan de rijken, die een concertkaartje konden kopen. ‘Maar beiaard was voor iedereen.’

Geen gezwets, je hebt alleen je spel
Maurits Bunt

Zo openbaar als het effect is, zo anoniem is het spelen zelf: niemand ziet je, iedereen hoort je. Dat is jammer en lekker tegelijk. Bunt: ‘Het heeft iets veiligs. En ook weer niet, want het komt er wel écht op aan. Geen gezwets, je hebt alleen je spel.’

Als Van der Linde aan het begin van de werkdag na de 311 treden de ‘cockpit’ betreedt, kijkt hij eerst uit alle raampjes. ‘Even de stad groeten, kijken of ik een bui zie hangen.’ ‘Ik ook!’, lacht Bunt. ‘En als het gaat regenen denk ik: over een uur speel ik ‘Onder moeders paraplu.’

Als een arend

Als het hele panorama van de stad bekeken is, dan wordt er diep ademgehaald, de voeten goed neergezet. Plaatsgenomen.

En dan? En dán.

Als hij speelt, zegt Bunt, denkt hij aan alle ruimte die hij om zich heen heeft. ‘Dan is het echt alsof ik even overal boven zweef. Als een arend.’

Veel mensen raken, dat is wat ze willen. Een glimlach op de Grote Markt. ‘De stad een beetje gelukkiger maken’, zegt Van der Linde. ‘De markt aankleden.’ Bunt: ‘Als je beiaard speelt, gaat de zon schijnen. Op het juiste moment een knipoog vanaf de toren.’

Beluister hier hoe Bunt en Van der Linde samen het carillon van de Martinitoren bespelen

Quasimodo op gympies