Instellingen

Column: de man die Clint Eastwood tegenkwam in Oostwold

Erik Hulsegge
Erik Hulsegge © RTV Noord

De toppen van de bomen zwiepen heen en weer als in een gezamenlijke dans. Een donker geruis is het geluid van de wind in mijn oren. Ik zit op de fiets, de racefiets. In deze bijna lentestorm kies ik, zoals ik vaker doe, voor het rondje bos.

Dat rondje - ik heb er denk ik wel eens vaker over geschreven - ziet er ongeveer zo uit: Winschoter wandelbos, babybos, Westerlijster bos, via Scheemda door het Midwolmer bos, langs het meer naar het Oostwolmer bos, Finnerwolmer bos, Tjamme en terug door het Beester bos langs de speeltuin, de haven, het stoomgemaal en dan via het park terug naar huis.

De wind voelt warm en het zweet loopt me over de rug. De Zwarte Italiaan rijdt me in een mooie cadans langs het meer. In Oostwold steek ik de Klinkerstraat, zonder klinkers, over naar het pad langs het veld van voetbalvereniging Sparta. Het pad voert me langs een graanveld en via de S-bocht bij de sloot, duik ik het bos in.

In de winter is er in het bos een bom gevallen. Althans, zo lijkt het. De halve bomenpopulatie is gekapt en gezaagd. Ziek, zeiden de houtkappers. Mooi is dat er wel nieuwe voor terug zijn gezet. De stammetjes zijn als een cadeautje ingepakt in wit plastic.

Plop...plop...plop...plop, doet mijn wielrenfiets plotseling. Met het plopgeluid is ook de mooie cadans van de Zwarte Italiaan (voor de nieuwsgierige wielerliefhebbers: Colnago) verdwenen. Het voelt alsof ik over een ribbelpad rijd, alsof er allemaal plankjes op het betonnen fietspad zijn gelegd.

Ik voel dat het vanaf mijn voorwiel komt. Ik denk dat er iets aan mijn band kleeft waar ik steeds over heen rijd. Al rijdend zie ik niets vreemds aan de band. Plop..plop..plop...plop.. Het houdt maar niet op. Ik krijg er een kregelig gevoel van. Wat is dit?

Ik klik uit de pedalen. En zet mijn fiets aan de kant. Met stramme en bezwete rug stap ik af en onderwerp mijn voorband aan een inspectie. Dan zie ik het. Er zit een enorme bult op de band. De buitenband heeft kennelijk zijn langste tijd gehad en de binnenband baant zich met een bobbel een weg naar buiten.

Net als ik denk ‘En nu dan?’ hoor ik een stem: ‘Wilt nait mejong?’ Ik kijk op waar de stem vandaan komt. Twintig meter verder zit een man in een bushokje. Nou ja, het is geen bushokje, want dat zou heel vreemd zijn langs een fietspad midden in het bos.

Maar ‘t ziet er wel zo uit. Een bankje met overkapping in gele, rode en blauwe kleuren. ‘Hest lucht aan de verkeerde kaante?’ vraagt de man of mijn band lek is. ‘Neuh’ zeg ik. ‘Bobbel op baand’ onderwijl met fiets aan de hand naar hem toe lopend.

Ik zie dat hij zijn fiets, een paarse damesfiets met grijsbruine versleten fietstassen, tegen het schuilhokje heeft gezet. ‘Pilsje mejong?’ en hij grijpt in een van de versleten fietstassen om er twee blikken Schultenbräu uit te halen.

Ik hou best wel van een biertje maar niet onder het fietsen. En toch, ik weet niet goed waarom, neem ik het blikje aan, stal mijn fiets ook tegen het ‘bushokje’ en ga naast hem zitten.

De man is klein van stuk. Zijn jas is te dik voor de tijd van het jaar en in zijn ‘stuutsiekoorn’ broek zitten vetvlekken. Een rood doorleefd gezicht met wit plakkerig haar op zijn hoofd. Zijn blauwe ogen hebben een ietwat troebele uitkijk. De blik is meewarig vriendelijk. ‘Hier zitten ie?’ vraag ik.

De man legt uit dat hij er vaker zit om er te genieten van het uitzicht. Met achter hem het bos kijkt hij over de groene velden van Goldhoorn richting Dollard. ik kijk even met hem mee zie het contrast van de Groningse wolkenlucht met het groen van het koren en denk verderop de achterkant van de boerderij van Huisman te herkennen.

We horen een geluid in de lucht. Tegelijk leggen we ons hoofd in de nek en kijken naar boven. Een wit vliegtuigje dat tegen de wind in hoogte probeert te winnen.

‘Komt van ‘Tom Vliegt voor U’, legt de man ongevraagd uit dat het vliegtuigje is opgestegen van vliegveld Oostwold van Tom van der Meulen. Ik wil zeggen dat ik dat wel weet, maar in plaats daarvan neem ik een flinke slok bier en doe er het zwijgen toe. Ik denk aan die keer dat ik naast Tom van der Meulen in een vliegtuig zat en de as van mijn vader uit strooide boven zijn stoomgemaal.

‘Clint Eastwood was der lest ook’ zegt de man. Ik schrik op uit mijn gemijmer. Clint Eastwood? Clint Eastwood, de man van mijn meest favoriete film The Good, The Bad and The Ugly, de man van Dirty ‘Do you feel lucky punk’ Harry, de man naar wie ik zelf op zoek ging in zijn woonplaats Carmel aan de Californische kust en hem niet kon vinden, de man wiens films ik nagenoeg allemaal heb gezien. Mijn all time held??

Ik weet niet wat ik hoor. Clint Eastwood op vliegveld Oostwold? ‘Mainen ie dat nou?’, vraag ik ongelovig. ‘Joawaoh. Wis dat ik hier zit’, zegt ie met vuur in zijn ogen. Dan vertelt de man dat hij de afgelopen zomer langs het vliegveld fietste en even op het terrein was blijven staan om te kijken naar de vliegtuigjes.

Heel zachtjes was er een auto naast hem gestopt. Een witte limousine. De chauffeur stapte uit en deed het achterportier open. Een oude magere man met een grote zwarte zonnebril en wandelstok stapte uit. Aan de andere kant van de slee kwam een jongere man, een enorme kleerkast, met een nog grotere zonnebril uit de wagen gestapt.

‘Hi there’, zei de oude man met zachte schorre stem. De man naast mij op het bankje pakt nog een blikje bier - dit keer alleen voor hemzelf - uit de fietstas. De Amerikaanse acteur had hem gevraagd of hij nu in ‘the little town Eastwood’ was.

Het duurde even voordat de man begreep wat Eastwood bedoelde. ‘Yes, Yes, you are in Oostwold, in Eastwood yes..’, had hij geantwoord. De acteur vertelde hem dat zijn betovergrootouders uit Nederland kwamen en dat eeuwen terug hier in Oostwold zijn familiewortels lagen. En dat ie het erg leuk vond om het eens te zien.

Ik kan het niet geloven. Ik vraag de man naast mij hoe hij zo zeker weet dat het Clint Eastwood was, die hij had gezien. ‘Ik wol t eerst ook nait leuven. Dus vroug ik hom of hai sums Clint Eastwood was…’

De oude man had met zijn linkerhand had zijn zonnebril afgezet, zijn ogen samengeknepen en gezegd ‘ If you want a guarantee, buy a toaster…’ (*)

‘Dat kin allint mor Clint Eastwood zeggen…’

Drie kwartier later rij ik plopperdeplop met bobbel op de band de oprit op . Ik kan nog niet geloven wat ik onderweg gehoord heb. Binnen google ik Clint Eastwood en Nederland. Wat blijkt: mijn grote held Clint Eastwood heeft inderdaad Nederlandse voorouders. Tja….

Erik Hulsegge

(*) Als je een garantiebewijs wil, moet je een broodrooster kopen