‘Gaswinning Drentsche Aa mogelijk risico voor kwaliteit drinkwater Groningen’

Het Taarlosche diep in de Drentsche Aa
Het Taarlosche diep in de Drentsche Aa © Petra Wijnsema / RTV Drenthe
Het water in de Drentsche Aa kan vervuild raken door mijnbouw in dit gebied. Dat zegt de schrijver van een rapport dat de werkgroep Stop Gaswinning Marsdijk Nu naar de Raad van State heeft gestuurd in de hoop dat de rechter dit meeweegt in de procedure rond de vernieuwing van het winningsplan Westerveld.
Waterbedrijf Groningen levert jaarlijks 47 miljard liter drinkwater. Dat zijn bijna 19.000 Olympische zwembaden vol. Daarvan is 40 miljard liter grondwater afkomstig van het Drents Plateau, gelegen tussen Coevorden, Groningen, Steenwijk en Emmen. De resterende 7 miljard liter betreft oppervlaktewater uit de Drentsche Aa.

Glaciale geulen als snelwegen

'Bij calamiteiten zoals lekkages zou het water vervuild kunnen raken', zegt landschapsecoloog Enno Bregman. Hij is de schrijver van het rapport en 36 jaar in dienst geweest bij de provincie Drenthe als fysisch-geograaf. 'Het diepe grondwater van 5000 jaar oud komt op sommige plaatsen naar boven en vermengt zich met het oppervlaktewater. Je kunt oppervlaktewater en grondwater dus niet los van elkaar zien.'
De situatie speelt volgens hem bij de gaswinningsvelden Assen-Zuid, Vries en Eleveld. 'Bij de gasvelden Assen-Zuid en Eleveld komen tot 185 meter diepe glaciale geulen voor. Als daar wordt geboord en er treedt een calamiteit op, dan fungeren die geulen als snelwegen om verontreiniging te vervoeren. Dan ben je ook het oppervlaktewater aan het vervuilen', aldus Bregman.

Invloed ijstijd

Het veld Vries ten noorden van Assen ligt volgens Bregman op de rand van een breuksysteem dat door de (voor)laatste ijstijd instabiel is. 'Wat het risico daarvan is bij mijnbouw, zou specifiek moeten worden bekeken bij het vaststellen van een winningsplan.'
Hij vindt het verbazingwekkend dat de Raad van State tijdens een zittingsdag vorig jaar is gewezen op bestaande kennis en toch deze bezwaren tegen het vernieuwde winningsplan in een tussenbesluit afgelopen december naast zich neerlegt. Ab Grootjans, emeritus hoogleraar ecohydrologie bij de Rijksuniversiteit Groningen, deelt deze opvatting met hem.

Zwakke argumentatie

'De minister heeft de NAM gevraagd de effecten van de gaswinning in het winningsplan Westerveld te beschrijven. Wat in dat document staat is gebaseerd op 40 jaar oude kennis. En nergens wordt gerefereerd naar wetenschappelijk onderzoek. Er is niemand die dit corrigeert. Dat vind ik een slecht proces', zegt Grootjans.
Grootjans noemt de argumentatie die wordt gebruikt in het NAM-document 'lulkoek'. 'Er wordt geschreven dat twee centimeter bodemdaling weinig effect zou hebben op de natuurwaarden in het gebied omdat er grote hoogteverschillen zijn. Maar je voegt problemen toe en dat is niet gewenst omdat je de gevolgen niet kent. Als het waterschap het waterpeil aanpast om bodemdaling te compenseren, dan heeft dit nauwelijks effect op de diepe ondergrond. De grondwaterstromingen kunnen veranderen en die hebben effect op de waterkwaliteit', aldus de professor ecohydrologie.

Rechter is geen onderzoeker

Grootjans is erg kritisch over de rol van de Raad van State bij de tussenuitspraak. 'Wat de Raad van State doet is overschrijven wat anderen suggereren. De Raad van State schiet tekort in kennis. Het is een onwaardige reactie van de Raad van State', zegt Grootjans.
De Raad van State laat weten dat het niet de rol van de bestuursrechter is om zelf onderzoek te doen. 'De bestuursrechter toetst of een besluit van een bestuursorgaan rechtmatig is. Bezwaarmakers moeten eventuele contra-expertise zelf aanvoeren. Het rapport van Bregman is door de bezwaarmakers niet ingebracht als onderbouwing van hun standpunt voor de tussenuitspraak in december 2020. Het is niet zo dat de bestuursrechter zelf moet kijken waar iets staat of te vinden is. Zo werkt het niet in het bestuursprocesrecht', aldus een woordvoerder.
De bezwaren die zijn ingediend tegen het mogelijke effect van de gaswinning op de natuurwaarden in de Drentsche Aa zijn bij de tussenuitspraak al van tafel geveegd door de Raad van State omdat die vond dat ze onvoldoende waren onderbouwd. Gaat de rechter dit ingezonden rapport alsnog meewegen? 'De rechter komt niet zo snel terug op bezwaren die eerder ongegrond zijn verklaard', aldus de woordvoerder van de Raad van State.
Het Waterbedrijf Groningen schrijft in een reactie dat boringen voor mijnbouw in gebieden rond drinkwaterwinningen niet zijn toegestaan. Ook zegt het waterbedrijf dat het gebruikelijk is om het diepe grondwater te monitoren bij mijnbouwactiviteiten om eventuele lekkages tijdig op te sporen. 'Wij vertrouwen erop dat het ministerie de regels en uitgangspunten heeft meegewogen bij het vaststellen van het winningsplan Westerveld', zo meldt het bedrijf.

Geen inhoudelijke reacties

Onderzoeksinstituut TNO zegt dat de minister van Economische Zaken het belang van drinkwaterwinning al meeweegt bij het vaststellen van een winningsplan, want zo staat dat al omschreven in de Mijnbouwwet. Ook nadelige gevolgen voor het milieu en de natuur zijn gronden waarop de minister een winningsplan geheel of gedeeltelijk kan weigeren. TNO wil geen inhoudelijke reactie geven op het rapport.
Het ministerie van Economische Zaken en de NAM willen niet reageren omdat de zaak onder de rechter is. Ook het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) voelt zich niet geroepen om stukken die zijn ingebracht voor een rechtszaak, te duiden.

Einduitspraak op komst

De bal ligt nu bij de Raad van State. De minister heeft reparaties op het vernieuwde winningsplan gedaan en de partijen die bezwaar maken tegen dit winningsplan hebben tot 10 juni de tijd hierop te reageren. Hierna belegt de Raad van State mogelijk nog een zitting om tot een einduitspraak te komen. Een ander scenario is dat de Raad van State meteen een einduitspraak doet op basis van de informatie van de minister en de reactie daarop van de bezwaar makende partijen.