Column: Bruggenbouwer

Willem van Reijendam
Willem van Reijendam © RTV Noord
De open brug voor de een is de gesloten brug voor de ander. Dat is de bittere werkelijkheid waar, vooral in de zomer, scheepvaart en automobilisten beurtelings mee worden geconfronteerd. Het wederzijdse begrip wordt er niet groter van als schippers almaar tegen bruggen aan blijven varen.
Natuurlijk, je hebt automobilisten die een enorme hoeveelheid ‘zen’ in hun dna hebben zitten en laconiek de motor uitzetten, handrem erop en dan maar even een spelletje patience gaan doen op hun telefoon, terwijl in de verte die klep opengaat om een binnenvaartschip of zeilboot door te laten. Maar het is verdedigbaar om je handen in de lucht te werpen, met de vuisten op het stuur te beuken en heel hard KUT KUT KUT te roepen, terwijl de ‘Greet Hofmans’ traag onder de brug door vaart, expres om je te pesten om wie je bent, of als er in de verte een paar van die beoefenaars van de zogeheten pleziervaart aan komen dobberen met die staande masten van ze. Dat het om ‘pleziervaart’ gaat, maakt het wachten extra erg.
Waar bruggen zorgen voor verbinding tussen twee oevers, veroorzaken ze dus ook scheiding en tweedracht tussen water- en landrotten. Je kunt nu eenmaal niet alles met alles verbinden, en een verbinding met de een sluit soms die met een ander uit. In elk geval zitten verbindingen elkaar op de snijpunten topologisch in de weg, althans in de tweede dimensie.
Maar daar heeft de scheepvaart blijkbaar weinig boodschap aan, want de afgelopen weken werd in Groningen maar liefst twee keer een brug aangevaren, en dat past in een patroon, want in onze provincie gebeurt dat de laatste jaren opvallend vaak. De Paddepoelsterbrug ligt er daardoor al drie jaar uit, de Friesenbrücke over de Eems al zeven jaar en de toekomst van de onlangs aangevaren Gerrit Krol-brug is onzeker. Alleen fietsers en voetgangers hebben daar het geluk dat ze op die hoge fietsbrug de derde dimensie op kunnen zoeken, waar lijnen niet snijden maar kruisen. Voor hen nooit meer die Klotekorrebrug, zoals bezongen door Pé en Rinus.
Eigenlijk maakt het natuurlijk ook niet uit dat je moet omrijden, want ook als de brug er nog wel ligt, gaat hij altijd net open als je er aan komt. Net zoals de andere rij altijd sneller gaat en de rook van een kampvuur altijd naar jou toe komt, waar je ook gaat zitten. Dat noodlot moeten we omhelzen en het heeft als voordeel dat je altijd een excuus hebt als je ergens te laat bent: de brug was open. Of dicht. Het klinkt allebei overtuigend.
Maar het ziet ernaar uit dat ook dit soort problemen straks opgelost wordt, want de Nationale Ombudsman pleit voor een speciale staatssecretaris voor Groningen die ‘de volledige aandacht heeft’ voor dit gebied. Dat kan er na al die aardbevings- en gaswinningsjongens, ombudsmannen, psychologen, schade-, waarde-, versterkings- en leefbaarheidsexperts ook nog wel bij, een staatssecretaris die de volledige aandacht voor ons heeft als zijn minister weer eens overspannen thuis zit. Drie keer raden wat voor man dat moet worden: Een bruggenbouwer natuurlijk! En een hele goede ook, want die brug moet reiken tot Den Haag. Daarbij vergeleken is zelfs de Lelylijn een kansrijk project.