Instellingen

RUG verhuist omstreden Confucius Instituut naar ander pand

Het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG)
Het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) © ANP

Minister van Engelshoven wil dat de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) het Confucius Instituut op afstand zet. Dat blijkt uit haar antwoord op Kamervragen van het CDA.

Ze heeft de RUG geadviseerd 'te kiezen voor ontkoppeling van het Confucius Instituut. Dat zou mijns inziens de beste manier zijn om de zorgen over mogelijke aantasting van academische vrijheid, of de schijn daarvan, weg te nemen.'

RUG verplaatst instituut

De Rijksuniversiteit Groningen zegt, net als de Hanzehogeschool, kennis genomen te hebben van het advies. Als reactie heeft de RUG besloten het instituut in een ander pand te vestigen, dat niet van de universiteit is. Ook loopt er een onderzoek naar hoe de bestuurlijke relatie met het instituut anders kan; dat onderzoek was in maart al door bestuursvoorzitter Jouke de Vries aangekondigd.

Confucius Instituut, wat is het?

Het instituut is een samenwerking tussen de RUG, de Hanzehogeschool en de gemeente Groningen met de Communication University of China in Peking. Doel van het Groningse Confucius Instituut is naar eigen zeggen een brug vormen tussen enerzijds Nederland (en Noord-Duitsland) en anderzijds China. Maar de laatste jaren ontstaat steeds meer ophef over Chinese invloed op de Rijksuniversiteit.

Waarom is er ophef?

Internationaal zijn de instituten in opspraak vanwege hun banden met de Chinese communistische partij. In Groningen startten studenten van Aziatische komaf in februari een petitie omdat ze zich onveilig voelen, doordat hun academische vrijheid in gevaar zou zijn. De Vrije Student, een partij in de Universiteitsraad, sloot zich hierbij aan. Door de samenwerking met het instituut zou de RUG de veiligheid van studenten en medewerkers 'niet serieus nemen'.

Ook uit onderzoek blijkt dit

Minister Van Engelshoven zegt in haar beantwoording van de Kamervragen dat ze zich kan voorstellen dat die zorgen er zijn en noemt daarbij het rapport van onderzoeksinstituut Clingendael uit 2020. Daaruit blijkt dat 'er sprake is van politieke beïnvloeding door China in hoger onderwijs en wetenschap in Nederland', bijvoorbeeld door het (indirect) aanzetten tot zelfcensuur bij onderzoekers, beleidsmedewerkers en studenten. Daarom vindt de minister het 'verstandig dat de betrokken instellingen deze inbedding heroverwegen'.

Wat doet RUG?

De universiteit gaf in maart nog aan de samenwerking met het instituut voort te willen zetten. Wel liet de RUG toen weten de Chinese financiële bijdrage aan de leerstoel Chinese taal- en letterkunde stop te willen zetten. Aanleiding was berichtgeving van de NOS, die het contract van de betreffende hoogleraar had ingezien. Daarin stond dat hij zich moet houden aan de Chinese wet en geen uitspraken mag doen die schadelijk zijn voor het imago van China.

De universiteit neemt vooralsnog, ook nu de minister dat wel adviseert, niet inhoudelijk meer afstand van het Confucius Instituut; er komt alleen nieuwe huisvesting. Het onderzoek naar 'een nieuwe bestuurlijke relatie' is nog niet klaar. Het doel daarvan is volgens een woordvoerder wel om 'meer afstand te creëren tussen het Confucius Instituut Groningen en de leden van de stichting, waaronder de RUG.'

China blijft belangrijk

De Groningse universiteit laat verder weten dat China belangrijk blijft. Daarom bekijkt de RUG hoe ze zelf 'in de grote vraag naar kennis over het moderne China en de Chinese taal kan voorzien'. Daar moet later dit jaar meer over duidelijk zijn. Dan wil de universiteit ook met het onderwijsministerie in gesprek over de mogelijke gevolgen voor de relatie met het Confucius Instituut.

Kennisveiligheid moet beter

Minister Van Engelshoven concludeert overigens ook nog dat universiteiten zich sowieso nog niet genoeg bewust zijn van de risico's rondom 'kennisveiligheid'. Het ministerie wil daar wat aan doen en komt met maatregelen om dit te verbeteren. Deze moeten samen met de universiteiten worden ontwikkeld. Doel is om iets meer duidelijkheid te scheppen in wat wel en wat niet kan, bijvoorbeeld op gebied van academische vrijheid. Binnen dat kader moeten universiteiten dan hun eigen verantwoordelijkheid nemen.