Deze dag: zieke zeehond per vliegtuig naar Pieterburen

Een zeehondje, niet Ot of Sien
Een zeehondje, niet Ot of Sien © FPS/Jos Schuurman
Drie kwartier duurt de vlucht van Hamburg naar Eelde. Dan doorreizen met het zieke dier naar Pieterburen, zodat het in een wastobbe bij Lenie ’t Hart kan aansterken. Het gebeurde op deze dag, niet lang vóór de bouw van de zeehondencrèche. We schrijven 3 juli 1978.
Op het strand van het waddeneiland Sylt was hij gevonden, dit doodzieke beestje. Overgebracht naar Büsum, een plaatsje aan de kust van Sleeswijk-Holstein, waar bij de familie Luttje een soort van ‘waterdierentuin’ gevestigd was. Ze waren daar niet ingesteld op het verzorgen van zieke dieren. Toen de conditie van het dier steeds verder achteruit ging, werd dan ook contact opgenomen met 'zeehondenmoeder' Lenie.
Transport over de weg zou de zeehond waarschijnlijk niet overleven. Er kwam hulp van de PH-ASU van Fast Zakenvluchten op Eelde. Een levensreddende luchtbrug moest er komen. Het Nieuwsblad van het Noorden beschrijft minutieus de toestand van de patiënt, vervoerd in een plastic wasteil, tijdens de drie kwartier durende vlucht: ‘de zeehond heeft een paar maal gehoest, vijf keer de ogen loom geopend en even traag weer gesloten en één keer vrij energiek met de poten tegen de rand van de wasteil gekrabbeld’.
Eenmaal in Pieterburen luidt de diagnose van dienstdoende dierenarts Bruins: ‘longwormen, mogelijk ook hartwormen’. Lenie ’t Hart zet de tobbe met het zieke dier pal naast een bad waarin eveneens een zeehond met longwormen wordt opgevangen en roept vertederd: ‘moet je nou eens kijken, het is net Ot en Sien!’
Ot krijgt meteen zijn eerste medicijnen, hij eet voor het eerst sinds een week. Toch blijft zijn conditie slecht. Als hij niet voortijdig sterft, zal hij maanden nodig hebben om aan te sterken. Dat moet dan gebeuren in de nieuw te bouwen zeehondenopvang, waar aannemer Eleveld meteen na de bouwvak mee aan de slag zal gaan. In dat nieuwe verblijf is permanent ruimte voor twintig zeehonden, tegen de huidige vijftien.
Het is het begin van een goed georganiseerd zeehondenopvangcentrum in Pieterburen. Dankzij giften van tienduizenden Nederlanders wordt het centrum in 1993 nog eens fors uitgebreid. In de hoogtijdagen brengen meer dan 200.000 mensen per jaar er een bezoek. Met name veel kinderen vergapen zich aan de aaibare dieren met de grote ogen die nu en dan smartelijk en luidkeels huilen.
Op deze dag zijn, behalve Ot en Sien, ook nog Frits, Paulien, Manon en Derk in huis bij Lenie ’t Hart. De zeehonden zijn aan de beterende hand. Ze zijn ziek geworden door ‘de vervuiling van de Waddenzee, waaraan nog steeds geen halt is toegeroepen’, aldus het Nieuwsblad.
Deze dag, waarop zelfs een vliegtuig voor transport wordt ingezet, behoort tot de aanloop naar de hoogtijdagen van de zeehondencrèche. Het is 3 juli 1978. Kort daarop begint de nieuwbouw.