Instellingen

Mohsen Bakhshi: ‘Deze spijkerbroek zou me in Afghanistan 20 zweepslagen kosten'

Mohsen Bakhshi
Mohsen Bakhshi © Noor Vloeimans/RTV Noord

Drie dagen geleden, toen de Afghaanse hoofdstad Kabul in handen van de Taliban viel, heeft Mohsen Bakhshi (23) voor het laatst contact gehad met zijn familie. Hij leeft constant in angst sinds de Taliban met hun opmars bezig zijn.

Mohsen Bakhshi loopt rond in een spijkerbroek, T-shirt en zomerjas. Een doodgewone outfit voor een twintiger. Hij wijst op zijn kleding: ‘Als ik dit in Afghanistan zou dragen, zou ik twintig zweepslagen en een hoge boete krijgen van de Taliban. Ze doen wel alsof ze mild zijn, maar dat is niet zo.’

Mohsen woont in een van de twee asielboten in het Eemskanaal. Hij is uitgeprocedeerd en moet op termijn terug naar Afghanistan. Het komende half jaar hoeft dat in ieder geval niet; Den Haag heeft besloten de gedwongen uitzettingen op te schorten.

Al een paar dagen radiostilte

Dat biedt Mohsen geen rust. Integendeel: hij maakt zich dag en nacht zorgen om zijn familie in Afghanistan. Al een paar dagen heerst er radiostilte. De telefoonlijnen zijn dood en hij heeft geen idee hoe het met zijn vijf zussen, moeder en twee broers gaat.

Mijn moeder gaat niet naar buiten. Mijn broer doet boodschappen
Mohsen Bakhshi

De zorgen zijn van zijn gezicht af te lezen als hij over zijn zussen praat. Eigenlijk als hij over alle Afghaanse vrouwen praat, want ze voelen allemaal als zusters voor hem. Het gaat hem daarom aan het hart dat alle vrouwen en meisjes gesluierd over straat moeten en dat diezelfde sluiers onbetaalbaar zijn geworden. Meisjes vanaf twaalf jaar oud lopen de kans geroofd te worden en gedwongen te worden te trouwen met een man.

Vrouwen blijven binnen

De situatie dwingt veel vrouwen om binnen te blijven. ‘Mijn moeder gaat niet naar buiten. Mijn broer doet boodschappen’, zegt Mohsen. Voor zolang dat duurt: de voedselprijzen stijgen in rap tempo. ‘Straks is het eten niet meer te betalen.’

De hele dag neemt hij het nieuws tot zich. Hij kijkt online naar de BBC en nieuwskanalen in het Dari, zijn moedertaal. Via sociale media spreekt hij vrienden in Afghanistan en krijgt hij foto’s doorgestuurd.

Sommige afbeeldingen zijn gruwelijk. Afghanen die voorheen voor de overheid werkten, zijn hun leven niet zeker. ‘Ze proberen weg te komen via het vliegveld, hangend aan vliegtuigen’, vertelt Mohsen. Als ze gepakt worden voordat ze het vliegveld kunnen bereiken, worden ze soms levend begraven.

'De Taliban willen je hart kapotmaken'

Hij vindt het verschrikkelijk wat er in zijn land gebeurt, maar hij kan er goed over praten. Hij weet niet beter dan dat zijn familie wordt opgejaagd en niet welkom is. Mohsen stamt af van de Hazara, een etnische Afghaanse minderheid, oorspronkelijk uit Mongolië en Turkije. Vanwege hun afwijkende geloof en Aziatische uiterlijk worden ze al eeuwen opgejaagd en buitengesloten.

De Taliban zeggen uit naam van god te handelen, maar ze willen je hart kapotmaken
Mohsen Bakhshi

Ook de Taliban moet niks van Hazara hebben. Vanwege die vervolgingen vluchtte Mohsens familie in 2015 naar Iran. Bij de grens is hij ze kwijtgeraakt. Uiteindelijk is hij in Nederland terechtgekomen, maar hier blijven is niet mogelijk.

‘Ik voel mij Nederlander’, zegt Mohsen. Hij heeft godsdienst afgezworen. ‘De Taliban zeggen uit naam van god te handelen, maar ze willen je hart kapotmaken. Ik geloof in de mens, en niet in god. Religie is het probleem van de Taliban. Ze beloven goede dingen, maar doen juist de slechte. Ook in Nederland kun je als Afghaan gevaar lopen. Ze zijn overal.’