Instellingen

Bejaarde Stadjer is op zoek naar de man die mogelijk zijn leven redde

Een ambulance
Een ambulance © Jos Schuurman
Dankzij de vasthoudendheid van een toevallige voorbijganger kreeg Willem Terpstra uit Groningen de medische hulp die hij zelf wilde afslaan. Hij is de man ontzettend dankbaar en is naar hem op zoek.
'Als hij er niet was geweest was ik gewoon naar huis gegaan en was ik misschien niet meer wakker geworden', zegt Stadjer Willem Terpstra vanaf zijn bed in revalidatiecentrum Beatrixoord in Haren.

Lekkende hartklep

Terpstra, hartpatiënt, maakt op 26 juli jongstleden 's ochtends een fietstochtje door de stad. Bij de Oostersluis gaat hij op een bankje zitten om even uit te rusten, waarna hij zijn tocht vervolgt. En dan gaat het mis. Eerder die ochtend heeft hij nog een telefonisch consult met de cardioloog, vanwege een lekkende hartklep. 'Ik vertelde hem dat het redelijk goed met me ging, en we spraken af dat ik over drie maanden weer voor controle zou komen', zegt de 74-jarige Willem.
Hij stapt op de fiets en vertrekt richting huis. Ergens in de Krokusstraat gaat het mis. Willem gaat onderuit en klapt tegen het wegdek. In eerste instantie denkt hij dat zijn voorband de stoep heeft geraakt, maar dat blijkt later niet zo te zijn. Willem is onwel wel geworden en is daardoor onderuit gegaan.

Vasthoudend type

'Ik heb een tijdje op de grond gezeten', vervolgt de Stadjer. 'Ik weet nog dat er twee gemeentewerkers bij me waren en een man van ongeveer 50, 60 jaar. 'Het gaat wel weer, ik ga naar huis', zei ik tegen hem. 'Ik woon in de Heesterpoort, dat is vijf minuten fietsen. Maar hij bleef erbij dat ik rustig moest blijven zitten, dat hij 112 gebeld had en dat de ambulance zo zou komen.'

Acuut gevaar

In het ziekenhuis bleek dat er acuut gevaar was en dat Willem direct onder het mes moest. 'Mijn hele borstkas is open geweest', zegt de 74-jarige patiënt vol ontzag. 'Mijn borstbeen is doormidden gezaagd en ik heb een nieuwe hartklep gekregen. En omdat ik toch helemaal open lag hebben ze gelijk iets gedaan aan de hartritmestoornissen waar ik last van had.'
Het gaat inmiddels een stuk beter met Willem. Hij revalideert en loopt alweer zelfstandig door de gangen van Beatrixoord, en mag voor het eerst weer een weekend naar huis.

Wie is het?

'Wat ik zeggen wil', besluit Willem, 'zonder die man die vol bleef houden dat ik moest blijven zitten was ik er misschien niet meer geweest. Ik wil hem daar heel erg graag voor bedanken, met een doosje chocolade of iets dergelijks, maar ik ken zijn identiteit niet. Vandaar mijn oproep: weet iemand wie deze man is?'