Instellingen

Deze dag: Bommen Berend blaast de aftocht

Bisschop Christoph Bernard von Galen, oftewel Bommen Berend
Bisschop Christoph Bernard von Galen, oftewel Bommen Berend © Publiek Domein

Bisschop Christoph Bernard von Galen, zoals hij voluit heette, ‘had een grotere voorkeur voor kruitdamp dan voor de geuren van het wierookvat’, schreef historicus Luc Panhuysen in zijn boek over het rampjaar 1672. Een jaar dat toch een gelukkige afloop kende, mede dankzij de nederlaag van de bisschop van Münster bij Groningen op deze dag, 28 augustus 1672.

Het zag er niet best uit voor de Nederlanden. Op de lagere school leerden we al: ‘Het volk was redeloos, de regenten radeloos en het land reddeloos’. De legers van de Franse koning Lodewijk XIV marcheerden door ons land, de Engelsen vielen aan op zee en Oost-Nederland werd bestookt door de kanonnen van de bisschop van Münster, bijgenaamd Bommen Berend.

Bernard von Galen, de oudste van vier kinderen, was een geleerd man. Hij werd opgeleid in Münster door de Jezuïeten, studeerde filosofie in Mainz en Keulen, later rechten in Leuven en Bordeaux. Hij kreeg in 1630 een aanstelling bij het bisdom Münster. Bernard bezocht anoniem vaak en veel de priesters in de grensstreek. Het was een devoot man, maar hij had wel een voorliefde voor het slagveld. Daarvan getuigt ook zijn Duitse bijnaam, ‘Kanonenbischof’.

De troepen van de bisschop sloegen de 21ste juli het beleg op voor Groningen. Zes dagen later beginnen de beschietingen met kogels, brandbommen en… stinkpotten. Die richten niet veel schade aan, maar veroorzaken een enorme stank. Tijdens het beleg worden negenduizend kanonskogels en zo'n vier- tot vijfduizend mortier- en brandbommen afgeschoten.

Die raakten vooral de zuidkant van de stad, terwijl de nieuwe vestingwerken in het noorden buiten het bereik van zijn geschut bleven. De ervaren Boheemse commandant van de stad Carl von Rabenhaupt was een jaar eerder al begonnen met het verbeteren van die vestingwerken en de aanleg van een grote wapen- en munitievoorraad.

Mogelijk doorslaggevend in de Groningse victorie, was de steun die de verdedigers kregen van een groot aantal gevluchte Drenten. Dat gewest had zwaar te lijden: het platteland werd leeggeroofd door de troepen van de bisschop. Op 27 augustus stelden verkenners van de Stad vast, dat de loopgraven dicht bij de stadswal verlaten waren.

Een dag later bleek de hoofdmacht van het bisschoppelijk leger, dat zijn kampement had opgeslagen tussen Helpman en Haren, de terugtocht te hebben ingezet. In een grote boerenschuur waren 1400 gewonden achtergebleven. Het verslaan van de bisschop met zijn 28 duizend huurlingen tellende leger, was een enorme opsteker voor het moreel van de aangevallen republiek.

De Groninger overwinning was voor Vondel dan ook reden voor een lofzang ‘op de doorlugtige zege van Groninge'. De Engelsen werden in het rampjaar uiteindelijk door de Nederlandse vloot verslagen. Het Franse leger strandde op de Hollandse Waterlinie.

Op de heide rond Bentheim kan je volgens de overlevering 's nachts een ruiter op een witte schimmel door de mist zien galopperen: het spook van Bernhard von Galen. De ruiter keert zich tegen reizigers en laat zijn paard voor hun voeten steigeren. Je moet dan: 'Bernken von Galen du döst mich toch niks' zeggen. Dan knikt het paard en verdwijnt met zijn ruiter weer in de mist.

Nog in 1672 besloot het stadsbestuur van Groningen om het ontzet jaarlijks te gaan herdenken. Tot de activiteiten behoorden onder andere een dienst in de Martinikerk en het luiden van de kerkklokken. Daarmee is ook vandaag ‘Bommen Berend’ begonnen op deze dag in de geschiedenis, 28 augustus.