Instellingen

Deze dag: het klooster van Aduard verwoest

De Abdijkerk in Aduard
De Abdijkerk in Aduard © Henk Binnendijk

De Sint Bernardusabdij in Aduard was ooit beroemd in heel Europa. Dat was aan het einde van de Middeleeuwen. Groninger geleerden als Rudolph Agricola en Wessel Gansfort discussieerden er mee met de ‘Aduarderkring’ in de vijftiende eeuw.

Het kloostercomplex werd in brand gestoken en verwoest in de Tachtigjarige Oorlog, door de geuzen. Dat gebeurde op deze dag, 11 september 1580.

Volgens de oudste overlevering is het klooster in Aduard gesticht door monniken uit Rinsumageest, bij Dokkum. De broeders troffen op zoek naar een geschikte locatie een verlaten wierde aan met de naam 'Adduwert'. Een oude kloosterkroniek vermeldt dat de monniken daar 'lichtende verschijnselen' zagen en die uitlegden als opdracht van de Heer, om op deze plaats een klooster te stichten.

Dat was in 1192. Het klooster behoorde tot de orde van de Cisterciënzers en was gewijd aan de heilige Bernard van Clairvaux. Vanaf het eerste begin was er de strijd tegen het water. De broeders maakten een serie inpolderingen met bijbehorende bedijkingen, plaatsten sluizen en groeven sloten en kanalen voor waterberging en scheepvaart.

Voor het in stand houden van afwatering en het bevaarbaar houden van de verschillende rivieren werd door het klooster het waterschap Aduarderzijlvest opgericht, het eerste waterschap in onze provincie. Dat was in het begin van de veertiende eeuw.

De monniken groeven in die tijd eigenhandig het acht kilometer lange Aduarderdiep, dat tot op de dag van vandaag in gebruik is voor scheepvaart. Ook zette de abdij drie steenbakkerijen op. Daar werden vooral kloostermoppen gebakken, maar ook geglazuurde tegels en ornamenten gemaakt.

Zo hadden verschillende kloosterordes hun eigen specialiteit: in Benedictijnse kloosters werden fraaie getijdenboeken gemaakt. De Cisterciënzers legden zich, zoals in Aduard, toe op de ontginning en bedijking van het land.

Toen de geleerde Ubbo Emmius aan het einde van de kloostertijd de grote kruiskerk, bijgebouwen, ringmuur en gracht aandachtig bekeek, vergeleek hij het complex met een imposante stad.

In 1594 veroverden de troepen van prins Maurits en Willem Lodewijk van Nassau Groningen de laatste Spaansgezinde en katholieke stad. Voortaan mocht alleen nog de gereformeerde religie worden beleden. De dertig kloosters in de provincie werden opgeheven.

In Aduard was na de verwoesting op deze dag in de geschiedenis in 1580 alleen de ziekenzaal van het klooster overgebleven. Die werd toen omgebouwd tot protestantse kerk, de Abdijkerk die nog altijd in de kern van het dorp staat en dienst doet.