Instellingen

‘We willen de McDonalds van de vezelhennepteelt worden’

Mark Reinders in een hennepveld
Mark Reinders in een hennepveld © Janneke Vos

Hij heeft net zijn verjaardag in Roemenië gevierd, met vrouw en kinderen. HempFlax-directeur Mark Reinders (40), boerenzoon uit Odoornerveen en baas over zowel de hennepvezelfabriek in Oude Pekela in Oost-Groningen als de veel grotere evenknie in Pianu de Jos, hartje Transsylvanië.

Reinders zit persoonlijk graag in Roemenië. Als hij de kans krijgt zelfs op de tractor. Hij had er kunnen wonen. Maar met een gezin is het ingewikkeld. Dus heeft hij besloten in de buurt van Oude Pekela te blijven, zij het net over de Duitse grens bij Bourtange.

Door corona is hij lang niet in Roemenië geweest. Het is goed om er weer te zijn. In korte broek zit hij op zijn kantoor, dat voor een groot deel uit hennepvezel is opgetrokken. Beneden zit een deel van het achttien leden tellende personeel aan de lunch. Allemaal Roemenen, bijna zonder uitzondering hebben ze werkervaring opgedaan in het buitenland. Goede krachten die nu thuis in eigen land een bestaan kunnen opbouwen.

'Wij zaten vast in Oude Pekela'

Reinders is degene die de fabriek in Pianu de Jos zeven jaar geleden overeind heeft getrokken. Hij stond toen al sinds 2008 aan het roer in Oude Pekela. De grond in Roemenië lag er al, 300 hectare in eigendom van een investeerdersgroep, deels Nederlandse oud-boeren met zin in avontuur. ‘Wij zaten vast in Oude Pekela. We wilden uitbreiden, maar konden geen kant op. In Duitsland stond alles al vol met maïs voor biogasinstallaties, door de subsidie op de stroomprijs.’ Dus werd er verder in Europa gekeken. En erbuiten. ‘Ik ben ook in de Oekraïne geweest. Immense ruimte, die mooie zwarte grond, geweldig. Maar je zit buiten Europa en als het verkeerd gaat ben je al je grond kwijt. Ik voelde me als bedrijf veiliger in Roemenië.’

Er kwamen wel mensen langs sluipen om een paar planten te plukken om ze op te roken
Mark Reinders - Directeur HempFlax

Daar komt bij dat vezelhennep en Roemenië een innige relatie hebben die ver teruggaat. Tot de revolutie in 1989 was het land de op drie na grootste hennepexporteur ter wereld. De ‘cânepa’ werd vooral in de textiel gebruikt. ‘Er staat in de stad Cluj Napoca nog steeds een klein fabriekje dat hennep verwerkt’, aldus Reinders. Bij het aankopen of in pacht nemen van grond kwam hij bij Roemenen over de vloer die nog precies wisten dat opa en oma vroeger ook in de hennep hadden gewerkt.

En natuurlijk waren er ook mensen die een andere associatie legden met de eerste wuivende groene velden bij Pianu de Jos. ‘Er kwamen in de avonduren wel mensen langs sluipen om een paar planten te plukken om ze op te roken. Dat gebeurde destijds in Oost-Groningen ook. Maar ja, zulke hennep hebben we niet.’

Wat doet HempFlax met hennep?
HempFlax is de naam van het vezelhennepbedrijf dat in 1993 in Nederland werd opgericht door Ben Dronkers om het oude gewas vezelhennep weer in ere te herstellen. In Oude Pekela werd de eerste fabriek gebouwd. Mark Reinders is sinds 2008 directeur van HempFlax. Hij is ook bestuurslid van de European Industrial Hemp Association, een groep waar hij tot eind 2019 drie jaar lang voorzitter van was. De vezelhennepteelt vindt plaats in Nederland, Duitsland en Roemenië, verspreid over bijna 2000 hectare. De opbrengst van Nederland en West Germany (Emsland) wordt in Oude Pekela verwerkt; de opbrengst van Oost-Duitsland en Roemenië in Roemenië. Daar staat sinds 2015 de tweede fabriek. De eindproducten zijn op te delen in hout en vezel. De vezel gaat naar de automobielindustrie en de fabricage van isolatiemateriaal; het hout wordt gebruikt in dierstrooisel en hempcrete (bouwmateriaal). HempFlax omschrijft zichzelf als ‘de grootste onafhankelijke teler en verwerker van industriële hennep’.

In 2015 werd de fabriek geopend. Een investering van 5 miljoen euro. Het gebouw ligt afgelegen aan een steenslagweg, te midden van velden vol vezelhennep verspreid over glooiende heuvels. Reinders: ‘Ik wilde per se ver van de bewoonde wereld zitten zodat je tijdens de oogst ook ’s nachts door kunt draaien zonder overlast te veroorzaken.’ Er wordt nu ruim 900 hectare grond bewerkt, daarvan is 300 hectare in eigendom.

Reinders: ‘Ik hoef de grond niet per sé te hebben. Pacht is ook goed, we hebben het eerste recht op koop. Maar ik wil wel alles zelf doen: van inzaaien tot oogsten. Dat is een voorwaarde. Dan weet ik dat het goed gebeurt.’ De fabriek is een kopie van de eerste HempFlax-vestiging, maar met een dubbele capaciteit per uur. In Roemenië is de maximumcapaciteit 5000 hectare, in Oude Pekela is dat 1200 hectare. Niet ver van het bedrijf ligt de Roemeense variant van Bourtange; vestingstad Alba Iulia. De omgeving past hem precies. ‘We hebben ook gekeken naar de grote landbouwgebieden bij Timisoara, Arad en Boekarest. Maar het is er te droog. Hier is klimaat perfect, tussen de Karpaten en de Alpen.’

Reinders in zijn Roemeense fabriek
Reinders in zijn Roemeense fabriek © Janneke Vos

'Klimaatverandering is mijn allergrootste zorg'

Tja, het klimaat. Dat is nog wel een ding. Na de eerste zeven jaar van HempFlax in Roemenië kun je je afvragen of je de zeven vette of magere jaren hebt gehad. ‘Dat is mijn allergrootste zorg. De klimaatverandering. Als je de onderzoeksresultaten volgt word je daar op zijn zachtst gezegd niet blij van.’ Eén van die gevolgen van de klimaatverandering is volgens recent onderzoek de hevige regenval en aanhoudende droogte verspreid over Europa. De grond verzuipt of staat in brand.

Ook in Pianu de Jos doet zich dat effect gelden. ‘We hebben een heel nat en koud voorjaar gehad. Daardoor konden we pas in mei zaaien, terwijl dat normaal eind maart begin april gebeurt.’ Als hij vanuit zijn kantoor uitkijkt op de hennepvelden constateert hij dat de planten minstens een halve meter te kort zijn. Als dit de vanaf nu geldende resultaten zijn van de klimaatverandering waren de eerste zeven jaren per definitie de vette. En die waren toch ook niet gemakkelijk.

Ik wil vooral alles gebruiken, bij HempFlax wordt niets weggegooid
Mark Reinders - Directeur HempFlax

Het was de bedoeling om na de start in 2014 het areaal ieder jaar met 300 hectare uit te breiden, maar die planning is niet gehaald. Als ‘schuldige’ wijst Reinders vooral de crisis in de automobielindustrie aan, waardoor in 2015 die markt vrijwel volledig wegviel. ‘Daardoor hebben we de uitbreiding van areaal flink afgeremd. Ik zit toch met het verhaal van land tot klant. Ik moet de oogst ook kunnen verkopen.’

Het ziet er nu gelukkig weer beter uit. ‘Je zag de afgelopen jaren dat er veel vezel voor de automobielindustrie vanuit Bangladesh werd aangevoerd. Maar die transportkosten zijn de laatste tijd enorm gestegen. Dus ik zie de Europese afzet van hennepvezel weer met vertrouwen tegemoet’, aldus Reinders. Mooi meegenomen is wel dat HempFlax sinds vorig jaar een bedrijf in isolatiematerialen in Duitsland heeft, de grootste afnemer van het eigen product. Daarmee is een groot deel van de afzet geregeld. Daarnaast levert HempFlax strooisel voor (landbouw)huisdieren, materialen voor de tuinbouw en voedingssupplementen.

Onderzoek naar andere toepassingen

Behalve in het ‘platte’ productieproces investeert HempFlax ook in de Hemp Design Factory, een samenwerkingsverband met bedrijven uit het Noorden en de Hanzehogeschool in Groningen. Op dit moment lopen er onderzoeken naar het gebruik van aardappelzetmeel in isolatiemateriaal (in samenwerking met Avebe), het gebruik van magnesium als brandvertrager in isolatiemateriaal (in samenwerking met NedMag). ‘We gebruiken elkaars research en vragen dan de studenten van de Hanzehogeschool om iets specifieks te onderzoeken. Ik wil vooral alles gebruiken, bij HempFlax wordt niets weggegooid,’ aldus Reinders, die een deel van zijn leven in de recyclingwereld doorbracht voor hij als directeur bij HempFlax terechtkwam.

Die afkomst verloochent zich niet. Innovatie en duurzaamheid zitten er ingebakken. ‘Ik had vanochtend nog iemand aan de telefoon die aanbood een duurzaamheidsbeleid voor ons te ontwikkelen. Ik heb daar voor bedankt. Wij doen niet aan beleid, wij doen het al gewoon.’ In het productieproces zelf, maar ook daarbuiten. Zo worden volgend jaar beide fabrieken voorzien van zonnepanelen en is het de bedoeling dat hun transport in Nederland op waterstof gaat rijden.

Reinders heeft de afgelopen jaren veel ervaringen opgedaan met de beide fabrieken. ‘Oude Pekela was onze eerste fabriek, Roemenië is versie 2.0. Wat we hier weer geleerd hebben, gaan we gebruiken in de versie 3.0 die we in Oude Pekela gaan toepassen.’ Dat betekent dat de verwerkingscapaciteit van hennepvezelbedrijf HempFlax in Oude Pekela volgend jaar verdubbeld wordt.

Netwerk van fabrieken bouwen

Ook op Europees niveau wil hij blijven innoveren. ‘Ik ben dankzij mijn vader al 25 jaar met hennepteelt bezig. Ik ben tot de conclusie gekomen dat het oude idee van een groot areaal met een grote fabriek niet het beste is. In Oude Pekela hebben we het teeltgebied op maximaal zo’n vijftig kilometer liggen, de afzetwijdte is zevenhonderd kilometer. In Roemenië is het teeltgebied ook 50 kilometer rondom de fabriek en de afzet zevenhonderd kilometer, waardoor we ook markten zoals Turkije bereiken. Waar we naartoe moeten is meer vestigingen die hetzelfde doen, in plaats van naar hele grote fabrieken met enorme vervoersstromen. Ik vergelijk het altijd met de vestigingen van McDonalds: waar je ook komt, het product is hetzelfde.’ Lachend: ‘Misschien is McDonalds niet het beste voorbeeld, maar het maakt wel duidelijk wat ik bedoel. Een netwerk van gestandaardiseerde fabrieken over Europa. We willen de McDonalds van de vezelhennepteelt worden.’