Instellingen

‘Data is het nieuwe goud, ook voor Groningen’

Het datacenter van Bytesnet op Zernike Science Park in de stad Groningen
Het datacenter van Bytesnet op Zernike Science Park in de stad Groningen © Martijn Folkers/RTV Noord

Groningen had al een naam als datacenter-hotspot. Met de komst van nieuwe vestigingen en flinke groei bij bestaande datapakhuizen verstevigt de provincie die positie nog eens even goed.

Een satellietvestiging van - mogelijk - Google in Appingedam, een Google-datacenter in Winschoten erbij en een verdubbeling van NorthC op het industrieterrein Westpoort in Groningen.

Dan is er nog de mogelijke komst van een groot datacenter naar de Eemshaven, nabij de huidige Google-locatie. Terwijl ondertussen een aantal bedrijven dat er al zit vanwege exponentiële groei soms van gekkigheid niet weet waar ze de ruimte vandaan moet halen.

Streamen en vergaderen

Dat is omdat bedrijven en overheden hun gegevens veilig willen stallen maar vooral ook omdat wij met z’n allen heel veel meer youtube-filmpjes kijken, muziek en films streamen en - sinds corona - ons online suf vergaderen.

Dat de groei van de sector juist in Groningen zo’n vlucht heeft genomen, kwam niet door een vooropgezet plan, het had zo zijn eigen oorzaken. Het begon in elk geval in de Eemshaven, waar in 2008 zich een eerste datacenter vestigde dat in gebruik was door Google.

Dat was toen nog een groot datacenter met een stroomverbruik gelijk aan dat van alle huishoudens in de stad samen. Nu zou het maar een kleine jongen zijn. Havenbeheerder Groningen Seaports zag ook niet onmiddellijk de potentie van deze toen nog nieuwe bedrijfstak.

Dat veranderde toen energiebedrijven RWE, NUON (nu Vattenfall Nederland) en Engie hun energiecentrales in de Eemshaven gingen bouwen en er windmolenparken werden gerealiseerd.

Dat we zo aantrekkelijk zijn geworden is ons een beetje overkomen
Maarten Barthel - Groningen Seaports

De beschikbaarheid van (groene) energie maakte de noordelijke zeehaven een interessante vestigingsplek voor de megaveel stroomverbruikende datacenters. ‘Het is ons een beetje overkomen’, zegt Maarten Barthel, businessmanager energie en datacenters bij Groningen Seaports.

Wat de Eemshaven verder in de spotlichten plaatste bij de internetgiganten was de aanwezigheid van de Norned-stroomkabel vanuit Noorwegen, de meer recent aangelegde Cobra-kabel vanuit Denemarken naar de Eemshaven en de transatlantische Tyco-datakabel van de VS naar de Eemshaven.

‘We werden ineens aantrekkelijk voor deze sector’, legt Barthel uit. Wat ook hielp is dat Seaports de bedrijven aan ruimte kon helpen. Voor Groningen Seaports werd data daarmee een speerpuntsector, de kansen lagen immers voor het grijpen en Seaports schroomt nu niet om de Eemshaven de beste locatie voor datacenters in Europa te noemen. Google kondigde in 2014 zijn komst aan en breidde inmiddels al twee keer uit.

Vlucht genomen

‘Het heeft een vlucht genomen’, zegt Barthel. ‘We staan bij alle grote partijen op de kaart. De sector heeft nog veel potentie en we zien er een belangrijk perspectief in voor de toekomst.’

Niet voor niets wordt er gewerkt aan uitbreiding van de Eemshaven dooor provincie en gemeente Hogeland. Met het nieuwe industriegebied Oostpolder mikt Seaports nadrukkelijk op vestiging van nieuwe hyperscale-databedrijven. Seaports laat weten hiervoor in gesprek te zijn met meerdere bedrijven uit het rijtje van de big five: Google, Microsoft, Facebook, Apple en Amazon.

Concentratie

Naast Google telt de provincie nog een reeks andere datacenters. Bytesnet op het Zernikepark in Groningen is een grote. QTS heeft twee vestigingen: een op het Zernikepark en een in de Eemshaven, het eerdere Google-datacenter. Verder is er NorthC, op industrieterrein Westpoort in de stad en in Zuidbroek zit Datacenter Groningen.

Datacenter Groningen in Zuidbroek
Datacenter Groningen in Zuidbroek © Datacenter Groningen

Die concentratie heeft ook veel te maken met de aanwezigheid van de universiteit en de Hanzehogeschool en met de nabijheid van het Groningse internetknooppunt GN-IX, waarlangs een groot deel van het noordelijke internetverkeer loopt.

Bovendien zoeken databedrijven elkaar op zodat ze van elkaars voorzieningen gebruik kunnen maken. Over en weer kunnen ze bijvoorbeeld als back-up dienen, opdat gegevens niet verloren gaan wanneer de stroom ergens uitvalt of een internetkabel hapert. Dit is ook precies de reden waarom Google satellietdatacenters wil in Winschoten en Appingedam.

Nieuwe bedrijvigheid rond datacenters

‘De grotere datacenters groeien het hardst’, zegt Andrew van der Haar. Hij is eigenaar van het Datacenter Groningen op het bedrijventerrein Driehoek in Zuidbroek. Bedrijven als Google en Microsoft kunnen de vraaggroei naar nieuwe diensten en dataverkeer amper bijbenen, weet Van der Haar.

Datacenter Groningen is bescheidener van omvang en biedt vooral diensten aan MKB-bedrijven en overheden in de regio aan. Bedrijven slaan er hun gegevens op en handelen hun online verkeer af via de servers van Van der Haars datacenter. ‘Ik groei ook, maar dat gaat min of meer gelijk op met de groei van mijn klanten’, legt Van der Haar uit.

Dat Google met een satellietvestiging opnieuw kiest voor Groningen vindt Van der Haar ’goed nieuws’. Rond datacenters ontstaat allerlei bedrijvigheid voor onderhoud, techniek en beveiliging.

Datacenters in Groningen. Blauwe zijn gepland
Datacenters in Groningen. Blauwe zijn gepland © RTV Noord

Het is iets dat de provinciebestuurders volgens Van der Haar onvoldoende in de smiezen hebben. ‘Daar kijken ze met een nogal kritische blik. Het idee leeft dat datacenters vooral grote dozen zijn waar geen mens werkt, maar die gedachte is onjuist.’

Amsterdam brandpunt

Groningen is niet de enige plek waar datacenters bloeien. Ook rond bijvoorbeeld Eindhoven gebeurt het. Veruit de belangrijkste data-locatieplek is echter Amsterdam, waar tientallen datacenters staan en ongeveer driekwart van de landelijke capaciteit zit. Er landen zeekabels aan en ook het AM-IX zit er, één van de belangrijkste Europese internetknooppunten.

‘Data is voor Nederland het nieuwe goud’, zegt Stijn Grove, directeur van brancheorganisatie Dutch Datacenter Association (DDA). Dat niet alleen in Groningen, maar ook elders in Nederland de datacenter-business flink in de lift zit, heeft veel te maken met de politieke stabiliteit en de centrale ligging in Europa, zegt Grove:

’Het scheelt stroom wanneer de afstand waarover data wordt verzonden kort is. Bovendien wil je niet je vakantiefoto’s ergens opslaan waar het onrustig is.’

De concentratie van datacenteractiviteiten drukt het stroomverbruik
Stijn Grove - brancheorganisatie DDA

Hoewel de branche als geheel groeit, daalt echter het aantal datacenters. Grove: ‘Mensen lezen in het nieuws over weer een nieuw groot datacenter. Maar wat er gebeurt is dat bedrijven en organisaties hun eigen datacenters onderbrengen bij de gespecialiseerde bedrijven. Ze worden dus geconcentreerd.’

Zo staat in Groningen één van de vier datacenters waar de rijksoverheid haar cloud heeft ondergebracht. ‘Het Rijk had zestig eigen datacenters en deze geconsolideerd in vier grote’, aldus Grove. ‘Die verbruiken veel minder energie en gaan slimmer en veiliger met data om.’

Daarmee wil Grove ook de gedachte nuanceren dat datacenters ontzettende stroomsluipers zijn. Dat verbruik is inderdaad hoog, erkent Grove. Volgens het CBS zijn alle datacenters samen goed voor 2,3 procent van nationale stroomgebruik.

‘De concentratie van datacenteractiviteiten drukt het stroomverbruik.’, verklaart Grove. ‘Door sluiting van de ruim vijftig eigen datacenters bespaart het Rijk hier de helft van de stroomkosten.’

Beeldvorming

Datacenters worstelen met de beeldvorming, weet ook Grove. Niet alleen rond elektriciteitsverbruik en inpassing in het landschap. Dat er nauwelijks mensen werken is volgens Grove eveneens een misvatting: ’Het zijn gewoon grote werkgevers. Bij Google in de Eemshaven werken direct 350 mensen.’

Maar Google is dan ook een grote. Het aantal banen bij de kleinere vestigingen is beperkt. Zo houden bij NorthC een stuk of tien technici, monteurs en managers de zaak draaiende, plus daarbij een aantal man voor de beveiliging.

Maar, zegt Bas van der Weijden van NorthC: ’Er werken ook veel technici van onze klanten. Je mag er dus een schil van mensen bij optellen die nog een stuk groter is.’