Instellingen

RUG-wetenschappers onderzoeken spreekwoorden: dansen de muizen echt op tafel?

het spreekwoordenboek
© Peter Boersma

Hoge bomen vangen veel wind, het gras bij de buren is altijd groener en wie goed doet, goed ontmoet. Het zijn spreekwoorden die nog altijd geregeld voorbij komen in gesprekken. Maar zijn dit soort eeuwenoude volkswijsheden inmiddels niet achterhaald?

Een boek voor iedereen

Een groep jonge onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen onderzocht het en maakte er een boek van: 'Achterhaalde waarheid? Zin en onzin van spreekwoorden'.

Eindredacteur Jan Willem Bolderdijk: 'Het is vooral bedoeld om wetenschap op een leuke manier toegankelijk te maken voor groot publiek. Wetenschap gaat niet alleen maar over hele ingewikkelde dingen, maar over onderwerpen die iedereen aangaan.'

Het gras is altijd groener....

Het idee voor het boek ontstond toen Bolderdijk met zijn buurman over de schutting stond te praten over hun kinderen. 'Vergeleken met mijn kinderen zijn die van jou net engeltjes,' zei hij. De ander bleek het precies andersom te ervaren. Was dit een typisch geval van: het gras bij de buren is altijd groener? Zo raakten de twee in gesprek over spreekwoorden.

Jan Willem Bolderdijk: 'Die spreekwoorden zijn niet het gevolg van wetenschappelijk onderzoek, maar zijn een soort levenswijsheden. Wij vroegen ons af: we gebruiken ze wel, maar kloppen ze ook? Hoe kom je daarachter? Daarvoor heb je de wetenschap.'

Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet

Neem het spreekwoord over de boer die niks wil (vr)eten dat hij niet kent. De wetenschappers gingen op onderzoek uit in bestaande literatuur. Het spreekwoord is waarschijnlijk ontstaan in de negentiende eeuw tijdens de industrialisatie in Europa, schrijven ze.

'Steeds meer mensen verlieten in die tijd het platteland en verhuisden naar de stad. Zij die achterbleven – de ‘boeren’ – werden gezien als bekrompen, ongecultiveerde lieden, die zich verzetten tegen de onvermijdelijke veranderingen.'

Wat de boer niet kent....
Wat de boer niet kent.... © Peter Boersma

Dat wantrouwen tegen het onbekende is niet perse verkeerd, schrijven de wetenschappers. Bij voedsel bijvoorbeeld draait het zelfs om lijfsbehoud. Die verleidelijke rode besjes kunnen immers hartstikke giftig zijn. Een beetje voorzichtigheid kan dus geen kwaad.

Wanneer vreet hij het dan wel?

Als onbekend onbemind maakt, maakt bekend dan ook bemind, vroegen de onderzoekers zich vervolgens af. 'Vreet de boer wél wat hij wél kent?' Jazeker, is het antwoord. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat hoe vaker mensen een bepaalde smaak proeven, hoe meer ze het gaan waarderen. Veel ouders passen dit trucje toe bij kleine kinderen; geef ze minstens tien keer wortels en met een beetje mazzel eten ze hun bordje uiteindelijk leeg.

Hoe luidt het oordeel; deugen onze spreekwoorden nog?

Het boek 'Achterhaalde Waarheid? Zin en onzin van spreekwoorden' behandelt in totaal twintig spreekwoorden. Jan Willem Bolderdijk: 'Wat opvallend is dat een groot deel van de spreekwoorden verrassend goed zit. Ze kloppen nog steeds en hebben de tand des tijds overleefd. Een kleine kanttekening: een paar zijn echt niet meer van deze tijd.'

Wat is het eindoordeel over 'wat de boer niet kent'? De onderzoekers komen in het boek met een inventieve oplossing. 'Het spreekwoord klopt wel, we pleiten er echter wel voor om er ter aanvulling nog eentje naast te plaatsen: Voer de boer zesmaal nieuw sop, de zevende maal vreet hij ’t op.'

Het boek is grotendeels geschreven door wetenschappers van Young Academy Groningen. Naast Jan Willem Bolderdijk deden Saskia Peels-Matthey en Anne Tjerk Popkema de eindredactie. Het boek is geïllustreerd door kunstenaar en vormgever Peter Boersma.