Instellingen

Onderzoek: word je minder snel dement als je Gronings spreekt?

Onderzoekers willen weten: houdt het spreken van dialect, dementie langer buiten de deur
Onderzoekers willen weten: houdt het spreken van dialect, dementie langer buiten de deur © ANP
Onderzoekers vragen zich af of er een link is tussen het spreken van een dialect en het krijgen van dementie. Zou het bijvoorbeeld kunnen, dat als je naast het Nederlands, ook Gronings spreekt, je pas op hogere leeftijd dement wordt?
Dat is één van de vragen die centraal staat in het onderzoek van onderzoeker Martijn Wieling en promovendus Martijn Bartelds van de Rijksuniversiteit Groningen en het Centrum Groninger Taal en Cultuur. Het onderzoek wordt uitgevoerd onder de deelnemers aan Lifelines, een grootschalig onderzoeksprogramma met als doel om beter te begrijpen hoe mensen gezonder oud kunnen worden.

Streektaal

‘Wij willen eigenlijk twee dingen weten’, vertelt Wieling. ‘Het is op dit moment niet goed duidelijk hoeveel mensen waar en in welke situatie streektaal spreken en in hoeverre dat nog doorgegeven wordt op volgende generaties. Dus dat moet duidelijk worden. En daarnaast zijn wij benieuwd of mensen cognitieve voordelen ondervinden als zij meertalig zijn.’
Bij cognitieve vaardigheden moet gedacht worden aan het onthouden van dingen, maar ook het plannen en maken van beslissingen. Vooral op latere leeftijd kunnen mensen daar meer moeite mee krijgen.

Voordelen

Maar waarom zou Gronings spreken voordelen kunnen opleveren? Wieling legt uit: ‘Mensen die Gronings en Nederlands spreken, moeten vaak switchen. Afhankelijk van met wie ze praten of over welk onderwerp het gaat. Welke woorden gebruik je wanneer? Dat is voor hen heel normaal, maar op die momenten train je wel onbewust je cognitieve vaardigheden. En omdat je die op dat soort momenten traint, zou het kunnen zijn dat je daar op latere leeftijd voordelen van ondervindt.’
Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met Lifelines. In die database staan meer dan 100.000 deelnemers. Zij hebben een mail gekregen met daarin de vraag of zij mee willen werken aan het onderzoek.

Waar komt streektaal nog veel voor?

Wieling kan nog niet teveel op de zaken vooruitlopen, maar: ‘Het zou mooi zijn als we bijvoorbeeld een kaart kunnen maken die duidelijk laat zien waar mensen nog relatief veel streektaal spreken. En als er uitkomt dat het inderdaad ook cognitieve voordelen heeft, dan is het naar mijn mening geen slecht plan wanneer scholen hun leerlingen de mogelijkheid bieden de streektaal te leren. Al ben ik daar sowieso groot voorstander van.’