Instellingen

Inhoudelijke behandeling moord Els Slurink uitgesteld, verdachte is uit het Pieter Baan Centrum

De politie vroeg begin 2021 weer aandacht voor de zaak van Els Slurink
De politie vroeg begin 2021 weer aandacht voor de zaak van Els Slurink © Siese Veenstra/ANP
De inhoudelijke zitting over de moord op psychologe Els Slurink is uitgesteld vanwege een wissel van advocaat. Die heeft meer tijd nodig om zich voor te bereiden.
Dat werd duidelijk tijdens de derde pro-formazitting. Waarom Jahangir A. van advocaat gewisseld is, is niet bekendgemaakt. Volgens de officier van justitie weet het Openbaar Ministerie dat ook niet, omdat zo’n wissel onderdeel is van het beroepsgeheim van advocaten.
A. was wederom niet aanwezig bij de zitting. Dat is niet verplicht, maar de rechtbank heeft erop aangedrongen dat A. bij de inhoudelijke behandeling wel aanwezig is. Weigert hij dat, dan heeft de rechtbank gezegd een zogenaamd ‘bevel tot medebrenging’ af te geven. Dan wordt A. gedwongen aanwezig te zijn.

Steek in het hart

De rechtbank wil namelijk uit zijn eigen mond horen wat hij weet over Els Slurink. De 33-jarige psychologe werd in maart 1997 dood in haar woning aan het Van Brakelplein in Stad aangetroffen. Een steek in haar hart werd haar fataal.
Jarenlang beet de politie de tanden stuk op deze zaak. De aangetroffen sporen waren summier: een dna-mengspoor onder Els’ nagel en een vingerafdruk op een glas. Justitie kon lange tijd op basis van het dna-spoor alleen verdachten uitsluiten en niet actief opsporen.

A. is eerder veroordeeld

Recent veranderde dat. Door nieuwe dna-technieken kon het spoor opgewaardeerd worden. Er was een match in de databank met het dna van de 45-jarige Jahangir A. uit Geldrop. Hij zit in die databank omdat hij een veelpleger is en eerder is veroordeeld voor een poging tot doodslag.
A. ontkent elke betrokkenheid bij de moord op Els Slurink. Hij heeft recent in het Pieter Baan Centrum gezeten, waar psychologen en psychiaters kijken of hij toerekeningsvatbaar is of niet. A. heeft geweigerd mee te werken aan het onderzoek. Inmiddels is er een rapport opgesteld over zijn psychische toestand.

Onderzoek naar mogelijke psychische stoornis

'Dat de verdachte naar het Pieter Baan Centrum geweest is, zegt niet per se iets over de ernst van zijn problemen’, stelt Michiel van der Wolf. ‘Ze kunnen daar het beste observeren als iemand niet mee wil werken aan onderzoek.’ Van der Wolf is hoofddocent strafrecht aan de RUG en hoogleraar forensische psychiatrie aan de Universiteit Leiden. Hij kent de zaak Els Slurink inhoudelijk niet en doet daar ook geen uitspraken over.
Als iemand weigert mee te werken aan onderzoek, is een psycholoog of psychiater aangewezen op andere bronnen. ‘Onderzoeken beginnen altijd in het nu. Is er nu sprake van een stoornis? Observatie in het Pieter Baan Centrum kan hierover informatie opleveren. Daarnaast wordt er vaak gesproken met mensen uit de omgeving. Ook wordt er gekeken naar eerdere onderzoeken. Als iemand een veelpleger is, of eerder veroordeeld is, zijn die onderzoeken er vaak wel’, zegt Van der Wolf.

Extra ingewikkeld

Volgens de hoogleraar is het weliswaar extra ingewikkeld om onderzoek te doen naar iemands geestesgesteldheid van 24 jaar geleden, maar zijn weigering om mee te werken en ontkenning van het mogelijke delict zijn grotere hindernissen.
‘Het onderzoek naar toerekeningsvatbaarheid is altijd gericht op gebeurtenissen in het verleden, ten tijde van het delict. In het algemeen: als iemand een chronische stoornis heeft, kun je mogelijk wel afleiden of die stoornis ook speelde tijdens een mogelijk delict. Je kunt dan terugrekenen dat het probleem er toen ook geweest moet zijn. Maar als je niet met iemand kunt praten over de verdenkingen kunt praten, kan je over de toerekeningsvatbaarheid geen uitspraken doen.'

Inhoudelijke behandeling uitgesteld

Wat er precies in het rapport van het Pieter Baan Centrum staat, is niet besproken. Dat komt tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak aan bod.
Die inhoudelijke behandeling wordt voorlopig uitgesteld. In eerste instantie zou die in december plaatsvinden, maar omdat A. een andere strafpleiter in de arm genomen heeft, is er meer voorbereidingstijd nodig.
De rechtbank gaat uit van een inhoudelijke behandeling in februari. Eerst vindt er nog een niet-inhoudelijke zitting plaats op 15 december.