Instellingen

Vergelijkbare bevingsschades ongelijk beoordeeld: ‘Dit is niet aanvaardbaar’

Een schadeopname in een huis in Nieuw-Scheema
Een schadeopname in een huis in Nieuw-Scheema © Kees van de Veen ANP/Hollandse Hoogte

Er zijn grote verschillen in het toekennen van mijnbouwschade in het aardbevingsgebied. De beoordelingen van vier verschillende expertisebureaus lopen bij vergelijkbare huizen met vergelijkbare schades sterk uiteen.

Voor de beoordeling van de schade huurt het Instituut Mijnbouwschade Groningen onafhankelijke deskundigen in van vier schadebureaus: 10BE, CED, DOG en Stichting NIVRE Calamiteiten & Projecten. Zij beoordelen de schade voor het schadeloket en stellen een rapport op. Op basis daarvan bepaalt het Instituut Mijnbouwschade of een gedupeerde een schadevergoeding krijgt en hoe hoog die is.

Eén bureau kent structureel minder schade toe

Voor een gedupeerde met schade maakt het uit welk bureau langskomt om de schade te beoordelen. Deskundigen van NIVRE kennen structureel minder bevingsschade toe, blijkt uit een intern onderzoek van het Instituut Mijnbouwschade. Bovendien zijn de bedragen lager als de schade wel wordt erkend.

Een tweede bureau is sinds mei 2020 minder schades gaan toekennen: 10BE. Experts die daar werken zien sindsdien minder vaak een verband tussen de schade en de gaswinning, maar dat percentage wijkt aanzienlijk minder af dan dat van NIVRE. In diezelfde periode zijn de bureaus CED en DOG langzamerhand juist meer schades gaan toekennen dan 10BE.

Het verloop van toegekende bevingsschades per bureau
Het verloop van toegekende bevingsschades per bureau © RTV Noord

In het eerste jaar van de publieke schadeafhandeling werden de rapporten opgesteld door het NIVRE en 10BE. Na een jaar zijn ook de bureaus CED en DOG deskundigen gaan leveren om de capaciteit te vergroten en zo de schadeafhandeling te versnellen.

De periode die onderzocht is, loopt van mei 2018 tot en met eind 2020. NIVRE is in die periode verantwoordelijk voor de afhandeling van 29 procent van alle rapporten, 10BE voor 32 procent, CED voor 25 procent en DOG voor 14 procent.

‘Niet gewenst en onaanvaardbaar groot’

Het Instituut Mijnbouwschade zit met de kwestie in de maag: ‘Er komen grote verschillen voor, die we niet begrijpen en dat is niet gewenst’, zegt bestuursvoorzitter Bas Kortmann. ‘De verschillen zijn onaanvaardbaar groot. Soms zitten er duizenden euro’s verschil tussen het ene en andere bureau terwijl wij de gevallen vergelijkbaar vinden.’

Die ‘onverklaarbare verschillen’ zijn dan ook de reden dat het schadeloket dit voorjaar de afhandeling van zo’n 1500 schadedossiers stillegde. Dat speelde vooral aan de rand van het bevingsgebied, zoals in Oost-Groningen en de kop van Drenthe.

Een verklaring voor de grote verschillen is lastig aan te wijzen, zegt het schadeloket. ‘De deskundigen zijn onafhankelijk en kunnen individueel beslissen wat de omvang van een schade is. Tegelijk zijn het professionele mensen die veel schades zien, dus dan zou je verwachten dat het niet zo ver uiteen loopt.’

Voorzitter Bas Kortmann van het IMG
Voorzitter Bas Kortmann van het IMG © Mario Miskovic / RTV Noord

‘Het is voor ons ook bloedvervelend’

Voorzitter Ad Westerhof van NIVRE vindt net als Kortmann de grote verschillen onaanvaardbaar. ‘Ik ben het daarmee eens. Ik vind ook dat dit niet kan. Als je kijkt naar een gemiddelde schade (niet bevingsschade, red.) in Nederland, dan is het soms wat meer of soms wat minder.’ Maar verschillen van tienduizenden euro's bij vergelijkbare schades, waarbij de ene bewoner wel geld krijgt en de buren niet, snapt ook Westerhof niet. ‘Dat gaat gewoon niet als je serieus kijkt.’

Twijfels over de rapporten van zijn mensen heeft hij echter niet. ‘Ik sta in voor de kwaliteit’, zegt hij zonder aarzelen. ‘Het kan natuurlijk altijd een keer verkeerd gaan. Maar we krijgen geen bakken met afwijzingen of dat het opnieuw moet gebeuren. Wij instrueren onze mensen ook niet om zuinig te zijn. Absoluut niet. We werken op haast wetenschappelijk niveau. Het is voor ons ook bloedvervelend, want onze deskundigen zijn met ziel en zaligheid bezig om het goed te doen.’

Wij krijgen de rapporten die wij doen nooit terug met de boodschap: dit is waardeloos, doe maar opnieuw.
Ad Westerhof - voorzitter NIVRE

‘Als het Instituut Mijnbouwschade vindt dat we het niet goed doen, dan moeten ze dat zeggen. Ik zou me eigenlijk alleen maar kunnen verdedigen door aan te tonen dat anderen het verkeerd hebben gedaan. Wij krijgen de rapporten die wij doen in ieder geval nooit terug met de boodschap: dit is waardeloos, doe maar opnieuw.’

Wekelijks overleg: ‘Het gaat de goede kant op’

De uiteenlopende beoordelingen zijn reden voor het schadeloket om te werken met nieuwe beoordelingskaders voor de deskundigen. Dat is een stappenplan dat de deskundige moet volgen om te komen tot een oordeel.

Het schadeloket en de vier schadebureaus zitten nu elke week om tafel om de problematiek te bespreken, met als doel de uitkomsten dichter bij elkaar te brengen. ‘Wij hebben ook geen belang bij grote verschillen’, zegt directeur Job Jonkman van 10BE. ‘Mensen moeten gewoon krijgen waar ze recht op hebben, het moet rechtvaardig zijn. Wij zijn hard bezig om te kijken waar de verschillen zitten, want wij willen ze ook niet.’

'Er komen grote verschillen voor en dat is bepaald niet gewenst'

Kortmann: ‘Mijn eerste indruk is dat het nu de goede kant op gaat, maar we zijn er nog lang niet. Op dit moment beoordelen we de rapporten heel precies om te kijken of deskundigen het nieuwe stappenplan goed hebben gevolgd. Als dat niet zo is, dan gaat het rapport terug of wordt er in het ergste geval een andere deskundige ingezet.’

'Niet te zeggen dat afwijzingen onterecht zijn'

Het Instituut Mijnbouwschade is overigens niet van plan om de NIVRE-rapporten met afgewezen schades nogmaals onder de loep te nemen. Volgens Kortmann is namelijk niet te zeggen of NIVRE onterecht schades afwijst of dat de andere bureaus juist onterecht teveel toekennen.

Het zou kunnen dat NIVRE het bij het rechte eind heeft en dat de anderen te makkelijk toekennen
Bas Kortmann - voorzitter IMG

‘We weten het niet. Het zou in theorie kunnen dat NIVRE het bij het rechte eind heeft en dat de anderen te makkelijk en te hoog toekennen’, zegt Kortmann. ‘Maar vanuit het perspectief van de burger kan het niet zo zijn dat de een zoveel meer krijgt dan de ander.’

Feit is wel dat het aantal bezwaren tegen schaderapporten is toegenomen. ‘Als er bezwaren zijn, bekijken we de zaak opnieuw’, zegt Kortmann daarover.

Begrip voor inwoners met twijfels

De bestuursvoorzitter van het Instituut Mijnbouwschade zegt te begrijpen dat inwoners niet meer staan te springen om een NIVRE-deskundige als dat betekent dat de kans op een afwijzing groter is. En hij geeft toe dat hij op dit moment zelf daarom ook liever geen schade door hen zou laten opnemen. ‘Nu ik deze cijfers ken, zou ik de neiging hebben om te zeggen: geef mij maar iemand van een ander bureau.’

'Maar als de deskundigen het beoordelingskader goed toepassen, zullen de verschillen kleiner zijn en doet dit probleem zich niet meer voor', besluit Kortmann.