Instellingen

Column: Bootje

Erik Hulsegge
Erik Hulsegge © RTV Noord
Eigenlijk zou hij het gras moeten maaien. Misschien wel voor de laatste keer van het jaar. ‘Ach, dat kin mörn ook nog wel’, denkt Renko. Het licht van de zon aan de strakblauwe hemel spiegelt in het water van het meer, dat ooit ‘gruinlaand’ was.
Met zijn ogen dicht steekt hij zijn neus richting de zon, voelt de warmte en trekt van genot de schouders omhoog. Als hij zijn ogen opent valt zijn blik op het bootje, dat met een touw vastligt aan de rand van zijn tuintje met gras.
Alsof het hondje kan ruiken, komt-ie aangestoven vanuit de voortuin. Met een blok hout in de bek dartelt hij grommend blij rond zijn baas, laat dan het houtblok vallen en gaat blaffend met de voorpoten op de rand van het bootje staan. ‘Woefff, woefff, woefff..’ Alsof het hondje zeggen wil: 'Gaan we nog een stukkie varen baas?'
Renko kijkt naar Kleintje, zoals hij het beestje heeft genoemd. Kleintje, omdat het maar een klein hondje is. En van Kleintje Pils. Dat vond Renko, ‘dij der nait in spijt’, wel humor.
Hij kijkt naar het hondje, naar het bootje, de strakblauwe lucht en tenslotte naar het meer. ‘t Kin nou nog’, denkt hij en gaat in zijn hoofd overstag. ‘Is goud, Kleintje mejong. Doe dien zin.’ Het hondje weet kennelijk wat Renko zegt, want hij springt meteen in het bootje.
Renko haalt uit de keuken de riem van de hond, zijn trommeltje met shag en nog twee flesjes bier voor onderweg. Terloops maakt hij dan het touw los, start het buitenboordmotortje en vaart langzaam met Kleintje op de voorplecht, naar het meer.
Zo laat in het jaar is het niet druk op het meer. Kleintje blaft boven het monotone geluid van het motortje naar een koppeltje ganzen dat op het water drijft en zich niks aantrekt van het geblaf.
Renko draait met het roer tussen de benen een shagje en blaast tevreden de eerste rook de warme najaarslucht in. Hij is blij met z’n bootje. Het geeft hem gevoel van vrijheid. Hij weet nog dat hij er tegenaan zag om er eentje te kopen. Hij woonde dan wel aan het water, maar een bootje… Ach, dat was ‘dikdounderij’ en kostte ook nog eens klauwen met geld.
Op een avond zag hij op internet een bootje te koop. Een donkerblauw roeibootje, een sloepje van een dikke drie meter met drie planken om op te zitten en een 5pk Mercury erachter. En de prijs viel dik mee.
En zo reed Renko op een zaterdag met de trailer achter de auto naar Vogelenzang achter Haarlem. Hij was trots geweest, toen die avond zijn aankoop in het meer gleed. Het voelde meteen vertrouwd. Renko was nooit een bootjevaarder geweest. Heel soms een keer met zijn vrienden. Altijd met een bootje van een ander, anders niet. Het doet ‘m denken aan dik dertig jaar geleden, aan die keer op Koninginnenacht in Amsterdam.
Met een stel vrienden loopt hij van het huis van een van hen naar het oranjegekke centrum. Onderweg komen ze langs de haven.
Aan wal ligt een groot roestig vrachtschip met Russische letters erop, rijp voor de sloop. Het duurt maar even of zes vrienden staan boven aan dek. Het lijkt wel een spookschip. De ramen liggen eruit, glasscherven, touwen en andere scheepsrommel op het dek.
Vier menierode reddingssloepen hangen nog in de takels. Ze willen er eentje lostrekken, maar dat gaat niet. De kettingen zitten te vast. Achter op het dek bij de stuurhut hangt nog een bootje, geen reddingssloep, maar een roeibootje met een motortje erachter in dezelfde menierode kleur als de reddingssloepen. Een ‘manoverboordbootje’ weet een van de jongens, die op de scheepvaartschool zit.
Vreemd genoeg zit dit bootje alleen met touwen vast. Haantje de voorste Janneman, heeft ‘m in een handomdraai los. Het idee komt op om het bootje in het water te krijgen en er dan mee weg te varen. Dat is voorwaar geen sinecure, want van het dek naar het water is wel vijf meter.
Eentje gaat erin zitten en de anderen laten hem met boot en al naar beneden glijden. Janneman in het bootje en Reint en Renko moeten hem laten zakken.
Wat gebeurt er? Reint struikelt over een scheepstros, laat het touw uit zijn handen glijden en de boot valt met een rotvaart naar beneden. Renko valt er bijna achteraan, maar laat op het laatste moment het touw los.
De boot valt schuin naar beneden. Daardoor valt Janneman eruit het water in. Het bootje belandt met de punt vooruit in het kanaal en komt net zo hard weer terug en ligt dan stil zoals het zijn moet, op het water. Janneman komt proestend boven.
Hij bedenkt zich niet, klimt in het bootje en trekt aan het koord van de motor. Na drie keer trekken slaat-ie aan. Luid gejuich bovenaan dek. Met z’n allen, Janneman in een oude scheepsoverall, varen ze door de grachten. Uiteindelijk leggen ze het bootje aan. De zes vrienden storten zich tot vroeg in de morgen in het feestgedruis. Het bootje hebben ze nooit meer teruggezien.
Plotseling begint bij de brug achter de Groeveweg het buitenboordmotortje van Renko te sputteren. Hij is zo bezig om de oorzaak te achterhalen dat hij niet in de gaten heeft, dat hij recht op de wal af koerst. Met een enorme klap, botst de voorkant van de boot op de stenen. De klap is zo hard dat Renko voorover valt en Kleintje met een halve salto achterwaarts boven op zijn baasje belandt.
Renko is blij dat het bootje weer aan wal ligt, aan het tuintje met gras. Als hij het touw om de boom heeft geslagen, neemt hij de schade op. Voor op de punt zitten enorme krassen en een dikke deuk. De blauwe verf is op enkele plekken afgebladderd.
Onder de blauwe verf komt een menierode kleur tevoorschijn. Renko monstert de aangerichte schade aandachtig. Menierode kleur? Hij kijkt nog eens goed naar zijn bootje. Dan begint hem wat te dagen. Dat kin nait woar weden? t Zol toch nait?
Hij ziet het toch echt. Het bootje van het vrachtschip waar ze dik dertig jaar geleden de Amsterdamse grachten mee onveilig hadden gemaakt, is nu zijn bootje. Het hart van Renko begint van opwinding sneller te kloppen.
Juist dan hoort hij voor het huis het geluid van een diesel. Kleintje begint hard te blaffen. ‘Ha’, denkt Renko. ‘Dat is Hinderk in de Witte Reus. Dij gaai ik nou es n schier verhoal vertellen....'
Erik Hulsegge