Instellingen

Reconstructie: waarom bevingsschade nooit goed is gemeten

Een installateur plaatst sensoren van de NAM in het gemeentehuis van de voormalige gemeente Eemsmond
Een installateur plaatst sensoren van de NAM in het gemeentehuis van de voormalige gemeente Eemsmond © ANP/Bewerking RTV Noord

Niemand voelde zich verantwoordelijk om de aardbevingsschade in Groningen en Drenthe goed in kaart te brengen. Het ministerie van Economische Zaken heeft het meten daarvan lang overgelaten aan de NAM. Het gevolg: schade aan gebouwen is nooit goed gemeten, terwijl dat wel had gekund.

Door: Birte Schohaus, Alexander Beunder, Hjalmar Guit en Tristan Braakman

‘Kijk, daar hangen ze dan’, zegt Simon Koorn, terwijl hij wijst naar de nok van de schuur van zijn enorme boerderij in Noordbroek. Voor de leek is er niet meer te zien dan een grijs kastje, maar om deze kastjes is al jaren veel te doen in Groningen en Noord-Drenthe. Ze moeten namelijk de trillingen, scheefstand en daarmee schade aan huizen in het aardbevingsgebied in kaart brengen.

De kastjes bij Koorn zijn onderdeel van een proef. Alleen: de proef komt te laat en is te beperkt, zeggen critici. Koorn verzucht: ‘Nu hebben we ze eindelijk, maar ze hangen helemaal verkeerd. Zo hebben we er nog niets aan.’

Samenwerking
Deze reconstructie is een samenwerking van RTV Noord, RTV Drenthe en Follow the Money in het kader van de Shell Papers. Bij zeventien overheden zijn documenten opgevraagd over Shell en de gemeente Assen is de eerste en tot nu toe enige overheid die documenten heeft vrijgegeven. Lees hier meer over de Shell Papers.

In de jaren negentig gaat het KNMI een samenwerking aan met de NAM om sensoren te plaatsen. Oud-directeur klimaat en seismologie van het KNMI Hein Haak: ‘Het doel was toen om de aardbevingen en hun oorsprong in kaart te brengen.’

Na Huizinge komt de discussie op gang

Bovendien wilde het KNMI de relatie tussen aardbevingen en gaswinning aantonen. Dat is inmiddels gebeurd, maar onderzoek naar schade aan gebouwen blijft lang een ondergeschoven kindje. Daar komt pas verandering in na de beving van Huizinge in 2012.

Haak: ‘Die beving zorgde ervoor dat veiligheid een grotere rol ging spelen in het denken over aardbevingen: hoe kunnen we burgers beschermen tegen schade. Dat betekende dat er metingen bij de huizen zelf moesten komen.’

Maar de aanleg van zo’n bovengronds meetnetwerk zorgt voor jarenlange discussie. Uit deze reconstructie blijkt dat de Rijksoverheid de aanleg van een meetnetwerk overliet aan de NAM. Maar die bleek weinig kennis te hebben van zo’n netwerk, waardoor de verzamelde data gebrekkig was. En toen de NAM haar handen van het netwerk aftrok, voelde niemand zich verantwoordelijk om het meetnetwerk over te nemen. Ondanks herhaaldelijk aandringen van lokale overheden, Tweede Kamer en burgerbewegingen.

Het gevolg: er ligt nu een half afgebroken sensorennetwerk, waarvan de data niet meer worden verzameld. De Nationaal Coördinator Groningen is een nieuwe proef gestart met andere sensoren, maar die blijkt onvoldoende.

Om te begrijpen wat er is gebeurd, moeten we terug in de tijd.

Een boerderij in Huizinge is zwaar beschadigd door de aardbevingen
Een boerderij in Huizinge is zwaar beschadigd door de aardbevingen © Kees van de Veen/ANP

Een hoopvol begin: de NAM wil meten

Een jaar na de zware aardbeving van Huizinge, belooft de NAM tiltmeters te plaatsen. Daarmee worden zowel verzakkingen als scheefstand aan huizen gemeten. Het Staatstoezicht op de Mijnen en minister Henk Kamp (VVD) van Economische Zaken beloven de Tweede Kamer het gasbedrijf aan die belofte te houden. De NAM start in 2014 een proef met gebouwsensoren in samenwerking met TNO: het zogenaamde sensornetwerk. In 2015 zijn twintig publieke gebouwen en 280 woningen voorzien van sensoren.

De beloofde tiltmeters zijn echter uit de proef gehaald, terwijl de NAM tegen Nieuwe Oogst nog zegt: ‘Hoe meer er wordt gemeten, hoe beter. Dat moedigen wij aan.’

Kritiek

Er komt meteen kritiek op het netwerk. De gebruikte gebouwsensoren zouden niet alles meten en ze zouden niet op de juiste plekken hangen. ‘Als je een meter aan één muur hangt, dan meet je alleen die muur, niet wat er met het hele gebouw gebeurt. En als je een meter op de grond plaatst, zegt dat nog niks over wat een aardbeving met een huis doet’, zegt Ihsan Bal. Hij is lector aardbevingsbestendig bouwen aan de Hanzehogeschool.

Maar dat heeft niet de interesse van de NAM. Haar onderzoek draait om veiligheid, zegt het bedrijf in Nieuwe Oogst. 'Wij willen de trillingen vastleggen, niet de verandering in de stand van de gebouwen. We gebruiken het niet om schade te identificeren.’

Andere motivatie?

Uit de Shell Papers komt een andere mogelijke motivatie van het gasbedrijf naar voren: het bedrijf wil de sensoren gebruiken om mensen gerust te stellen. Uit een mailwisseling van februari 2016 tussen de NAM en onder meer de gemeente Assen, blijkt dat het gasbedrijf de sensoren vooral graag wil plaatsen in gebieden waar onrust is ontstaan.

In die tijd moet het nieuwe winningsplan Westerveld, voor gaswinning uit een verzameling van kleine gasvelden in Noord-Drenthe, worden goedgekeurd door het ministerie. De NAM doet haar best om lokale zorgen en onvrede weg te nemen. In een mailwisseling over de gebouwsensoren schrijft een NAM-medewerker: ‘Ik heb gemerkt dat het (de sensoren, red.) een hoop duidelijkheid en helderheid schept voor mensen die denken dat wij als NAM van alles achter houden’. Volgens de NAM was één van de doelen van het project om bewoners te betrekken bij het onderzoek en hen de mogelijkheid te geven de beweging van hun woning te meten.

Medewerkers van een installatiebedrijf installeren een bevingssensor in het gemeentehuis van Eemsmond
Medewerkers van een installatiebedrijf installeren een bevingssensor in het gemeentehuis van Eemsmond © ANP

Opstelling en data zijn gebrekkig

Welke redenen de NAM ook had om sensoren te installeren, de data die ze verzamelden zou mensen met schade weinig verder helpen. Door de slechte meetopstelling zijn de verzamelde data zo gebrekkig dat zelfs de NAM er niets mee kan, zegt wetenschapper Bal.

‘De NAM wist te weinig over het meten van aardbevingsschade. Ze hadden wel ervaring met het meten van trillingen, maar dat is iets anders. De experts dachten desondanks dat ze het wel konden, een beetje alsof een tandarts zegt dat hij ook wel oogarts kan zijn. Ze hadden niet alleen een gebrek aan kennis, maar ze hebben de specifieke vereiste wetenschappelijke expertise onderschat.’

Voor Groningers, tegen Groningers

Terwijl de NAM bij aanvang stelt de data uit het TNO-meetnet te willen inzetten om huizen van Groningers ‘steviger te maken in de toekomst’, gebruikt het gasbedrijf de meetresultaten jaren later juist om schades door aardbevingen te ontkennen.

Het trillingsniveau dat het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) aanhoudt, zou veel te laag zijn, schrijft de NAM in een open brief: ‘Iedereen begrijpt dat er geen schade ontstaat door het hard dichtslaan van een deur of een langsrijdende vrachtauto. Dat is echter wel het trillingsniveau dat door het IMG wordt aangehouden om schade te vergoeden. Hierdoor worden volgens ons duizenden schades ten onrechte aan aardbevingen toegeschreven.’

De NAM beroept zich hierbij op ‘een recente studie door TNO’ die geheel gebaseerd is op de data uit het TNO-meetnet.

NAM stopt met meten

In 2019 is de NAM er na vijf jaar dan ook klaar mee. Ze stuurt alle deelnemers een brief met de mededeling dat de proef stopt, vijf jaar eerder dan afgesproken. De gaswinner vindt echter dat het netwerk geen nieuwe inzichten meer oplevert. Bovendien loopt op dat moment het contract met TNO af, dat de sensoren onderhoudt.

Experts bevingsbestendig bouwen Bal: ‘Ik denk dat de NAM met het netwerk het vertrouwen van mensen wilde winnen, maar als die het vertrouwen een keer kwijt zijn, geloven ze je ook niet meer als je met keiharde data komt. Dus toen was het voor de NAM tijd- en geldverspilling, want dat netwerk was duur.’

Wat is de toegevoegde waarde van een tiltmeter?

Een tiltsensor functioneert als een elektronische waterpas. De sensor kan de scheefstand of de constructieve vervorming van een object meten. Bovendien kan worden gemeten hoe muren zich tot elkaar verhouden. Tiltmeters pikken ook trillingen tientallen kilometers verder op dan gewone sensoren. Die trillingen zijn zo zwak dat ze niet meteen schade veroorzaken, maar bij elkaar opgeteld op termijn misschien wel.

Tiltmeters worden wereldwijd toegepast om aardbevingsschade te meten. Sinds de jaren negentig pleiten deskundigen ervoor om dat ook in Nederland te doen. Toch is er discussie over. De Technische commissie bodembeweging (Tcbb) ziet geen meerwaarde in de meters.

Lector aardbevingsbestendig bouwen Ishan Bal: ‘Tiltmeters zijn niet per se beter dan versnellingsmeters. Ze zijn een goede aanvulling, want versnellingsmeters meten tijdens een aardbeving. Tiltmeters juist ervoor en erna.’

Ihsan Bal, lector aardbevingsbestendig bouwen aan de Hanzehogeschool
Ihsan Bal, lector aardbevingsbestendig bouwen aan de Hanzehogeschool © RTV Noord

Politieke onwil

Volgens de Mijnbouwwet is niemand verplicht om schade aan huizen te monitoren. Noch de gasexploitant noch de verantwoordelijk minister. Die moet alleen zorgen dat de aardbevingen zelf in kaart worden gebracht.

Toenmalig minister Kamp van Economische Zaken komt echter zijn belofte niet na om de NAM te houden aan de tiltmeters. Hij blijft vooral vertrouwen in de NAM. ‘Als de NAM denkt dat we met die instrumenten goede informatie krijgen (...) - ook vanuit de wetenschappelijke toezichthouders krijg ik geen ander signaal - dan ga ik niet zeggen: jullie moeten niet deze meters maar wel die meters nemen’, zegt hij in een Kamerdebat in 2016.

Als de Kamer tegenwerpt dat het vraagt om meer onafhankelijk toezicht, reageert Kamp. ‘Ik heb gezegd dat ik het belangrijk vind dat de NAM in onafhankelijkheid haar werk kan doen.’

Verbijstering

Hij schuift daarmee een motie voor het plaatsen van de tiltmeters aan de kant. Een motie die al in januari 2016 is aangenomen. Eric Smaling, destijds Kamerlid voor de SP en initiatiefnemer van de motie is verbijsterd: ‘Meten is weten: het zou nuttig geweest zijn een groot meetprogramma op te zetten.’

Die kans op een groot onafhankelijk meetprogramma doet zich nogmaals voor als de NAM haar sensorennetwerk beëindigt en een Tweede Kamermeerderheid hiertegen protesteert. Maar Kamps opvolger, minister Eric Wiebes ziet geen meerwaarde in het netwerk.

Terwijl Kamp nog het oordeel van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) gebruikte om te benadrukken dat dit netwerk andere sensoren overbodig maakt, gebruikt Wiebes juist een andere conclusie van SodM: het sensorennetwerk van de NAM zit wetenschappelijk niet goed in elkaar en heeft daarom geen toegevoegde waarde. Ook hij schuift daarmee de wens van de Kamer voor een meetnetwerk met tiltmeters aan de kant.

Meetnetwerk wordt niemandsland

Ook het Staatstoezicht op de Mijnen voelt zich niet verantwoordelijk voor de metingen. ‘Wij hebben in die jaren geen officieel oordeel gegeven over tiltmeters, ook omdat dit buiten de reikwijdte van ons toezicht valt. SodM ziet namelijk niet toe op de schade die ontstaat als gevolg van de aardbevingen’, zegt het SodM. De toezichthouder controleert bij de winningsplannen wel de monitoring van bodemdaling en aardbevingen door de NAM.

De provincie Groningen ziet evenmin iets in het overnemen van het netwerk. Hoewel sommige partijen aandringen, voelt het provinciebestuur zich niet de aangewezen partij om de taak om zich te nemen. Het is vooral een centenkwestie, herinnert oud-gedeputeerde Eelco Eikenaar (SP) zich. Hij heeft in die tijd het gasdossier in zijn portefeuille: ‘Het was een behoorlijk bedrag, ik meen een miljoen euro. Daar kwam veel bij kijken: aanschaf, dan ook nog onderhoud en de gegevens moeten ook nog geïnterpreteerd worden.’

Maar er speelt meer. Eikenaar is er niet van overtuigd dat beter meten zou helpen. ‘Ik dacht: dan hebben we een meetwerk en dan wordt dat weer ter discussie gesteld. En er waren genoeg gegevens om schade te vergoeden: veel aardbevingen en veel scheuren, één plus één is dan twee. De discussie ging veel meer over de wil dan over feiten. Dus ik dacht: er is zoveel onwil om schades te vergoeden, daar gaat het meetnetwerk niet bij helpen. Ik was niet tegen het meetnetwerk, maar ik dacht wel dat dat geld beter kon worden besteed.’

Toch eindelijk een proef

In 2017 geeft de Nationaal Coördinator Groningen gehoor aan de eis om tiltmeters in te zetten en begint met een proef. In een periode van twee jaar moet de pilot uitwijzen of de inzet van tiltsensoren gewenst is en op welke schaal. De proef is klein: op dertien locaties zou meetapparatuur worden opgehangen. Maar door de gegevens te koppelen aan gegevens uit het eerdere gebouwsensorennetwerk van de NAM, zou er toch een goed beeld ontstaan.

Alleen loopt de proef vertraging op. Medio 2018 wordt er een projectleider aangesteld om een plan van aanpak te maken. Een jaar later wordt de opdracht gegund aan een samenwerkingsverband van geo-data specialist FuGro. Het Groninger Gasberaad heeft kritiek op de gang van zaken. Deskundigen met ‘duidelijk meer vakkennis en ervaring op het gebied van tiltmeters zijn gepasseerd’, zegt de belangenorganisatie.

Mislukking

Wanneer de proef in 2020 begint, is de NAM al gestopt met haar netwerk. Lector Bal: ‘Ik heb toen nog contact opgenomen met de NAM en gezegd wat er nodig was om het wel werkend te maken. Het zou een enorme eenmalige investering zijn geweest, maar wel nodig om iets aan het netwerk te hebben.’

Op dit voorstel krijgt hij nooit een reactie. Ook niet van de overheid, waar hij op uitnodiging van de Tweede Kamer bij aandringt om het bestaande netwerk te verbeteren en te investeren in onafhankelijk onderzoek. Als voorzitter van de technische commissie die de tiltmeterpilot begeleidt, vindt Bal ook deze proef te beperkt.

Door al het gesteggel en politieke onwil dreigt ook de pilot uit te lopen op een mislukking, waarschuwt het Groninger Gasberaad in hun rapport uit 2020: ‘Het begint erop te lijken dat alle vertragingen ertoe (gaan) leiden dat deze pilot uiteindelijk weinig meer bij kan dragen aan betere gegevens over de gevolgen van aardbevingen voor gebouwen.’

Reinier Brongers van StabiAlert legt in 2015 in Middelstum uit waarom het meten van hoekkantelingen over de hele wereld plaatsvindt, maar in Nederland amper
Reinier Brongers van StabiAlert legt in 2015 in Middelstum uit waarom het meten van hoekkantelingen over de hele wereld plaatsvindt, maar in Nederland amper © ANP

Gemiste kansen

Hoewel er een behoefte wordt gevoeld om de sensoren te gebruiken, relativeren deskundigen de toegevoegde waarde van een uitgebreid meetnetwerk ook. Oud KNMI-seismoloog Haak vindt het netwerk al geen kwestie meer van meetgegevens, maar een maatschappelijk vraagstuk. ‘Tiltmeters kunnen een nuttige bijdrage leveren, want alles wat burgers nu vertrouwen kan geven, is een goede investering. Maar we moeten oppassen dat we het niet overdrijven. Het is een schijnzekerheid dat je alles kunt meten.’

Dat vindt lector Bal ook: ‘Om elk huis goed meten, moet je niet alleen meters in de bodem hebben, maar ook minstens vijf of zes sensoren op verschillende plekken in het huis. Dat is heel duur.’

‘Bewoners hopen dat de sensoren met zekerheid aantonen dat hun schade wordt veroorzaakt door de aardbevingen, maar dat kun je nooit definitief zeggen, ook niet met meer sensoren. Daarvoor spelen te veel andere factoren een rol in de bodem. Maar door beter te meten zou je wel meer zekerheid hebben dat de aardbevingen de oorzaak zijn.’

Beperkt beeld

Dat is precies de reden dat Simon Koorn, de eigenaar van de boerderij in Noordbroek, meedoet aan de tiltmeterproef van de NCG. Hij wil eindelijk bewijzen dat de scheuren en verzakkingen in zijn huis en schuur zijn veroorzaakt door bodemdalingen die ontstaan door gaswinning.

Continu monitort hij op de computer de gegevens van de grijze kastjes in en rondom zijn huis. Maar helaas, ook deze proef levert maar een beperkt beeld op omdat ook dit meetnetwerk onvoldoende is. Koorn: ‘Ze zeggen steeds dat er hier geen aardbevingen zijn, terwijl hier huizen op instorten staan en we ze ook daadwerkelijk voelen. Dat wilden we met de tiltmeters eindelijk bewijzen, maar helaas gaat dat op deze manier niet lukken.’

Dit is een ingekorte versie van het verhaal dat Follow the Money, RTV Drenthe en RTV Noord hebben gemaakt. Het hele stuk kun je hier lezen.